DEEP IN THE HEART OF TEXAS - 2 (30092003)

Precies op de plek waar de Interstate 45 overgaat in de US-75 is er in de boven de stad zwevende highway een “langzame” bocht naar rechts. Daardoor kan je op je gemak de wolkenkrabbers van downtown Dallas bekijken. De stad waar JFK in 1963 werd vermoord. De stad die als decor diende voor de veel bekeken televisieserie “Dallas.” De stad van JR, Bobby, Sue Ellen, Pam en Miss Ellie. Waar zou het hoofdkantoor van Ewing Oil eigenlijk staan? Nergens natuurlijk, het was een bedrijf dat slechts bestond in de fantasie van de schrijvers van het draaiboek. Op kantoor moedigden wij in die jaren net uit de collegebanken gestapte nieuwe collega’s aan om vooral goed naar Dallas te kijken. Waarom? Dat was, zo doceerden wij oude rotten, de beste manier om snel te leren hoe de olie-industrie in elkaar stak.

Deep in the heart of Texas, onderweg naar vrienden van vroeger. Of beter, naar een vriendin. Meer dan veertig jaar geleden, toen ik nog trouw iedere zondag kerkte, emigreerde de heer Klerks, de jeugdouderling van onze kerk, naar Cincinnati, Ohio. Mijn laatste verzoek aan hem was om mij een correspondentievriendin te bezorgen. In een tijd dat belofte nog schuld maakte, had ik een half jaar later een echte Amerikaanse “pen pal” die Frances heette. We schreven elkaar regelmatig. In 1967 kwam ze naar Rotterdam. We reisden met de trein naar Barcelona, iets dat in het pre-TGV tijdperk geen sinecure was. Zo’n reis van eens maar nooit weer. Rotterdam - Paris Gare du Nord. Met een taxi naar het Gare de Lyon. Vervolgens een nacht lang in een volgepakte trein naar Zuid Frankrijk. Buitengewoon oncomfortabel, herinner ik me. Aan de Franse kant van de grens uitstappen, in het stationsgebouwtje langs de douane, om daarna aan de andere kant met de op een bredere rails staande Spaanse trein door te boemelen naar ons reisdoel.

We vonden elkaar wel aardig, maar tegelijkertijd erg vreemd. Zij had, toen nog heel ongebruikelijk, allerlei ijzerdraad in de mond om haar tanden te reguleren en droeg een rare bril. Aan de receptie van het hotel in het centrum van Barcelona, Carlos V staat me nog altijd bij, ontstond een klein drama. Er was nog maar een kamer vrij. Nee, met mij in dezelfde kamer slapen, zelfs al stonden er twee bedden, was uitgesloten. We hadden echter geen van beiden veel geld in die dagen en dat beslechtte de pleit. Uit economische overwegingen zouden we de nachten in één kamer doorbrengen en verder zou het niet gaan. Ook daarna in Madrid niet en evenmin daarna in Parijs. Einde eerste bedrijf.

Er waren kort plannen om na mijn militaire dienstplicht naar Amerika te emigreren. Dat was op het hoogtepunt van de oorlog in Vietnam. Toen mij werd uitgelegd dat er een goede kans bestond dat ik in de VS nog een keer voor de dienstplicht zou kunnen worden opgeroepen, zag ik dat niet meer zitten en bleef gewoon in Nederland. Op de avond voordat zij voor de eerste keer ging trouwen, belde ze me op. Als ik beloofde zo snel mogelijk naar Cincinneti te komen dan zou de trouwerij niet doorgaan. Tranen met tuiten werden er aan de andere kant van de Oceaan gehuild. Ik moest twee keer slikken voordat ik haar vertelde, dat ik geen zin had om voor wie dan ook naar Vietnam te gaan. Einde tweede bedrijf.

