|
JATWERK 3 - DE GROTE VERDWIJNTRUC (06072003)
Dit weekeinde liep ik op mijn zondagse
zwerftocht door Buenos Aires langs het "Teatro
Colon" het operagebouw. Op de plek
aan de gevel, waar tot voor kort een bronzen
plaquette was bevestigd, die er aan herinnerde
dat hier ooit het eerste spoorwegstation
van de stad stond, was niets anders meer
te zien dan een koperpoets vetrand en vier
afgebroken keilbouten. De plaquette was
los gewrikt en is ondertussen vrijwel zeker
verpatst voor de schrootwaarde van een paar
Euro's. Toen ik het zag, schoot mij weer
eens door het hoofd wat er zoal aan mensen
en dingen verdwijnt in deze wereldstad.
En dat is erg veel.
Het zijn niet alleen de bronzen plaquettes,
maar ook telefoonkabels, bronzen beelden,
putdeksels, straatnaambordjes, enzovoorts.
Relatief klein spul. Auto's zijn iets groter.
Gemiddeld worden er 11.000 per maand gestolen,
net zoveel als er nieuwe auto's worden verkocht.
Ze worden niet gestolen om te worden doorverkocht,
het gaat om de onderdelen. Hoewel de autodieven
waarschijnlijk geen economie hebben gestudeerd,
weten zij beter dan de gemiddelde econoom
dat de som der onderdelen heel wat meer
waard is dan die ene auto. Om een eind aan
de autodiefstallen te maken, heeft de regering
van de provincie Buenos Aires gedecreteerd
dat alle autosloperijen onmiddellijk moeten
sluiten. Het verkopen van tweede hands auto-onderdelen
is eveneens per decreet verboden. Volgens
cynische collega's gaat de handel illegaal
verder en krijgt het als zeer corrupt bekend
staande politiekorps zo maar een nieuwe
bron van inkomsten in de schoot geworpen.
En er verdwijnen mensen. Veel Argentijnen
emigreren terug naar het land van hun ouders
of grootouders of naar Israël. Vorig
jaar emigreerde bijna 10% van de Joodse
Argentijnen naar het Beloofde Land. Iedere
maandag, week in week uit, vertrok er een
volle gratis vlucht naar een land waar je
voortdurend het risico loopt een zichzelf
opblazende Palestijn tegen te komen. Hoe
uitzichtloos moet hun leven in Argentinië
niet zijn geweest. Naar Spanje vertrekken
veel Argentijnen als toerist. Ondanks of
juist dankzij de crises, waren het er in
2002 volgens het Spaanse Ministerie van
Binnenlandse Zaken, die dat heel precies
bijhoudt, 128.312. Volgens dezelfde tellers
maakten slechts 18.742 toeristen gebruik
van hun retourbiljet, dat waren dus de echte.
De rest heeft zijn "vakantie"
voor onbepaalde tijd verlengd en verblijft
nu illegaal in Spanje. Al die Argentijnen
gaan tenminste vrijwillig. Anderen verdwijnen
tegen hun zin, zij worden ontvoerd. Naast
autodiefstal is "ontvoeren" een
andere goed renderende bedrijfstak in Buenos
Aires en omgeving.
Binnen de branche zijn er een paar specialismen.
Zelfontvoering is iets voor middelbare scholieren
of jonge werklozen. Zij verdwijnen korte
tijd uit zicht, laten hun ouders opbellen
met de mededeling dat ze zijn ontvoerd en
eisen een de draagkracht van pa en ma gerelateerd
losgeld. Het zijn meer kleine afpersers,
beginners in het vak. De al wat gevorderden
praktiseren de "secuestro express -
de bliksemontvoering" die gemiddeld
een paar uur duurt. Je krijgt een mes of
een pistool in je ribben geduwd en wordt
gedwongen betaalkaart en pincode in te leveren.
Of je wordt mee naar je huis genomen om
je daar zoveel mogelijk geld afhandig te
maken. Het is een publiek geheim dat veel
Argentijnen het "safer" vinden
hun geld in de linnenkast of onder hun matras
te bewaren dan aan een bank toe te vertrouwen.
De "bliksemontvoerders" spelen
daar handig op in, een bank beroven is immers
een stuk gecompliceerder. Een collega die
het lijdend voorwerp van zo'n bliksemontvoering
was, verhuisde daarna bliksemsnel "nu
ze weten dat ik geld in huis heb, komen
ze vast terug." Hij had kennelijk niet
het onderste uit de linnenkast gehaald.
De absolute top in het vak zijn de bendes
die zijn gespecialiseerd in het ontvoeren
van bekende personen of hun familieleden.
Bij voorkeur vaders of kinderen. Gerenommeerde
zakenlieden, voetballers en populaire acteurs
lopen een verhoogd risico om vroeger of
later diep in de buidel te moeten tasten
om een gegijzeld familielid vrij te kopen.
Het gaat niet om lullige bedragen. De eerste
eis is vaak een heel of half miljoen Dollar.
Maar de ervaring leert dat uiteindelijk
"ieder redelijk aanbod" wordt
geaccepteerd. Vooral als de ontvoering wat
langer duurt en de familie niet zo gauw
in staat is om het geëiste losgeld
op te hoesten, zakt de prijs. Tijdens een
gesprek, dat kort geleden op de tv was te
horen, snauwde een overspannen klinkende
ontvoerder de vader van de 14 jarige Facundo
Laffont toe dat als hij problemen had om
het geld bij elkaar te krijgen hij zijn
huis maar moest verkopen. "Of haal
je zoon liever uit de rivier op?" Een
dode ontvoerde is echter in meerdere opzichten
goed waardeloos, Facundo werd na drie weken
gezond en wel vrij gelaten.
Vrijdagavond werd er in twee wijken aan
de rand van Buenos Aires gedemonstreerd
tegen de toenemende onveiligheid. In beide
wijken waren in de loop van de week buurtbewoners
bij roofovervallen vermoord. Een bejaarde
man in zijn huis en een jonge man die zijn
auto niet zonder slag of stoot aan autodieven
wilde afstaan. De voorzitter van het buurtcomité
verklaarde "Alles is aan het verdwijnen.
Onze welvaart, ons werk, we kunnen 's avonds
niet meer over straat en zijn zelfs in ons
eigen huis niet meer veilig." Het zijn
trieste protesten tegen het verdwenen rustige
en goede leven van weleer. Jatwerk van de
ergste soort dat helaas niet even per decreet
kan worden verboden.
|