|
DE DECEMBERMOORDEN HERDACHT (25-12-2002)
In Buenos Aires werden in de week voor
Kerstmis de decembermoorden van een jaar
geleden herdacht met, uiteraard, demonstraties.
Veel porteños vreesden dat er, net
zoals vorig jaar, op grote schaal winkels
zouden worden geplunderd en dat de protesten
opnieuw uit de hand zouden lopen. Die bange
voorgevoelens werden flink aangewakkerd
door de berichtgeving in de dagbladen en
op de televisie, waar met beelden van vorig
jaar december een soort mentale voorbereiding
op de dingen die zouden gaan komen plaats
vond. In verband met "mogelijke operationele
problemen bij de banken op vrijdag"
werd mijn salaris een dag eerder uitbetaald.
Op veel winkelruiten hing de aankondiging
dat men op 20 december gesloten zou zijn.
Bij supermarkten stonden gewapende politiemannen
op wacht. Particuliere bewakingsdiensten
deden goede zaken. Naarmate 20 december
dichterbij kwam, steeg de spanning.
Begin december 2001 besloot de toenmalige
Argentijnse regering dat niemand meer aan
zijn spaargeld mocht komen en dat er niet
meer dan 250 Pesos per week van de gewone
bankrekeningen konden worden opgenomen.
De maatregel werd heel slim laat op een
zaterdagavond aangekondigd. Vrijwel onmiddelijk
vormden zich bij de geldautomaten lange
rijen mensen die snel hun rekening leeg
wilden halen voordat de maatregel de week
erna van kracht zou worden. Binnen een paar
uur waren de automaten leeg en begon de
welvarende Argentijnse middenklasse zich
te realiseren dat zij niet langer aan de
gevolgen van de economische crisis zou kunnen
ontsnappen. De armen maakten zich niet al
te druk, simpelweg omdat zij geen bankrekening
hadden om geld van af te halen.
Hoewel er in Argentinië een opkomstplicht
bestaat, waren een paar weken eerder bij
verkiezingen voor de beide kamers van het
Parlement veel kiezers niet op komen dagen.
Een voor Argentijnse begrippen hoog percentage
kiezers ging wel naar het stembureau, maar
maakte het stembiljet ongeldig. De PJ, de
Peronistische Partij, won de meerderheid
in zowel het Congres als de Senaat waardoor
de tot de radicale partij UCR behorende
President de la Rúa vrijwel alle
steun voor zijn beleid verloor. De weinig
charismatische President en Minister Cavallo
van Economische Zaken ploeterden moedig
door om een uitweg uit de crisis te vinden.
Het blokkeren van de bankrekeningen en geruchten
dat de Peso binnenkort zou worden gedevalueerd,
waren de druppels die de emmer vol ontevredenheid
deden overlopen. De la Rúa deed nog
een zwakke poging om zijn huid te redden
door de PJ voor te stellen een regering
van nationale eenheid te vormen. De Peronisten
wilden echter alle macht en voelden er niets
voor om de President in het zadel te houden.
De enige manier om zelf een regering te
kunnen vormen was de la Rúa tot aftreden
te dwingen, waarna het Parlement een Peronistische
opvolger zou kunnen aanzwijzen. Het vuurtje
van de onvrede moest verder worden opgestookt
en dat gebeurde dus ook.
Volgens zeggen, kost het organiseren van
een politiek gemotiveerde demonstratie in
Buenos Aires tussen de 10 en 20 Pesos (3
tot 6 Euro) per deelnemer en vrij vervoer.
Het plunderen van een winkel met de belofte
dat de polittie niet zal ingrijpen, kost
niets. De Peronisten en de peronistische
vakbonden draaien daar hun hand niet voor
om. Het begon op 19 december. Veel winkeliers
dachten door dicht te blijven te kunnen
ontsnappen, maar dat weerhield de demonstranten
niet. Als kleine middenstanders zichzelf
gewapenderhand verdedigden, waren zij de
boeven. Degenen die zonder langs de kassa
te gaan de winkels leeghaalden, waren de
helden. Het échte geweld begon op
20 december. Voor het Casa Rosada, het Paleis
van de President, leefde de infantería
van de PFA - de ME van Policía Federal
- zich uit met traangas en rubber kogels.
Het kantoor waar ik werk, vlakbij de "frontlinie",
werd gesloten. Het traangas dat door de
ingegooide ruiten naar binnen dreef, maakte
verder werken wat moeilijk. Met tranen in
de ogen en een bittere smaak in de mond
wandelde ik naar huis. Op straat ging het
er ruig aan toe. Aan het einde van de 20ste
hadden minsten 30 demonstranten het leven
gelaten en verliet President de la Rúa
per helicopter voorgoed het presidentieel
paleis. De Peronistische euforie die volgde,
leidde tot vier andere Presidenten in twee
weken tijd, de aankondiging dat aflossing
en rente van de staatsschuld niet meer zouden
worden betaald en de devaluatie van de Peso.
En
tot .nog veel meer onvrede,
die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Op vrijdag 20 december 2003 is het buitengewoon
rustig in het centrum van Buenos Aires,
stilte voor de storm? Veel winkels en kantoren
blijven uit voorzorg gesloten en hebben
de etalageruiten afgeplakt, zodat niet zichtbaar
is wat er binnen eventueel te jatten valt.
