Deze week maar één foto>>>>

HET MODDERMUSEUM (25-09-2002)

Op het hoogtepunt van hun macht strekte het Inca Rijk zich uit van de hedendaagse steden Esmeraldas in het noorden van Ecuador tot aan Santiago de Chile en het Argentijnse Mendoza in het zuiden. Duizenden kilometers langs de Stille Oceaan en beide zijden van de Andes. De Inca's hadden hun rijk verdeeld in vier regio's en noemden het "Tahuamtinsuyu - het land van de vier wijken". Paraguay en het noordwesten van Argentinië maakten deel uit van Collasuyu, de meest zuidelijke en grootste wijk.

Werkbezoeken aan Peru en Paraguay boden een mooie gelegenheid om de culturele nalatenschap van de Inca's en de door hen overheerste volken te gaan bekijken. Helaas was de enige dag dat ik in Peru wat vrije tijd had een maandag. Dat is waar ook ter wereld een slechte dag voor museumbezoek, want dan zijn de meeste musea gesloten. Gelukkig was het Museo Oro del Perú - het Goudmuseum wel open en hoewel de Spaanse conquistadores veel gouden voorwerpen hebben geroofd en vervolgens omgesmolten, is er gelukkig genoeg overgebleven dat de moeite waard is. Naast gouden dodenmaskers, rituele messen en ceremoniële bekers, heeft het museum een mooie en uitgebreide collectie aardewerk, landbouwwerktuigen en wapentuig. Een ware lust voor het oog. (zie het Weekjournaal uit Buenos Aires van 23 augustus 2002).

Bij een vorig bezoek aan Paraguay, zocht ik in de hoofdstad Asunción tevergeefs naar het Ethnografisch Museum. Waar op de kaart het museum stond aangegeven, bevond zich het kantoor van de Spaanse ontwikkelingssamenwerking. Navraag in de buurt leverde niets op. In een Argentijns boek over inheemse, dat is Indiaanse, kunst kwam ik kort geleden toevallig foto's tegen met als bronvermelding het Museo del Barro in Asunción, een waardevolle aanwijzing want dat is de nieuwe naam van het Ethnografisch Museum. "Barro" is het Spaanse woord voor modder én aardewerk. Voor mij is het dus zonder aarzelen het "Aardewerk Museum", het museum zelf zeurt niet over een correcte vertaling. Op de engelstalige versie van de internetpagina staat gewoon "Mud Museum" oftewel "Moddermuseum".

Het kost de 70 jarige taxichauffeur, die zijn hele leven in Asunción heeft gewoond, moeite om het midden in de woonwijk "Isla de Francia" gevestigde museum te vinden. Als beloning voor het volhouden, krijg ik drie musea voor de prijs van één: het Paraguayaans Museum voor Hedendaagse Kunst, het Museum voor Inheemse Kunst en het Museo del Barro. Een allegaartje onder één dak, maar wel een leuk allegaartje. Hedendaagse Kunst toont "xilopinturas - houtschilderijen" van Carlos Colombino. Schilderijen waar het doek is vervangen door multiplex en het reliëf wordt verkregen door delen van de houtlaagjes weg te peuteren of te snijden. Het grootste houtschilderij, van naar schatting 10 bij 3meter, beslaat een hele wand en is een gift van de kunstenaar aan het museum. Inheemse Kunst heeft nog meer houtsnijwerk, maar ook veel van stevig gras gevlochten manden, schalen en tassen, met veren versierde hoofdtooien en andere kledingstukken, mooi en uitgesproken lelijk huishoudelijk en decoratief aardewerk en de in een katholiek land onvermijdelijke collectie religieuze kunst. Van uit de Spaanse koloniale tijd daterende heiligenbeelden en huisaltaren tot en met min of meer hedendaagse handgesneden crucifixen. Ik vind de tot bijna een meter hoge breedgeheupte mannen- en vrouwenfiguren, die erg aan de "nanas" van Niki de Saint Phalle doen denken, het leukst. Helaas is deze hedendaagse Paraguayaanse keramiek, die voor een redelijke prijs in de museumwinkel te koop is, te groot en te fragiel om in het vliegtuig mee terug te nemen naar Buenos Aires.

Voor een grote vitrine met houten maskers in het Aardewerk Museum, sta ik opeens oog in oog met Afrika en verbaas me opnieuw over de af en toe frappante gelijkenis tussen ceremoniële- en gebruiksvoorwerpen van Afrikanen en Indianen. De oudste maskers dateren uit de 19e eeuw en werden in en rond de stad Altos op sommige katholieke feestdagen door de Kamba ra`anga Indianen gedragen. In dit deel van het museum is ook de collectie pre-koloniale vondsten te zien. Zo´n driehonderd objecten van wisselende kwaliteit, maar met een paar leuke voorbeelden van de bij de Inca's populaire erotische kunst. Een vijzel met een stamper in de vorm van een stevige penis "voor het
bereiden van afrodisiacum" luidt het wat overbodige bijschrift. Aan de andere kant van de galerij bewonderen twee bejaarde dames een aardewerk schenkkan in de vorm van een mannetje en met als een tuit een buitensporig groot geslachtsdeel. "Idolo de Fertilidad -Vruchtbaarheidsafgod" leest de een het bijschrift aan de ander voor. "Nou, dat kan je goed zien ook" hoor ik ze daarna bewonderend commentaar leveren.

Van de pracht en praal die in Lima, het oude centrum van de macht, wordt bewaard, is in zuidelijke "buitenwijken" niets te zien. In Asunción geen gouden en zilveren voorwerpen of inventief vormgegeven en mooi gedecoreerd aardewerk, eenvoud voert hier de boventoon. Uiteindelijk zijn de namen van de musea een prima afspiegeling van de collecties: Oro - Goud voor Peru en Barra - Modder voor Paraguay.


© Jacques de Rhoter


© foto Jacques de Rhoter

Printversie