EEN INNIGE RELATIE (15032005)

“Jeetje, wat heeft u veel stempels in uw paspoort” zegt de aardige juffrouw aan de incheckbalie van het vliegveld van Buenos Aires. Dat is te danken aan de min of meer innige relatie die ik nu al meer dan de helft van mijn leven met Koninklijke Olie heb. Met de “Koninklijke” of beter nog met “Shell”, mijn werkgever. Bijna twee keer langer dan de langste relatie die ik ooit met een geliefde heb gehad. Gerrit Krol, een oud collega, heeft over en door zijn relatie met de Koninklijke lezenswaardige boeken geschreven. “In dienst van de Koninklijke” bijvoorbeeld en “60.000 uur.” Erg genoten heb ik van “Okaka’s Wonderland” en “De reus van Afrika” resultaten van zijn verblijf voor de Koninklijke in Nigeria. In tegenstelling tot Krol, een mathematicus geloof ik, had ik nog nooit nagedacht over het aantal uren dat ik zelf al in dienst van de Koninklijke ben. Op de achterkant van een envelop bereken ik dat het ongeveer 80.000 uren moeten zijn. Baas en bovenbaas wat uren betreft, maar qua schrijven gaat een vergelijking met Krol natuurlijk hartstikke mank. Ik ben nooit verder gekomen dan wat langere verhalen over mijn reizen en ervaringen in Afrika. Of sinds een paar jaar zo’n 900 woorden per week over Buenos Aires of een andere plaats waar ik toevallig voor mijn werk ben geweest.

Door mijn relatie met de Koninklijke heb ik in zes landen op drie continenten gewoond en veel andere landen bezocht. Bij iedere verhuizing nieuwe culturen leren kennen op een manier zoals mij dat als toerist nooit zou zijn gelukt. En haast iedere keer een andere vreemde taal moeten leren spreken, totdat ik dat bijna zat was. Bij de laatste overplaatsing was mijn stille wens om naar een land te gaan waarvan ik de taal al sprak. Uiteindelijk werd het Buenos Aires en nam ik de nieuwe taal op de koop toe. Ik heb er nog geen dag spijt van gehad, want dankzij mijn Argentijnse Spaans kan ik nu in heel Latijns Amerika terecht. Zoals in iedere andere relatie waren er wel eens moeilijke tijden. Neem het debacle van het afzinken van het olieplatform Brent Spar in de Noordzee, toen voor mijn gevoel bijna heel Europa in opstand kwam. Of toen de schrijver Ken Sao-Wiwa door het militaire bewind in Nigeria werd opgehangen en dat Shell werd verweten. Dat waren momenten dat ik wat minder trots was op onze relatie en er even niet zo graag openlijk voor uitkwam. Een jaar geleden was er een ongekende crises toen bleek dat mijn partner had gelogen over de omvang van haar rijkdom, haar olievoorraden. Dat was niet erg “Koninklijk” zoals we binnen het bedrijf zeggen. De relatie hield echter stand, van mijn kant was dat echter meer uit bittere noodzaak dan uit overtuiging. Net was die crises een beetje in het vergeetboek aan het raken, toen de Argentijnse dochter olie op het nasmeulende vuurtje gooide. Na jaren met staatsgrepen, gewapende overvallen op klaarlichte dag, stakingen, politieke onrust, devaluaties, gewelddadige straatprotesten waarbij links en rechts doden vielen, ontvoeringen en gijzelingen dacht ik alles wel zo’n beetje te hebben meegemaakt. Helmaal mis!

Argentinië is een heerlijk droomland als het over de prijs van openbaar vervoer, elektriciteit, gas, water of van de telefoon gaat. Sinds de Argentijnse Peso drie jaar geleden werd gedevalueerd is dat allemaal drie keer zo goedkoop geworden, simpelweg door de Dollar gekoppelde prijzen per decreet te veranderen in een prijs in Peso’s. “Pesificatie” heette dat. Die maatregel was bedoeld om hyperinflatie te voorkomen, de grote nachtmerrie uit het verleden. De prijzen van andere producten met een wereldmarktprijs werden door de overheid “laag” gehouden door bij iedere aankondiging van een prijsverhoging onmiddellijk met tegenmaatregelen te dreigen. “Wilt u de prijs van ruwe olie bestemd voor binnenlands gebruik aanpassen aan de wereldmarktprijs, dan leggen wij een heffing op alles wat u gaat exporteren!” Op die manier zou niet het bedrijfsleven maar de Argentijnse staat baat bij die hogere prijs hebben. Sinds een half jaar stijgen de prijzen voelbaar. Melk, yoghurt, kaas, boter, zeep, shampoo en andere schoonheidsproducten en veel erger nog “eerste levensbehoeften” zoals wijn en vlees. De vorige week werd vlees van de ene dag op de andere zelfs 20% duurder. En toen kondigde mijn werkgever dus een prijsverhoging van een paar centavos aan voor benzine en gasolie.

De Argentijnse regering had nog een appeltje te schillen met Shell. Volgens welingelichte bronnen, liepen kortgeleden onderhandelingen over de verkoop van de Shell benzinestations en raffinaderij aan het Venezolaanse PDVSA en het Argentijnse staatsbedrijf ENARSA op niets uit. De vaak rancuneuze President Kirchner vond de prijsverhoging een uitgelezen gelegenheid om hierover zijn gram te halen. In een directe televisie uitzending riep hij de Argentijnen op om Shell producten te boycotten “koop er zelfs geen blikje olie meer!” Een half uur later stonden de vrijwel zeker door de regering ingehuurde “piqueteros” bij het Shell kantoor te protesteren. Oproerpolitie voor de voordeur, op last van de directie ging het personeel via de achteruitgang naar huis. De volgende dag hing de stad vol met anti Shell affiches waarop werd geadviseerd “niet te kopen bij hen die de prijzen verhogen” en blokkeerden “piqueteros” Shell benzinestations. De verkopen daalden dramatisch. Een minister beweerde dat Shell met de prijsverhoging geweld had uitgelokt, ja zelfs een poging tot een staatsgreep had gedaan. De Staatssecretaris ter Verdediging van de Consument kondigde zware boetes aan vanwege “ongemotiveerde prijsverhogingen.” De President verklaarde dat Shell tot de tien slechtste bedrijven ter wereld behoort en dat er voor dat soort bedrijven geen plaats is in Argentinië. Die campagne om mijn partner op een leugenachtige manier zwart te maken, schoot bij mij in het verkeerde keelgat ondanks wat er in het verleden ook in mijn relatie met de Koninklijke mag zijn voorgevallen. Ik overweeg zelfs om weer een auto te kopen om bij Shell stations in Buenos Aires “ongemotiveerd dure benzine” te gaan tanken. Oude liefde roest niet en zeker deze niet!