Dit is een "normale" preventieve
maatregel. De drukke winkelstraat Florída,
waar je op een "gewone" vrijdagmiddag
over de hoofden van de mensen kunt lopen,
ligt er verlaten bij. De toegangswegen naar
de Plaza de Mayo, het eindpunt van iedere
zichzelf respecterende demonstratie, zijn
voor alle verkeer gesloten. Waar je ook
kijkt staan gewapende politiemensen. De
protestdemonstraties van een dag eerder
zijn overigens onverwacht rustig verlopen.
De Federale Politie, zeer bedreven in het
uitlokken van een stevige kloppartij, houdt
zich gedeisd. Een voorman van de demonstranten
klaagde een dag eerder in een vraaggesprek
"de politie is veel te aardig is, ja
zelfs vriendelijk!"
Als ik mij s'avonds om een uur of zeven
bij de demonstranten op de overvolle Plaza
de Mayo voeg, hangt daar een soort festivalsfeer.
Vanaf het podium, midden op het plein, wordt
er onophoudelijk toegesproken. Geef een
Argentijn een microfoon en de woordenstroom
lijkt nooit meer te stoppen. Een groep jonge
kunstenaars, gekleed in blauwe overalls
en vergezeld door een kruiwagen met bouwmaterialen
en gereedschap, richt kleine monumenten
op. Met gele verf wordt een grote driehoek
op het asfalt getrokken, met een sjabloon
wordt in de hoeken het verkeersbord "hombres
trabajando - werk in uitvoering" geschilderd,
met een beitel wordt er wat asfalt weggehakt.
Er wordt cement aangemaakt en met bakstenen,
twee breed en acht hoog, wordt er in een
paar miniuten een monumentje opgetrokken.
Terwijl het werk in uitvoering is, gaat
één van de leden van het collectief
rond met met rode verf bevlekte blauw-wit-blauwe
lintjes die om de bovenarm van de toeschouwers
die dat willen worden geknoopt. De met bloed
besmeurde Argentijnse vlag. Ook ik ben solidair,
steek mijn linkerarm naar voren en krijg
het lintje omgedaan en als dat is gebeurd
een ferme handdruk.
Alles wat maar enigszins politiek links
is of zich daarmee verbonden voelt, is aanwezig.
De langdurig werkloze "piqueteros",
de CTA, de niet met de Peronistische parij
verbonden alternatieve vakbond, landlozen,
buurtcomités, anarchisten, voorvechters
van de rechten van de homoseksuele medemens,
kleine zelfstandigen. Rode vlaggen, Che
vlaggen, zwarte vlaggen, regenboogvlaggen,
spandoeken in vele maten en kleuren, maar
vooral rood. Er wordt fanatiek gefolderd
op een manier waarop de Nederlandse SP jaloers
zou zijn. Nieuwe demonstranten blijven toestromen,
vooral via de Avenida 25
de Mayo, de ongeveer twee kilometer lange
avenue die het Parlement met de Plaza de
Mayo verbindt. Demonstranten die de politie
op het bordes van het Cabildo, op de hoek
van de Avenida en de Plaza, ontdekken, heffen
de gebalde vuisten en schreeuwen 30 seconden
lang "Asesinos - moordenaars"
en vervolgen daarna zichtbaar tevreden met
zichzelf hun weg. Een jaar geleden stond
dit gebouw in de steigers en werden de demonstranten
door dezelfde politiemannen nog naar beneden
geknuppeld. Groepen demonstraten uit de
provincies, die er soms een mars van een
paar dagen hebben opzitten, doen mij denken
aan de Vierdaagse wandelaars in Nijmegen,
die triomfantelijk de eindstreep halen.
Ze worden, net zo als in het Nijmegen van
mijn herinnering, door de omstanders met
applaus begroet. Alleen de bloemen ontbreken.
De ordediensten van de deelnemende organisaties,
gewapend met "palos" lange houten
latten, zorgen ervoor dat niemand uit de
pas loopt en dat vooral de politie niet
tot actie wordt geprovoceerd. De stemming,
die er toch al goed in zat, krijgt een nieuwe
impuls als een van de sprekers op de melodie
van een populaire hit de tegen alle politici
gerichte strijdkreet "Que se vayan
todos - dat ze allemaal oprotten" inzet.
De vele duizenden aanwezigen hebben geen
aanmoediging nodig om vol overtuiging en
uit volle borst mee te zingen, het zijn
echter niet meer dan roependen in de politieke
woesternij die door anderen wordt bestierd.
't Is bijna zomer en lekker warm, de avond
begint te vallen. De doden zijn uitgebreid
herdacht, de zittende politici zijn bij
herhaling voor corrupte dieven uitgemaakt,
het Internationale Monetaire Fonds en de
buitenlandse banken zijn onder luid applaus
als de niets ontziende kapitalistiche rovers
van de Argenijnse rijkdommen aangeklaagd.
Zonder meer een zeer geslaagde dag, die
zonder incidenten verliep. Tegen de donker
wordende avondhemel licht de kerstverlichting
op die boven de Avenida 25 de Mayo, bij
de toegang naar de Plaza de Mayo, hangt.
"Felices Fiestas - Prettige Feestdagen"
vandaag was er vast één. Dat
er nog vele mogen volgen.
|