TERUG VAN WEG GEWEEST - 2 (16-08-2003)

“Kunt u mij misschien zeggen wat een chipknip is?” Het is op de dag af acht maanden geleden dat ik voor het laatst in Rotterdam was. Onderweg naar het centrum word ik tegenover Museum Boijmans door een jonge vrouw in zangerig Vlaams aangesproken. Het kost me enige moeite om uit te leggen wat een chipknip is. Bestaat daar geen goed Nederlands woord voor? Elektronische portemonnee bedenk ik achteraf. “Zoiets heb ik niet, kan je hier in de buurt niet met geld parkeren?” “Nergens!” weet ik uit de internetkrant. Ik verwijs haar tenslotte naar een parkeergarage in de buurt, hopelijk kan je daar nog gewoon met munten of biljetten afrekenen. Twee straten verder lees ik op een poster “Rotterdam wereldstad om te wonen!” En een derde werelddorp als het om het ontvangen van toeristen gaat, somber ik cynisch.

Onze vriendin Carolijn, die sinds een paar maanden het vroeg-in-de-morgen NOS journaal leest, had gelijk. Het is inderdaad heel erg stil in de warenhuizen van V&D, de Bijenkorf en de Hema. Om 11 uur is het ongewoon rustig op de Coolsingel. In de Bijenkorf hebben het verkooppersoneel en de caissières het enorm druk. Met elkaar welteverstaan. Ondanks de lokkende aankondiging “70% extra kassakorting op de rood gelabelde artikelen” zijn er vrijwel geen klanten. Ook bij AH was er gisteren tijdens de avondspits al haast niemand in de winkel. Daar zit ik absoluut niet mee. Waar ik wel erg mee zit, is wat die jongens van de NOS met Caro hebben uitgehaald. Waarom moet zij nu persé in een slecht passend journaalkeurslijf het nieuws lezen en mag ze ons zelfs niet een klein beetje van haar sprankelende persoonlijkheid tonen? Ik moet twee, drie keer kijken voordat ik zeker weet dat zij het echt is. Gelukkig wordt het journaal continu herhaald en komt bij het begin haar naam in beeld. Ze is het toch, wat jammer nou.

Op het Stadionplein in Amsterdam treedt vroeg in de avond “Afro Lata” op, dat mag niet worden gemist. “Afro Reggea” en “Afro Lata” zijn projecten van IBISS en Nanko van Buuren. Iedere Nederlander die in Rio de Janeiro woont of er heeft gewoond kent beide. Nanko is waarschijnlijk de enige Nederlander die Portugees met een knauwend Gronings accent spreekt. Veel belangrijker zijn echter de doelstellingen van de door hem opgerichte stichting. Straatkinderen, sloppenwijkkinderen, kinderprostitutie, in de steek gelaten kinderen, drugrunnertjes, kindsoldaten, alles wat absoluut niet kan, pakt IBISS aan. Nanko is een man zonder vrees die nog in de goedheid van de mensheid moet geloven, anders zou hij al jaren geleden met zijn werk zijn gestopt. Mijn geliefde en ik koesteren onze herinneringen van de bezoeken aan Vigário Geral, een van de gewelddadigste favelas van Rio. Op zaterdagmiddag mochten wij wel eens naar de repetities van “Afro Reggea” komen kijken. Na afloop wandelden we steevast door de wijk, kletsten we met de bewoners en dronken we samen bier. Mijn Braziliaanse collega’s begrepen er niets van, vrijwillig deze favela in gaan, grensde aan totale doodsverachting. Zelf hebben wij dat nooit zo ervaren. Soms moesten we voor donker weg zijn. De volgende dag lazen we dan in de krant dat de drugsbendes van de aangrenzende favela Parada de Lucas de handel in Vigário probeerde over te nemen. De zwaar bewapende drugshandelaren en hun jonge soldaten vochten, zodra het donker werd, om de hegemonie in de wijk.

Mijn neef Arjan heeft besloten dat we binnendoor naar Amsterdam gaan, de grote weg is vanmiddag taboe. In de Saab cabriolet is het prettig toeren door het Groene Hart van Holland. Arjan achterin, kaartlezend “deze weg volgen tot aan de brug en dan rechtsaf” en toeristische tips gevend. Pien met piratenhoofddoekje om aan het stuurwiel. Dat ze uit een familie van zeekapiteins stamt, is goed te zien. Af en toe is het volgens de gids “niet te missen uitzicht” verborgen achter de zandheuvels van de HSL in wording. Op andere plaatsen snijdt dezelfde HSL de weg naar een gewenste bestemming af. Zo moeten we het dorp Hoef missen, maar zien wel Tempel en Zwammerdam en Meije en Ouderkerk. Smalle, door groen omlijste, kronkelende wegen. Vaak met aan beide kanten sloten of meanderende stroompjes. Voor een tegenligger of medeweggebruikers met meer haast dan wij, moet even in de berm worden gewacht om de doorgang vrij te maken. Er heerst hilariteit als mijn neef ontdekt dat de “groene route” die hij op de kaart volgt, geen weg is, maar de provinciale grens. Als hij het zelf niet had gezegd, hadden we het nooit kunnen vermoeden. We genieten van ons vaderland.

