Deze week maar één foto>>>>

VOOR NEGERS MOET JE IN URUGUAY ZIJN (06062002)

Toen ik begin 1999, na bijna 10 jaar in Lagos te hebben gewoond, van Nigeria naar Brazilië verhuisde, was de overgang minder groot dan ik had verwacht. Achteraf bezien was dat niet zo erg vreemd, want had ik niet dezelfde transatlantische oversteek gemaakt, die vele miljoenen Afrikanen voor mij ook al hadden gemaakt? Het onuitwisbare stempel dat zij op het dagelijks leven en de cultuur van Brazilië hadden gedrukt, herkende ik regelmatig. Nog leuker was het om nieuwe verbanden te ontdekken.

Mijn belangstelling werd direkt al aangewakkerd door een overzichtstentoonstelling van het werk van de Franse fotograaf Pierre Verger (1902 - 1996) in het Casa França - Brasil, een expositieruimte in het centrum van Rio de Janeiro. Verger zwierf vanaf begin 1930 over de hele wereld en bezocht in 1946 de meest Afrikaanse stad van Brazilië, Salvador de Bahia. De cultuur en historie van Salvador fascineerden hem dusdanig, dat hij besloot om er te gaan wonen. Hij begon al snel serieus onderzoek te doen naar de Candomblé culte en naar de culturele en economische invloed van de transatlantische slavenhandel. De fotograaf werd langzaam maar zeker een antropoloog. Gedurende de dertig volgende jaren zou hij met enige regelmaat tussen Brazilië en de voormalige Yoruba koninkrijken, die aan beide kanten van de grens van Nigeria met Benin liggen, heen en en weer reizen. De Orixás (goden) van de Candomblé zijn nauw verwant aan de goden van de Ifá, de traditonele Yoruba godsdienst. Verger ging er zo zeer in op, dat hij uiteindelijk tot Babalawo (priester) zou worden gewijd. De tijdens zijn “opleiding” tot Babalawo opgedane kennis over het spirituele gedachtengoed van de Yorubas en de West-Afrikaanse plantenwereld, tesamen met de prachtige foto´s die hij maakte, zou hij naderhand in een aantal unieke boeken verwerken. Een documentaire film, die tijdens de expositie werd vertoond, toont de paralellen tussen de Ifá en Candomblé rituelen. Omgekeerd laat de film ook zien hoe de Agudas, nakomelingen van naar West-Afrika teruggekeerde bevrijde slaven, aan diverse Braziliaanse gewoontes vast zijn blijven houden en hun invloed op de architectuur in de steden waar zij zich vestigden. Met een licht gevoel van heimwee naar Afrika verliet ik het gebouw.

Niet alleen van Verger worden goed gedokumenteerde en mooi geïllustreerde boeken uitgegeven. In Brazilië wordt veel en gevarieerd gepubliceerd over de Cultura Negra. In 2000, werd ter gelegenheid van de viering van de 500ste verjaardag van de ontdekking van Brazilië, de herontdekking gevierd. Tentoonstellingen over Afro-Braziliaanse kunst en over het dagelijkse leven tijdens en na de afschaffing van de slavernij, werden uitgebreid toegelicht in kleurrijke en goed verzorgde boeken. “Para nunca esquecer - Negras Memórias/Memórias de Negros - Om nooit te vergeten - Zwarte Herinneringen/Herinneringen van Zwarten” is de titel van het boek dat in 2001 ter gelegenheid van de Nationale Dag van het Zwarte Bewustzijn, werd gepubliceerd. Mijn in Rio wonende neef zorgt er voor, dat ik het deze week in Buenos Aires krijg thuisbezorgd. Met een licht gevoel van heimwee, maar nu naar Brazilië, blader ik het boek vele keren door. Het niemandsland waarin ik, wat dit onderwerp betreft, in Argentinië ben terecht gekomen, kan even worden ontvlucht.

Hoewel de Spaanse koloniale economie aan beide oevers van de Rio de la Plata, op slavenarbeid dreef, lijken de sporen van de negerslaven aan de Argentijnse kant totaal te zijn uitgewist. Een Afrikaan in Buenos Aires is een zeldzaamheid. De stad is net zo blank als menige grote Europese stad was voordat de stroom van immigranten uit de vroegere kolonies en de derde wereld op gang kwam. In de buurt waar wij wonen zijn veel boekenwinkels waar ik al maanden tevergeefs naar boeken over de Afrikaanse aanwezigheid in Argentinië heb gezocht. “Wij zijn Europeanen” houden de Argentijnen stug vol. Het net uit Brazilië aangekomen boek geeft een nieuwe impuls aan mijn zoektocht.

In het sousterrain van een winkelgalerij bij ons om de hoek zijn een stuk of 10 kleine antiquariaten gevestigd. Ik loop één van de grotere binnen en vraag aan een niets dan vriendelijkheid uitstralende dame of ze misschien een boek heeft over de slavernij in Argentinië. “Slavernij? In Argentinië bestond helemaal geen slavernij” is haar prompte reaktie. “In de koloniale tijd waren hier toch Afrikaanse slaven? Ik wil daar graag meer over weten.” ga ik niet uit het veld te slaan verder. “Nee hoor, voor negers moet je in Uruguay zijn, die heb je hier niet.” “Maar Uruguay en Buenos Aires behoorden toch tot dezelfde Spaanse kolonie, waarom zijn er hier geen Afrikanen en daar nog wel?” “Die moeten tijdens de onafhankelijkheidsoorlog zijn gesneuveld” “Maar toch niet allemaal tegelijk?” “Of ze zijn weggetrokken toen de slavernij werd afgeschaft.” “Vraag het maar eens bij de winkel hiernaast, dat is een Fransman” luidt haar goed bedoelde advies “misschien heeft hij wel wat.” De Fransman weet inderdaad van het bestaan van één boek, maar de titel en de auteur zijn hem ontschoten. “Het is een standaardwerk” zegt hij “zeker 500 bladzijden, ik heb het wel eens gezien, ‘t is een mooi boek.”

Weer wat wijzer geworden, loop ik terug naar huis. Ik heb nu de zekerheid dat er in ieder geval één boek over de slavernij in Argentinië bestaat en ……….dat je voor negers in Uruguay moet zijn.


© Jacques de Rhoter

Printversie