|
OSCAR (04022005) 31 Januari 2005. Als het vliegtuig vlak voor de landing in Rio de Janeiro door de wolkenlaag zakt, is het eerste gebouw dat ik zie een “Brizolão” het zonder enige moeite te herkennen geprefabriceerd schoolgebouw. Ontworpen door de fameuze architect Oscar Niemeyer en vernoemd naar Leonard Brizola, die gouverneur van de deelstaat Rio de Janeiro toen de eerste scholen van dit type werden gebouwd. Overal in en rond Rio kom je dit vierkante, strakke betonnen gebouw met ramen als half geloken ogen tegen. Onmiskenbaar Niemeyer. Mijn fascinatie voor Oscar Niemeyer begon in het midden van de jaren 1960. Toen keerden twee met mijn familie bevriende matrozen van de Koninklijke Marine terug van een wereldreis op kosten van de Nederlandse Staat. Niet met een luxe cruiseschip, maar met het vliegkampschip Karel Doorman. Karl Spies, een oude buurjongen uit Arnhem, en zijn maat Jaap Meijer, die ik ervan verdacht een oogje op mijn oudste zus te hebben, deden tijdens die reis Rio de Janeiro aan. Voor mij brachten ze een boek over Brasilia mee, de nieuwe Braziliaanse hoofdstad die eerder dat jaar was ingewijd. Het stond vol met foto’s van de verrassend futuristische gebouwen die waren ontwerpen door Oscar Niemeyer. In 1991, zo’n beetje het laatste jaar dat er directe vluchten tussen Lagos en Rio de Janeiro werden uitgevoerd, reisde ik naar Brazilië. Na een dag in Rio volgden Petropolis en Belo Horizonte, de hoofdstad van de deelstaat Minas Gerais: Daar werd aan het meer van Pampulha gelucht in het door Niemeyer ontworpen voormalige casino. Na de lunch reed de gids in vliegende vaart langs een ander ontwerp van Niemeyer, de uit de jaren 1940 daterende kerk van Sint Franciscus van Assissi. Toen maakte een buitenmuur met een enorm blauw-wit tegeltableau van Cândido Portinari met beelden uit het leven van de Heilige Franciscus, veel meer indruk op me dan de architectuur van het Godshuis. Nadat we in 1999 naar Rio de Janeiro waren verhuisd, sloop Niemeyer langzaam maar zeker mijn leven weer binnen. Een maand na aankomst was er bij mijn werkgever wat te vieren, wat gebeurde in het Casa das Canoas in São Conrado. Dat bleek het eerste door Niemeyer voor zichzelf en zijn familie ontworpen woonhuis te zijn. Een kleinzoon was een collega en via hem was het allemaal geregeld. Het huis was tegen een steil oplopende bergwand aangebouwd en had een terras met een prachtig uitzicht op de Atlantische Oceaan, maar dat was een bijkomstigheid. Voor de geïnteresseerde liefhebber was het een stuk boeiender om te zien hoe het huis op een natuurlijke manier op en om de bergwand was gebouwd. De berg bepaalde de vorm van de woon- en slaapkamers. Het hoogteverschil bepaalde het aantal verdiepingen. Een zo te zien moeilijk te verwijderen brok rots was ingenieus in het ontwerp ingepast en leek op een abstracte sculptuur die pas na de bouw was geplaatst. Aan het begin van het nieuwe millennium was er in Riocentro, een expositiecentrum aan de buitenkant van de stad, een grote Niemeyer overzichtstentoonstelling. Om een verjaardag te vieren of een jubileum. Een verlate 90ste verjaardag of het feit dat hij 65 jaar geleden zijn eerste ontwerpen maakte? Het “waarom?” is niet echt belangrijk. Daar ontdekte ik verassende nieuwe aspecten van Niemeyer: beeldende kunst en meubelontwerpen. Hij toonde daar zijn geheel eigen versie van de chaise longue, de comfortabelste luie stoel die ik ooit in mijn leven had gezien. Verder waren er maquettes of foto’s van vrijwel alle door de grote Oscar ontworpen gebouwen te zien én tekeningen én voor zover ik me herinner sculpturen. Buitengewoon boeiend. Met een Braziliaanse collega ging ik af en toe naar de tegenover Rio gelegen stad Niteroi, naar het door Niemeyer ontworpen Museum voor Hedendaagse Kunst. Het fraai op een in de zee uitstekende rotspunt gelegen gebouw was een lust voor het oog. De collectie binnen leek nergens op, het deed er niet echt toe. De architectonische uitstraling van het op een vliegende schotel lijkende museum was de reis iedere keer meer dan waard. Later ging ik met mijn geliefde regelmatig in het nog verderop gelegen dorp Jurujuba lunchen. Heerlijke schotels van de vreemdste zeevruchten met als digestief even langs Niemeyer’s museum rijden. Gewoon er langs voor