KUNST OF EEN KUNSTJE (16022005)

“Prohibido fijar carteles - Verboden aan te plakken” is een verbod dat uit een andere eeuw stamt. Uit de tijd dat de spuitbus met verf nog niet was uitgevonden en wildplakkers nog gewoon “plakkers” waren. In Buenos Aires werd het verbod uitgevaardigd toen de met een spuitbus en sjablonen uitgeruste actievoerders en straatartiesten nog moesten worden geboren. Heel erg lang geleden dus. Sinds een jaar of drie vier, fleurt de sjablone-graffiti vooral het straatbeeld in het centrum van de stad op. Omdat graffiti vaak erg vluchtige is, maak ik foto’s van alles dat ik toevallig op mijn zwerftochten door de stad tegenkom. Een kwast verf of een borstel en sterk reinigend schoonmaakmiddel kunnen zo’n protest of kunstwerkje immers net zo snel weer onzichtbaar maken als het werd gespoten?

Nier ver van ons huis staat, tegenover het kantoor van de rector van de UBA - de Universiteit van Buenos Aires in de Calle Viamonte, een muurtjes dat een tijd lang een speelplaats voor sjablone-artiesten was. Ludieke protesten tegen de crises en de oorlog in Irak. “Disneywars”, George Bush met de grote oren van Mickey Mouse, kwam ik daar voor het eerst tegen. Het zou wereldberoemd worden. Een andere bekende sjablone was het logo van Nike met daaronder “don’t do it” in plaats van Nike’s eigen “just do it.” En het olieboortorentje waar bloeddruppels uitkwamen “Blood4Oil.” Meer Argentijns eigentijds was “Hombres Trabajando - Men at Work” een sjablone waarop een mannetje een ander mannetje met een pistool een kogel door het hoofd jaagt, lekker ludiek cynisch. Of de sjablone die de lokale vorm van papierrecycling in beeld brengt. Nette mensen die keurig hun papier en andere rotzooi in een afvalbak gooien om de straat schoon te houden, waarna diezelfde afvalbak wordt leeg geklauwd door de cartoneros. Dit nachtleger van armoedzaaiers neemt ’s nachts de stad in bezit en keert vuilniszakken en afvalbakken binnenstebuiten op zoek naar afval dat voor hun waarde heeft. De sporen daarvan zijn ’s ochtends vroeg goed zichtbaar: rotzooi op de plekken waar gisteravond de vuilniszakken stonden en soms stank. Gelukkig gaan de veegploegen van de gemeentelijke reinigingsdienst al om een uur of zeven aan de slag waardoor de stad er de rest van de dag toch weer redelijk schoon uitziet. Totdat de avond weer valt.

Het muurtje in Viamonte kon in de ogen van iemand kennelijk niet meer. Wie het begon “schoon” te verven is niet bekend, maar het gebeurde zo vaak dat de artiesten de moed opgaven. Het is tegenwoordig een stuk saaier dan het een jaar of anderhalf geleden nog was. De sporen naar de nieuwe plekken zijn niet zo gemakkelijk te vinden, maar hier en daar in de buurt loop ik soms tegen een verassing op. Een paar dagen nadat ik in een Nederlandse digitale krant had gelezen dat vaderlandse voetbalwedstrijden zouden worden gestaakt als er “geitenneuker” zou worden gescandeerd, ontdekte ik een “schapenneuker” in een portiek in de Calle San Martín Een stil protest van een dierenliefhebber? In mijn ogen wel erg geinig en die oranje band erboven was toevallig wel heel erg toepasselijk!

Het nieuwe spuitersparadijs is het laatste blok voor de Avenida 9 de Julho van de Calle Hipólito Yrigoyen. Dat is sinds een paar maanden aan alle kanten van sjablonekunst voorzien, tot en met een “ingreep in het stadse landschap” toe. Dat gebeurde in december vorig jaar in het kader van de manifestatie “Open Ateliers.” Maar het door een legertje spuitartiesten veelkleuring laten sjabloneren van een blinde muur boven een parkeergarage een “ingreep in het landschap” te noemen, gaat me wat te ver. Waarom het zo werd opgeblazen, begreep pas later. De spuitkunst was verzameld in een fotoboekje dat vlak voor Kerstmis in de winkels lag en dan is wat publiciteit nooit weg. Op de omslag van het boekje staat een sjablone-portret van Che. Er werd zelfs een heuse tentoonstelling aan het boekje gewijd in het Culturele Centrum van Recoleta!

Met een vette knipoog naar Che’s uitspraak “Hasta la victoria siempre” staar er groot “Hasta la victoria stencil” op de muur van zaal 8. Eronder ongeveer vijftig vierkante meter “stenciles” zoals sjablonen voor de gelegenheid zijn genoemd. Het woord “stencil” komt niet eens in het officiële Spaanse woordenboek voor. Naast al de sjablonen die ik al eens eerder in de stad had gezien, ook veel nieuwe. Twee tongzoenende vrouwen met de aanmoedigende tekst “er moet meer worden gekust.” De Paus met zijn armen en handen in de zegenende houding met de niet minder aanmoedigende tekst “schiet op en ga dood.” Protestsjablonen ter ondersteuning van León Ferrari, wiens tentoonstelling in hetzelfde Culturele Centrum op verzoek van katholieke extremisten door een rechter werd gesloten. Op veel plaatsen de kop van Ché, van Jimmi Hendrix en van de legendarische tangozanger Carlos Gardel. Mannetjes met een rol wc papier in plaats van een hoofd “mentale hygiëne” uitbeeldend.

Het Culturele Centrum heeft een legertje conservatoren in dienst. Eén die toch niets beters te doen had, heeft de sjablonekunst snel even kunsthistorisch geduid. Vanaf niet minder dan 40.000 jaar voor onze jaartelling tot heden. Via prehistorische rotstekeningen, de Egyptische piramidebouwers en Pompeii zitten we in een vloek en een zucht in de zestiger jaren van de 20ste eeuw. Waarna het zwaartepunt op de ontwikkelingen van de afgelopen jaren in Buenos Aires komt te liggen, ontwikkelingen die ikzelf letterlijk op de voet heb gevolgd. Kunst of een kunstje? De artiesten zelf hebben daar een duidelijke mening over die met twee verschillende sjablonen wordt duidelijk gemaakt. De eerste stelt “todo Arte es mierda - alle kunst is shit.” De tweede is op de muur van de expositieruimte gespoten:“Esto no es arte - dit is geen kunst.” Een dag nadat de tentoonstelling werd gesloten, zijn de muren weer maagdelijk wit. Zo wordt deze relativerende stelling bewezen door een onderhoudsman met een emmer muurverf en een witkwast.