KUNST UIT DE PETOET (07092003)

“Het spannendste museum van Nederland” zo beschrijft Museum de Gevangenpoort in Den Haag zichzelf. De Argentijnse tegenhanger, het Gevangenismuseum van Buenos Aires, is vrijwel zeker koploper in de categorie “saaiste museum ter wereld.” De Gevangenpoort heeft tenminste de gebroeders de Witt die in 1672 door het gepeupel op het Groen Zooidje werden vermoord, martelwerktuigen, beulszwaarden en een echte martelkamer. Buenos Aires komt niet veel verder dan een fotogalerij van Directeuren Generaal van het Gevangeniswezen en zo te zien afgedankte etalagepoppen die zijn opgetut met de uniformen van gevangenbewaarders. Wie saaier kan bedenken, mag zijn vinger opsteken. Als verzachtende omstandigheid valt misschien aan te voeren dat de Gevangenpoort al in gebruik was voordat Buenos Aires werd gesticht.

Het “Argentijnse Penitentiair Museum” zoals het officieel heet, is gevestigd in een van de oudste gebouwen van de stad in het stadsdeel San Telmo. Het was bedoeld als school, werd een klooster en tenslotte een vrouwengevangenis. De bouw ervan begon in 1734, min of meer gelijktijdig met de ernaast gelegen kerk van Nuestra Señora de Belén - Onze Lieve Vrouw van Bethlehem. De buitenkant ziet er dan ook kloosterachtig en gesloten uit, de binnenkant is veel opener. De vrouwengevangenis werd bijna honderd jaar lang door de religieuze orde van de “Zusters van de Goede Herder” bestierd. Het dagelijks leven speelde zich af op en rond de flinke binnenplaats, die aan drie kanten wordt omzoomd door een galerij van twee verdiepingen. In de schaduw van de grote buurvrouw, staat aan de vierde kant een kleine kapel die is opgedragen aan Nuestra Señora del Carmen, de schutspatroon van de Argentijnse gevangenissen.

Het grootste deel van de oude gevangenis is tegenwoordig in gebruik bij de “Academie voor Hogere Penitentiaire Studies.” Aan het museum is een zijvleugel op de begane grond toegewezen. Daar wordt in de voormalige cellen de zeer bescheiden collectie getoond. Naast de fotogalerij van de DG’s en de uniformen, is er een ruimte met een uitpuilende ladekast “het archief” en een cel met landbouwwerktuigen en een naaimachine. In wat ik de “pronkcel” zou willen noemen, is in een alkoof een vitrine gemaakt waarin in beslag genomen uitbraakgereedschappen worden getoond. Van het type in een broodje gebakken vijl, zagen, houtboren, pikhouwelen, in een borstel verborgen vijl, in een tennisbal verborgen valse sleutel en zo. Wat het zwart geel gestreepte uniform dat de vitrine overheerst er mee heeft te maken, blijft duister. In een grote zaal staan een enorm bureau en een apothekerskast, beide van mooi bewerkt hardhout. Het product van resocialiserende dwangarbeid? Suppoosten heeft het museum niet, wel veel bordjes met “no tocar - niet aanraken” er op. Een klein object in je stak zeken, zou geen enkel probleem zijn. Hoewel. Na een bezoek aan de “modelcellen” zou je onmiddellijk geneigd zijn het gejatte spul weer terug te zetten. Ondanks dat er in artikel 29 van de Grondwet is vastgelegd dat “iedere cel gezond en schoon dient te zijn en moet bijdragen aan de resocialisatie van de bewoner” zien de cellen er niet al te aantrekkelijk uit.

De vrouwengevangenis werd in 1978 gesloten en overgeplaatst naar Ezeiza, een plaatsje onder de rook van het internationale vliegveld van Buenos Aires. Die inrichting biedt “gastvrijheid” aan niet minder dan 1.900 vrouwen en zit stampvol. Daar kom ik achter als ik in het studiocomplex (televisiefabriek zou veel toepasselijker zijn) van Canal Siete - Kanaal 7 gevangeniskunst ga bekijken. De expositie van “arte tumbero - kunst uit de petoet” hangt in de brede hall en bestaat hoofdzakelijk uit op grote witte servetten afgedrukte grafiek. Het ziet er niet al te bijzonder uit, het zijn echt de probeersels van beginners. Een met gekleurd elastiek versierde rechtop gezette bedspiraal getiteld “Vestido del Muerto - Huella de Artista ­ - Doodskleed - Afdruk van de Artieste” is het enige werk dat er uitspringt. Niet zo lang geleden was het nog te zien op de prestigieuze kunstbeurs ARTEBA2003, het equivalent van de Amsterdamse KUNSTRAI. Prenten met veel voeten. Vrije voeten? Prenten met nog meer voeten en voetballen. Prenten waarin met grote letters het woord “Cárcel - Cel” staat afgedrukt. Een prent waarop een eenzame vrouw op het toilet (van haar cel?) bandoneon zit te spelen. Het gevangeniscollectief “La Estampa” nodigt u uit om hun werk te bewonderen.

Omar Alvarez is zo te zien blij verrast een bezoeker te zien. Hij werkt als psycholoog in de gevangenis en houdt een oogje in het zeil. Als ik klaar ben met foto’s maken, spreekt hij mij aan. “Waarom ben je hier en waarom maak je foto’s?” Ik vertel hem over een Nederlandse vriend die in de gevangenis van Hoogvliet bij een soortgelijk project betrokken en dat ik hem over de Argentijnse tegenhanger wil schrijven. Een goed bedoeld, doch totaal overbodig, exposé wordt mijn deel. Een veel betere verklaring wordt gegeven door een begeleidende tekst die als kopregel “Getuigenissen van Geïnterneerden” heeft. “In de gevangenis terecht komen, was voor mij hetzelfde als in een diepe donkere put vallen. Vanuit de duistere diepte kun je alleen hoog boven je hoofd het licht zien. Al snel dwongen mijn handen me om naar het licht toe te gaan klimmen. Kunst is geen therapie. Het is een zaadje dat door de wind wordt meegevoerd zodat er altijd kunst zal bestaan. Het is onze manier om te zeggen “IK BESTA!” Wat mij betreft is deze uitspraak een flinke strafverkorting waard. Kunst uit de petoet. Niet mooi, wel heel erg diepzinnig.