De goedwillende Amsterdamse kroegbaas die de caipirinhas bereidt, moet nodig eens in Rio op les gaan. Willem en Ana waarschuwen ons en voorkomen zo een slok teleurstelling. Het worden dus Freddies, de herinnering aan de legendarische Alfred Heineken moet tenslotte ook levend worden gehouden. Andrew zit ontspannen aan de bar, zijn vrouw Jis begroet bekenden. De Consuls zijn er. En Juliette en Len en José, de aardige zingende zus van collega Eric. We missen Paul M. en Maarten en Pien en Marjon en Jan en Laura en Peter VV en Ary en Ray en bovenal mijn eigen geliefde. Nanko, heeft het druk, hij is hier om fondsen te werven. Wij zijn gekomen om hem morele steun te geven én vooral om oude bekenden uit Rio te zien.

Vijftien jaar wonen in tropische landen heeft mijn DNA gemuteerd, daarvan ben ik overtuigd. Hoewel ik in Buenos Aires de laatste weken op BBC World en CNN een lange klaagzang over tropische temperaturen in Europa heb moeten aanhoren, vind ik het nogal fris.in Nederland. Het doet mij genoegen te zien dat het een familiekwaal is. Mijn neef, eerder sportief gekleed in korte broek en T-shirt, moet kleur bekennen en zich in jeans en trui gaan hullen. Veertien subtropische jaren in Rio de Janeiro eisen zichtbaar hun tol.

“Lata” is het Portugese woord voor een blik of een blikje. Olijfolieblikken, een oliedrum, smeeroliebidons, een butagasfles, een autovelg en een biervat vormen de “latas” waarop de jongens van “Afro Lata” muziek maken. Alle blikken zijn kleurig met de spuitbus bewerkt. Het is een opgewekt en kleurrijk gezelschap bestaande uit zeven jongens en twee dansende meisjes dat op het brede trottoir van het Stadionplein optreedt. Wij, de sympathisanten van IBIIS, staan er wat stijf Nederlands omheen, maar genieten van de wervelende show die onder het bord “Zonnestudio Finesse - Herman Haarmode” aan de gang is. De zonnestudio hebben de jonge cariocas niet nodig, er staat niet voor niets “Afro” in de naam van de band. Junior schopt al kort na het begin van het optreden zijn nieuwe gympen uit. “Ze knelden” vertelt hij mij na afloop. Langs de kant zitten twee stokjesjongens. Iedere keer als er door superenthousiast op de blikken rammen een drumstokje breekt, snellen zij naar voren om een nieuwe drumstick aan te reiken en de brokstukken van het de gebroken stick op te ruimen. Zij lijken in hun doen en laten sprekend op de ballenjongens bij een tenniswedstrijd. Angelo geeft het ritme aan en is de showman. Hij speelt met en bespeelt de oliedrums, haalt de hoge tonen uit een biervat en een strakke beat uit een veiligheidshelm. Het optreden duurt een half uur of zo en spreidt opgewekte Latijnse warmte in de schaduw van het Olympisch Stadion.

Het “ hé wat leuk jullie weer te zien!” gevoel moet nog even worden vastgehouden. Met een kleine groep oude bekenden reizen we af naar de Lindengracht om bij “Duende” tapas te gaan eten. We vinden een tafel in de dansstudio, want “Duende” is zowel een tapas café als een flamenco dansstudio. “Duende” betekent van alles volgens het on-line woordenboek van de Real Academia Española. Het meest toepasselijke vind ik “encanto misterioso e ineflable (Andalucía: Los duenos del canto flamenco) - mysterieuze en onverklaarbare bekoorlijkheid” dat met de uit Andalusië stammende flamenco heeft te maken. Vanavond jammer genoeg geen ritmisch tikkende hakken, streng uitziende vrouwen of klakkende castagnetten, maar wel smakelijke Spaanse hapjes en veel wijn. We halen herinneringen op, praten bij, wisselen emailadressen uit. Juliette stopt mij een op een bierviltje geschreven boodschap voor mijn in Argentinië achtergebleven geliefde toe. Weer eens wat anders dan een “message in a bottle” terwijl er zat lege flessen op tafel staan. We eten, we drinken, we hebben het erg naar ons zin. Op het prikbord hangen aankondigen met “Tango Argentino” erop. Sinds ik in Buenos Aires woon, is tangomuziek en wat daar zo al bij hoort haast niet meer uit mijn leven weg te bannen. Het er over vertellen, roept soms mooie nieuwe verhalen op. Vanmiddag nog werd mij in een zonnige tuin in Overschie een prachtig tangoverhaal verteld en deed de vertelster de belofte het op te zullen schrijven.

Tegen middernacht rijden we terug naar Rotterdam, via de grote weg met het dak dicht en de verwarming aan. Ik leer het woord BOB, bewust onbeschonken bestuurder, kennen. Hoe verzinnen ze het! Bestaan er soms ook BBB’s, bewust beschonken bestuurders? Na “chipknip” is het voor de tweede keer vandaag dat ik met nieuwerwets Nederlands word geconfronteerd. Terug van weg geweest en bijna weer helemaal thuis. Het aangename weerzien zal echter van korte duur zijn. Morgen door naar Londen om te werken en eind volgende week terug naar Buenos Aires, want dat blijft voorlopig nog ons thuis ver weg van huis.

Lezers die belangstelling hebben voor de doelstellingen van de Stichting IBISS en/of het werk van Nanko van Buuren en zijn medewerkers financieel willen steunen, worden van harte aangemoedigd om dat te doen. Ik weet van nabij dat uw donaties goed zullen worden besteed. U kunt zich als donateur aanmelden via de Nederlandstalige website www.ibiss.info