weer naar huis te gaan, binnen was er toch niets te zien. In het najaar van 2000 maakten we een bustocht waarin we onder andere Belo Horizonte aandeden en de door Niemeyer ontworpen kerk bezochten. De uitleg van de gids ging niet zozeer over het tegeltableau van Portinari aan de buitenkant of de door hem geschilderde kruisweg binnen. De uitleg ging over het feit dat het jaren had geduurd voordat de kerk in gebruik had kunnen worden genomen omdat de aartsbisschop had geweigerd om het Godshuis te wijden. Niemeyer, die bekend stond als een “belijdend communist”, zou volgens de bisschop op slinkse wijze een “hamer en sikkel” in het ontwerp hebben verwerkt. Met een overdosis fantasie en met dit verhaal in het achterhoofd zou je vanuit een bepaalde hoek wellicht deze communistische symbolen kunnen ontdekken in het golvende dak en de wat los van de kerk staande klokkentoren. Geen wonder dat zoveel mensen zich van het geloof afkeren. In een ander deel van de stad zagen we oude kazerneachtige sociale woningbouw die er echt niet uitzag en zo uit de voormalige Sovjet Unie zou kunnen zijn over geheveld. Maar ook een elegant appartementsgebouw in het centrum, duidelijk bestemd voor de een stuk koopkrachtiger stadsgenoten. Hetzelfde jaar waren er op het strand van Leme, in de schaduw van de Pão de Açucar - het Suikerbrood, beelden van Niemeyer te zien. Sommige van de van staaldraad gemaakte beelden leken meer op tekeningen in de vrije ruimte. Afhankelijk van het perspectief leken ze te zijn ingekleurd met het blauw van het zeewater of het crème van het strand. En er stonden rode metalen sculpturen die fel afstaken tegen de blauwe lucht, één ervan leek inderdaad vagelijk op een hamer en sikkel. Ik wandelde vanuit Leblon, waar wij woonden, naar Leme en terug en kwam al doende twee keer langs het ”Edificio Ypiranga” aan de Avenida Atlântica in Copacabana. Het door de vernieuwbouw van de belendende panden tegenwoordig wat weggestopte gebouw is zelfs voor de leek direct als een ontwerp van Niemeyer te herkennen. Dat wil zeggen: een gebouw met een curve, met de golvende beweging die zo karakteristiek is voor zijn ontwerpen uit die tijd was. Oscar Niemeyer heeft zijn liefde voor de golvende beweging met een handgeschreven tekst in een tekening - of is het een ets? - verklaard en zelfs die woorden golven:
Een rechte hoek trekt me niet aan In april 2001 ontmoette ik de toen 93 jarige Niemeyer geheel onverwacht in zijn studio op de bovenste verdieping van datzelfde Edificio Ypiranga. Door stom toeval was Niemeyer op een afscheidsborrel bij onze benedenburen ter sprake gekomen. Wisten we dan niet dat de nieuwe benedenbuurman een broer van Oscar was? Via hem werd spontaan een afspraak geregeld en mocht ik samen met mijn neef Arjan bij de oude meester op bezoek. Een uurtje kregen we, niet meer. Strak meubilair, mooi uitzicht over Copacabana, Karl Marx in de boekenkast, tekeningen op en aan de muur, overal maquettes van nieuwe ontwerpen. Een kleine oude maar dynamische man, allesbehalve iemand die het grootste deel van zijn leven er al op had zitten. Daar zag ik dat Niemeyer het ontwerp voor een beeld dat op het strand stond met viltstift op een witte muur had geschetst. Ernaast stond “naarmate de ellende steeds groter wordt en de hoop uit het hart van de mens verdwijnt, rest slechts de revolutie” geschreven. Nog altijd een belijdend communist. Aan het begin van de terugreis naar Buenos Aires rijdt de taxi langs het door Niemeyer ontworpen Sambódromo, het Sambastadion van Rio de Janeiro. De voorbereidingen voor Carnaval 2005 zijn in volle gang. Het “stadion” is een oerlelijk maar praktisch ontwerp: een lange straat met aan de ene kant stijl oplopende tribunes en aan de andere de camarotes - de skyboxen. Eronder is een “Brizolão” een school. Op de Praça da Apoteose, aan het einde van de straat, staat een soort triomfboog, die vaaglijk op de “M” van McDonalds lijkt. Het is enige speelse element in deze zee van glad en grauw beton. Tijdens het Carnaval wordt die betonmassa vier dagen, of beter gezegd vier nachten lang in bezit genomen door een kleurige, over het algemeen schaars geklede, uitbundige mensenmassa. Jammer genoeg is dat de enige week van het jaar dat deze anonieme constructie een echte Oscar waardig is! |