Begin 1982, tijdens de Falklandoorlog, reisden wij met de kinderen vanuit Engeland naar Florida. In Orlando gingen we niet alleen drie keer een hele dag naar Disneyworld, maar ook naar Sea World, naar Busch Gardens en naar het strand van St. Petersburg aan de Golf van Mexico. Het zand was daar zo heet dat je er niet met je blote voeten op kon lopen. Dat was niet zo heel erg, het was fascinerend om te zien hoe de pelikanen vlak voor de kust de vissen uit het water opdoken. Na een kort verblijf bij een vriendin van mijn voormalige geliefde, die in Jacksonville woonde, reisden we door naar Savannah. Toen we Georgia binnen reden viel er net een enorme regenbui. Alsof de duvel er mee speelde, draaide een lokaal radiostation precies op dat moment “A rainy day in Georgia” van Ray Charles. Onvergetelijk! Daarna South en North Dakota om tenslotte Virginia Beach, Virginia te bereiken. Door de jaren heen hadden Frances en ik onregelmatig contact gehouden. Happy Birthday, Merry X-mas and a Happy Newe Year. Ze was voor de tweede keer getrouwd, met Jon die arts was in de US Navy. Beiden waren erg aardig voor onze zonen, die op een Engelse school zaten en daardoor vloeiend Engels spraken. We maakten dagtochten naar onder andere het historische Williamsburg. Jon leerde Vincent en Olav catfish vangen in een grote vijver vlakbij hun huis, een aardiger oom en tante bestonden er niet. Einde derde bedrijf.

Tien jaar later, ik woonde en werkte ondertussen in Nigeria zonder gezin, had ik tijdens mijn verlof opeens zin om even naar de States te gaan. Het National Museum for African Art in Washington DC scheen een prachtige collectie Benin bronzen beelden te bezitten die ik graag met eigen ogen wilde bekijken. Ik mocht het appartement in een garage van een kennis gebruiken als uitvalsbasis voor mijn zwerftochten door de stad. Natuurlijk ging ik even langs in Virginia Beach. Jon was virtuoos op de barbecue, we kletsen en dronken bier, veel bier. De moeder van Frances kookte rabarber met gember en slagroom, heerlijk. Ik huurde een auto en kreeg ongevraagd het lage militaire tarief. Was het Jon zijn imposante uniform of was het mijn spijkerbroek met denim overhemd? In mijn eentje Williamsburg nog eens bekeken. Een stuk saaier dan de vorige keer samen met mijn zonen. Hét verhaal dat aan ieder die het wilde horen moest worden verteld was dat ik in DC, waar de souvenirhandel in handen was van Vietnamezen, had staan afdingen op de T-shirts die ik had gekocht. Zoiets doen Amerikanen niet. Voor mij was het een reflex geweest. In Nigeria moest er immers op iedere aankoop worden afgedongen? Na een dag of wat vloog ik via Nederland snel terug naar Lagos. Einde vierde bedrijf.

Deze week moest ik voor mijn werk in Houston, Texas zijn. Jon en Frances wonen al weer een jaar of tien in de omgeving van Dallas. Daar had Jon nadat hij door de marine was gepensioeneerd ander werk gevonden. Met de auto is de afstand tussen beide steden in een uur of vijf te overbruggen. Dichtbij genoeg om langs te gaan. Ze wonen in mooi huis in een dure buurt die terecht “Eldorado” heet. Na de lunch mag ik de omgeving gaan bekijken. Uitsluitend vrijstaande huizen met grote tuinen en joekels van auto’s in de opritten. Jon daagt een heftig blaffende hond uit, maar die houdt afstand. “Onzichtbare elektronische schrikdraad” legt Jon uit. Bosschages, bomen, een golfbaan met clubhuis, meertjes, stroompjes, vissende reigers, rode eekhoorns en ruimte, vooral veel ruimte. Én een ontdekking: de Osage Orange. De Osage Indianen woonden in het noorden van Texas, het zuidoosten van Oklahoma en in Arkansas. De “orange” lijkt sprekend op een sterk vergrootte tennisbal met het uiterlijk van een pompelmoes. De boom is interessanter. Keihard hout en takken met veel doornen. Voordat het prikkeldraad werd uitgevonden, werden deze bomen als hagen geplant en hadden dezelfde functie. Het buigzame hout had meerdere toepassingen. De Osage gebruikten het om bogen van te maken. De Fransen noemden het daarom “bois d’arc” dat werd veramerikaanst tot “bowark.”

