GRACHTENGORDEL (17102003)

Plotseling is het voorjaar in Buenos Aires, de temperatuur liep vanmiddag op tot 30°! Eindelijk is het weer eens warm genoeg voor een avondwandeling zonder trui. Doelloos door de stad rondzwerven is af en toe wel leuk, maar het liefst ga ik op pad met een doel voor ogen. Eerst even langs bij het Culturele Centrum Borges om te zien of de verkooptentoonstelling van Argentijnse galeriehouders al kan worden bekeken. Niet dus, nog in volle opbouw. Beneden pik ik net voordat er gaat worden afgebroken een expositie van kleurig beschilderde vliegers mee. Sommige saai, sommige sexy, sommige zelfs grappig.

In de expositieruimtes van de Alliance Française, even verderop, is op de begane grond een kleine fototentoonstelling. Ximena Roux toont gemanipuleerde foto’s. “Ontketend” is de titel. Alle foto’s tonen delen van het lichaam van een gemanipuleerde vrouw, door de fotografe welteverstaan. Zo heeft zij heeft sommige foto’s verknipt en daarna met een ruimte er tussen weer samengevoegd. Eén foto, twee beelden. Wat mij betreft had de titel beter “Verknipt” kunnen zijn. Op de eerste verdieping hangen tekeningen, het zijn haast allemaal spotprenten en beeldverhaalplaatjes. Die heb ik de aflopen week al veel te veel gezien. In het “Palais de Glace” onder andere, waar de “Beste Argentijnse tekeningen “ waren te bewonderen. Van hetzelfde laken een pak met dezelfde slechte snit.

De Britse tegenhanger van de Alliance Française is het British Arts Centre. Ook daar hangen meestal foto’s in de expositieruimte. Onder de titel “Hablar de Muros - Sprekende Muren” toont de Argentijnse journalist, publicist en fotograaf Andrew Graham-Yooll een stuk of dertig foto’s die hij maakte van met slagzinnen bekladde muren. Zoals de titel al suggereert, spreken de foto’s voor zichzelf. Waarom echter moeten deze foto’s van dertien in een dozijn zo nodig worden geëxposeerd? Kunst? Protest? Getuigenissen van sociaal roerige tijden? Inmiddels heb ik een aardig archief opgebouwd van door mijzelf geschoten foto’s van sprekende muren en sjabloongraffiti. Jammer dat er in Buenos Aires geen Nederlands Cultureel Centrum is waar ik mijn eigen muren kan laten zien.

Naast het BAC staat op het trottoir een groepje mensen met een glas in de hand te kletsen. Dit moet de openingsavond van een galerie zijn. Geheel onbedoeld wandel ik in T-shirt, modern gesneden jeans en gympen de grachtengordel van Buenos Aires binnen. Bij Galerie “El Socorro”, vernoemd naar de kerk vlakbij, opent vanavond een tentoonstelling van het werk van Max Hoeffner. Uit de verte lijken het schilderijen, van dichtbij blijkt het gemengde techniek. Hoeffner’s grote inspiratiebron is de Mississippi Blues. Hij is erfelijk belast. Zijn vader, een notaris, was verslaafd aan de klassieke blues en stond bekend als de grootste verzamelaar van dit genre in Latijns Amerika. Max erfde de uitgebreide fonotheek en zet het levenswerk van pa in een andere vorm voort. Volgens de galeriehouder wordt Hoeffner geïnspireerd door de platenhoezen en de muziek. “De enige manier waarop hij kan werken, is met een oude blueslangspeelplaat op de draaitafel” onthuld hij. Het werk is kleurig en meerdimensionaal. Max schildert een achtergrond, knipt figuurtjes van dun materiaal, beschildert ze, kleedt ze aan (of niet) en plaatst ze in de scène. De caféklok is een oud horloge. De rook van de stoomtrein zijn katoenen watten, de voorkant van de stoomketel is een radertje van een uurwerk. Gitaren hebben snaren van naaigaren. De lijsten lijken te zijn gemaakt van het juthout dat in de buurt van zijn huis is aangespoeld. Leuk anders.

Bij Galería Principium is het minder druk. De kleuren van de “brotes” van María Causa doen niet onder voor de “blues” van Hoeffner. “Brote” betekent zoiets als “iets dat opbloeit of ontluikt.” Dat is heel toepasselijk, de “brotes” zouden inderdaad ontluikende bloemen kunnen zijn. Intrigerend vind ik het gebruik van de Braziliaanse “figa - vuistje“ of een flinke kei als “bloem.” María legt me uit dat sommige werken van triplex zijn gemaakt waarin zij patronen heeft gegraveerd. Dan onthult ze een “geheim”. Om de praktische reden dat zij en haar Vlaamse echtgenoot in Montevideo wonen, moeten de werken per auto kunnen worden vervoerd. Het zijn daardoor een soort bouwpakketten die bestaan uit een metalen voet, een houten opbouw en een deksel met ornament bovenop. Kleurrijk en spannend.

Op de stoep en de straat voor Galería Palatina staat veel meer en veel eleganter publiek. Goed in het pak, jurk of complet, lekkere parfums en ongegeneerd met juwelen behangen. De wit gehandschoende bediening doet haar werk met gepaste discretie, zelfs op straat. Bij de deur staat breed geschouderde bewaking. Hoewel ik qua kleding absoluut uit de toon val, wordt me geen strobreed in de weg gelegd. “Champán señor?” is de enige vraag die wordt gesteld. De fotograaf Aldo Sessa exposeert “las manos creadores - scheppende handen.” Ietwat saaie zwart-witte foto’s van handen van bekende Argentijnen. Als ik de handen van de zangeres Mercedes Sosa bekijk, valt het me op hoe die de leeftijd van de mens kunnen verraden. Op de tien jaar oude foto zien haar handen er al ouder uit dan haar gezicht nu. “Mag ik nog wat bijschenken, señor?” De slecht gesneden passe-partouts zijn bij deze vergeven.