Deze week maar één foto>>>>

DROLLENVANGERS (08-03-2002)

De reclameborden in Buenos Aires zijn op het eerste gezicht niets bizonders, maar hebben eigenlijk wél iets bizonders. Het zijn lelijke groene gietijzeren borden met het uiterlijk van een flink schilderij op een paaltje. Het bord is, inclusief lijstachtige randdecoratie, ongeveer 100 x 80 cm groot en wordt aan de bovenkant in het midden bekroond door het stadswapen. Waar je ook gaat of staat in de stad kom je ze tegen en de reclameposters worden elke week vernieuwd. Iedere maandagochtend als ik naar mijn werk ga, ben ik nieuwsgierig naar de nieuwe campagnes. Waarom? Omdat naast de overal ter wereld gebruikelijke reclames voor produkten of diensten zonder welke ook de moderne Argentijn nauwelijks een normaal leven schijnt te kunnen leiden, er met enige regelmaat ook min of meer sociale thema's onder de aandacht van de Porteños worden gebracht. Deze onderwerpen hebben mijn speciale belangstelling, omdat ik het idee heb dat het geadverteerde vaak een aardig beeld geeft van wat er in de stad gebeurt of gaat gebeuren.

Begin december, Wereld Aidsdag wordt opgeluisterd met posters met tips over condoomgebruik. Wereld Vrouwendag op 8 maart wordt aangekondigd met posters in pasteltinten zonder veel tekst, laat staan een gebruiksaanwijzing. Veel herrie over de kwalijke gevolgen van de industriële vervuiling in het industriegebied Dock Sud aan de rand van de stad. Direkt daarna Greenpeace posters met de dreigende tekst "In Dock Sud staat een fabriek die kanker produceert!" Zelf werk ik ongeveer de helft van mijn tijd in Dock Sud, vlak bij de beruchte fabriek, maar voel me tot nu toe nog steeds kiplekker. Geruchten over prijsstijgingen nog voordat er echt sprake is van de algemeen verwachte devaluatie van de Peso. De posters van de week er na zijn uitgevoerd in de blauw-wit-blauwe kleuren van de Argentijnse vlag, met daar overheen het vet afgedrukte advies "Koop niet in winkels die de prijzen verhogen!" Het effekt was gering, de prijsverhogingen gingen en gaan gewoon door en de consument gaat door met kopen, zij het stuk minder. De omzetten van de supermarkten waren in januari van dit jaar ruim 30% lager dan een jaar geleden.

In tegenstelling tot Nederland, ligt er in Buenos Aires zelden tot nooit hondenpoep op straat. Dat is ook niet zo raar, want in deze barre economische tijden is het bezitten van een hond bijna een luxe geworden. Bij de ingangen van veel parken staan "Honden Verboden" borden en lopen degenen die zich nog wel een hond kunnen permiteren vaak met een oude krant of plastic zak in de hand als ze hun hond uitlaten en ruimen de hondenpoep keurig op. Op andere plaatsen staan zelfs speciale hondenpoep afvalbakken van het type Nederlandse buitenbrievenbus, waarvan de klep goed afsluit als de afval er in is gedeponeerd en zodoende ook de stank binnenhoudt.
Daarom verraste me deze week de in stemmige tinten uitgevoerde poster van een net uitgepoepte hond dan ook wat. Maar het kan best zijn dat de Gemeente Buenos Aires over een vooruitziende blik beschikt en een probleem in wording heeft geconstateerd. De poster heeft aan weinig woorden genoeg. Vlakbij het hoofd van de hond staat in een zwierig handschrift "tu perro" met daaronder een pijltje dat de hond aanwijst. Bij de hondenpoep staat met een pijltje naar de drollen "tu caca". "Tu perro, tu caca". In rijmend Nederlands: "jouw hond, jouw stront!"

Volgens een persbericht kondigt de poster het nieuwe gemeentelijke anti-hondenpoepbeleid aan. Voortaan zullen de betrapte begeleiders van op straat poepende honden boetes variërend tussen 25 en 200 Pesos moeten gaan betalen. Het bericht vermeldt jammer genoeg niet of de autoriteiten van de door zware werkloosheid geteisterde stad het nieuwe beleid zullen aangrijpen om nieuwe werkgelegenheid te creëren. Ik zie de wervende advertentietekst al voor me "GEVRAAGD DROLLENVANGERS M/V" en ook het uniform. Het kan haast niet anders of dat wordt een ruim vallend overhemd en een elegante ouderwetse plusfour oftewel een drollenvanger.


© Jacques de Rhoter


© foto Jacques de Rhoter

Printversie