We praten over Irak, de doden, de gewonden, de kosten. “Conservatief Amerika is dom” zegt Jon “ze luisteren naar de sound bites op de televisie en lezen niet verder dan de koppen op de voorpagina van de krant. Allemaal heel erg oppervlakkig.” In een buurt waar vrijwel iedereen George W. een geweldige president vindt, zijn mijn vrienden als tegenstanders van de oorlog roependen in de woestijn. Ik neem het ze niet kwalijk dat ze zich gedeisd houden. Voor het diner gaan we in de “mall” vlug wat “king size” lakens kopen en een schaar om mijn baard en snor te trimmen. Op de verpakking van één type schaar staat dat deze “salon tested” is. Die wil ik hebben, het kan me niet schelen dat ie een stuk duurder is dan de ongeteste scharen. Op het parkeerterrein bekijken we wat uitzonderlijke auto’s. “Heb je in Houston nog Humvees gezien?” vraagt Jon. Het is een kleinere uitvoering van de Humvee waarmee de US Army in Irak rondrijdt. Ze kosten ongeveer US$ 55.000 en gebruiken 1 (gallon) op 9 (mijlen). “Nee, jammer genoeg niet gezien”. Big money, small talk. Einde van het vijfde en voorlopig laatste bedrijf.

Tijdens de terugrit naar Houston op de autoradio hits uit de jaren 70 en 80. Tussen de muziek door veel reclameboodschappen én een herhaalde oproep om mee te doen aan een wedstrijd zwanger worden! De eerste keer kan ik mijn oren niet geloven, de tweede keer kom ik niet bij van het lachen. Jonge echtparen zonder kinderen, die aan een baby toe zijn en kunnen aantonen dat de vrouw niet zwanger is, worden uitgenodigd voor een lang weekeinde in een luxe hotel “all expenses paid!” Op maandagmorgen een zwangerschapstest. Wie zwanger is geworden, wint “de mooist denkbare babyuitzet”. “Zin om mee te doen? Bel nu!!” Deep in the heart of Texas is “baby´s maken” een nieuwe tak van wedstrijdsport.

Door de luidsprekers van het George Bush International Airport in Houston klinkt bij herhaling: “Houdt u er rekening mee dat iedere ongepaste opmerking of grap over de veiligheidsmaatregelen tot uw aanhouding en detentie kan leiden. Wij danken u voor uw medewerking!” Zo gaat dat tegenwoordig in “the land of the free and the home of the brave.” Kort ervoor had een veiligheidsfunctionaris bij de röntgenmachine me gevraagd mijn handbagage aan te wijzen. “We´ll carry that for you, sir. Please follow me.” Ik moet op de gele stoel naast een soort keukentafel gaan zitten en wordt verzocht mijn gympen uit te trekken. Die worden doorgelicht op verbogen wapentuig. Vervolgens moet ik mijn ongeschoeide voeten een voor een optillen, de metaaldetector wordt langs voeten en onderbenen gehaald. “Wilt u op de aangegeven plaats op de mat gaan staan met uw gezicht naar de tafel?” Op de mat staan twee gele voetafdrukken. Armen spreiden, broekriem los maken en van mijn lichaam afhouden. De in de hals van mijn T-shirt gestoken leesbril moet ik op de tafel leggen “anders gaat de detector af.” Terwijl de man zijn rituele dans om mij heen maakt, doorzoekt zijn vrouwelijke collega mijn tas. Net zoals mijn medepassagiers onderga ik het gedoe gelaten. Bij gebrek aan passend alternatief vervoer, zit er niets anders op dan het spel mee te spelen.

Op de vlucht naar Miami wordt er om mij heen uitsluitend Spaans gesproken. Jon had mij al verteld dat veel Anglo’s uit de stad wegtrekken omdat ze geen zin hebben om Latino’s te worden. Mij geeft het echter het aangename gevoel langzaam maar zeker weer terug naar Buenos Aires te gaan. Terug naar huis. Nog een dag vergaderen in Miami en dan ’s nachts de retourvlucht. Ik vind het helemaal niet erg om iedere dag Spaans te moeten spreken. Om van een calvinistische Nederlander een Latino te maken, is er heel wat meer nodig.