11 MINUTEN (15112003)
We voelen ons licht bestolen. Zowel door Albert Heijn als door McDonalds. Disco, het Argentijnse Ahold filiaal, gaf iedere keer als wij er boodschappen deden een bon die bij McDonalds kon worden omgeruild voor een gratis kop cappuccino of cheeseburgers. Dat dachten wij althans. Het waren slechts twee koppen koffie of twee cheeseburgers voor de prijs van één. Ook goed. We bestellen, maar voelen ons enigszins belazerd bij het afrekenen. Voor veel minder geld hadden we in de confiteria een heel wat smakelijker kop koffie met veel betere sandwiches gekregen. Je als ouderwetse AH klant gedragen door “op de kleintjes te letten” wordt in Argentinië afgestraft met slappe koffie en kleffe broodjes. Terug thuis hebben we de bonnen die er nog lagen direct weggegooid. Dat was eens maar nooit weer.
Eerder op de dag had onze logee zich ook al lichtelijk verneukt gevoeld. De kwaliteit en afwerking van zijn handgemaakte tangoschoenen, die hij na letterlijk veel passen en meten eindelijk thuisbezorgd had gekregen, vielen vies tegen. Hij was al twee, drie keer naar de schoenmaker terug geweest en iedere keer was er iets anders mis. Heel erg verkeerde rubber hakken zaten eronder waarmee hij uitgleed op de dansvloer. De oudere tangueros lachten hem net niet uit en moedigden hem aan vooral terug te gaan naar de “vakman” die toch beter zou moeten weten. Die man had de pech dat deze toerist vele weken langer in Buenos Aires bleef dan de gemiddelde passant en gewoon van mening was dat maatschoenen als gegoten horen te zitten. Want ook dat zat niet goed. De aanhouder won het bijna, maar toch niet helemaal. Moe van het gezeik en iemand die als er besteld wordt alles begrijpt doch bij klachten plots geen enkel woord meer buiten de deur spreekt, had hij de schoenen geaccepteerd. Met de goede hakken, dat wel. Op de wreef sloten ze nog steeds niet goed.
“Fatomano” heet die schoenmaker. “Mano” betekent hand. Zou “fatomano” de Spaanse verbastering van “fait à la main” zijn? Volgens het van Dale S/N woordenboek is “fato” een specifiek Argentijns woord dat “verdacht zaakje” betekent. “Zie nu wel” zei ik pesterig “de man schaamt zich er niet eens voor. Je had het kunnen weten!” De logee liet het er niet bij zitten. Hoewel hij zichtbaar de pest in had, was daarmee te worden geziekt iets van een andere orde. Hij haalde de boodschappentas uit de logeerkamer en inderdaad de schoenwinkel heet “Fattomano” met twee tees. Ik hield het erop dat het een schrijffout was. “Ik heb hem verteld dat ik iedereen die ik in Nederland ken over mijn slechte ervaringen zal vertellen” zei hij venijnig. Dat was dus eens maar nooit weer.
Toen we tegen elkaar mopperend het snellehaprestaurant uitliepen, was er even verderop een oploopje. Aardig wat politie en publiek. Omdat wij toch die kant uit moesten, gingen we poolshoogte nemen. Op straat lag een arrestant met een doek over zijn hoofd en de handen op de rug gebonden met strak aangehaald plastic draad. Zo gaat dat in Buenos Aires met “delinquenten” zoals misdadigers uit iedere categorie hier steevast worden genoemd. Er was sprake van literaire diefstal! Niet van het type plagiaat. Voor die diefstal van de ergste soort wordt vrijwel nooit iemand gearresteerd, daarvoor is de schandpaal kennelijk voldoende. Een politieman hield een stuk of vijf boeken, het bewijsmateriaal, in zijn handen. Bovenop lag “Once minutos - 11 minuten” van Paulo Coelho. Het recent gepubliceerde boek, dat net als een sprookje met de woorden “er was eens” begint, was voor de dief niet als een sprookje afgelopen. Hoewel hij slechts 11 minuten had willen stelen, krijgt hij waarschijnlijk als epiloog een paar weken cel in de schoot geworpen. Dat was, zo vermoed ik, eens maar nooit weer.
Het is niet voor het eerst dat ik een min of meer spontane ontmoeting heb met Paolo Coelho. Een paar maanden geleden kondigde een goede vriend aan dat hij een lang weekeinde naar Athene zou gaan. Niet zo maar. Hij had zich heilig voorgenomen om op de Acropolis het boek “de Alchemist” van Coelho te gaan lezen. Na de daad bij het woord te hebben gevoegd, stuurde hij een foto als bewijs. BBC World wijdde enige tijd terug een lange rapportage aan Coelho, die in een slaperig stadje in de schaduw van de Franse Pyreneeën werd geïnterviewd. De diefstal van zijn boek heeft mijn nieuwsgierigheid gewekt. Op het internet vind ik het eerste hoofdstuk van “11 minuten” in het Spaans. Toevallig moet ik naar Rio de Janeiro, de stad waar Coelho is geboren en waar ik zelf een paar jaar heb gewoond. Én de stad waar Maria, de hoofdpersoon uit “11 minuten“ op het strand van Copacabana een ontmoeting heeft die haar leven zal veranderen. Ik neem me voor om de tekst in Rio op het strand te gaan lezen.
Bij “Posto 4” op het strand het strand van Barra de Tijuca voeg ik tussen twee lange vergaderingen door de daad bij het woord. Het kost me minder dan elf minuten en ik vind er niets aan. Ligt het aan mij? Lees ik het begin van het boek op het verkeerde strand? Op het verkeerde moment? Alle drie? Nee, ik vind er echt niets aan. Dat was Paulo Coelho eens en waarschijnlijk nooit weer.