GRENZELOOS (01042005)

De landsgrenzen vervagen in Europa, de taalgrenzen niet. Op de Brusselse “ring” is dat goed te zien. Namen, wordt Namen - Namur en tenslotte Namur, zoals Bergen via Bergen - Mons uiteindelijk Mons wordt. Ter hoogte van de afslag naar Tervuren vraag ik me hardop af wat “4 Armen” zou kunnen zijn. De absurditeit van overijverige Vlaamse taalpuristen wordt door mijn gastheer verklaard met “dat is Quatre Bras natuurlijk!” De plaats vlakbij Waterloo waar Nederlandse troepen in 1815, tijdens de laatste stuiptrekking van Napoléon Bonaparte, slaags raakten met het Franse leger. Het is duidelijk dat we de Nederlands Franse taalgrens nog moeten passeren. Na lange jaren buiten mijn vaderland is het voor mij gaandeweg steeds belangrijker geworden om vreemde woorden uit mijn moedertaal te weren, maar dit soort gezever gaat me echt te ver. Tientallen kilometers verderop in Wallonië heet Neufchâteau gelukkig gewoon zo, beter dan iets grenzeloos lulligs als “Negenkasteel.”

Vlak over de Belgisch Franse grens, iets ten zuiden van Florenville, begint tussen de dorpen Villy en la Ferté de Maginotlinie, de meest nutteloze verdedigingslinie die ooit werd opgericht. De linie werd vanaf 1930 langs de volle lengte van de Frans - Duitse grens gebouwd met de bedoeling een Duitse verassingaanval te kunnen weerstaan. Toen die aanval in mei 1940 kwam, trokken de Duitsers via België om de linie heen. Net als op de Nederlandse Grebbenberg werd ook hier maar een paar dagen weerstand geboden. Ondanks de rechtop in de aarde staande metalen T-balken die als tankvallen dienden en ondanks de prikkeldraadversperringen die de infanterie tegen moesten houden en ondanks de vuurkracht van de kanonnen in de dikke metalen koepels en het meters dikke gewapende beton. De sporen van die paar dagen oorlog zijn onuitwisbaar: betonijzer dat door weggeslagen beton steekt, de diepe gaten die granaten in het gepantserde metaal van de vaste geschutskoepels sloegen, de draaiende geschutskoepel die door een voltreffer van zijn rails werd getild en daardoor in een klap nutteloos werd. Een onooglijk gedenkteken en een erebegraafplaats waar naast Fransen veel uit de Noord Afrikaanse Franse kolonies afkomstige soldaten liggen bedgraven. Marokkanen en Algerijnen.

Het uitzicht vanaf die op de heuveltoppen gebouwde verdedigingswerken is adembenemend mooi. Het lijkt sprekend op de “Rolling Downs” van Kent en Surrey, het heuvelachtige Zuid Engelse landschap. De in de verdedigingslinie opgesloten soldaten, zagen de vijand beneden in het grote dal oprukken en konden hem niet tegenhouden. De verdediging was op een vijand die uit het oosten zou komen gericht en niet op een die slinks van de andere kant kwam. Overal staan in deze streek diezelfde nutteloze puisten in het landschap. Haast vanzelfsprekend bouwden de Duitsers aan hun kant van de grens een veel langere verdediginglinie, de “Westwall” die naderhand beter bekend zou worden als de “Siegfriedlinie.” Een deel van de stalen geschutskoepels van deze linie zouden naderhand westwaarts reizen om te worden hergebruikt in de “Atlantikwall.” Die verdedigingslinie werd in 1944 eveneens in minder dan geen tijd onder de voet gelopen, waarmee wellicht voor eens en voor altijd de grenzeloze zinloosheid van dergelijke enorme betonnen linies werd aangetoond.

Het lijkt wel of deze gigantische bouwwerken de fascinatie van de mens om met beton in het landschap in te grijpen nog verder heeft aangewakkerd. Dat is onder andere te zien op en langs de snelweg van Rotterdam naar Antwerpen. De op zich geleidelijke verandering kan schokken als men er met flinke tussenpozen mee wordt geconfronteerd. Bijna vier jaar geleden passeerde ik hier voor het laatst, toen was de aanleg van de Hogesnelheidslijn nog maar net begonnen. Thans strijden Nederlandse en Belgische lelijkheid tientallen kilometers lang om de ereprijs. Een soort bovengrondse tunnel die het Vlaamse landschap vlakbij Antwerpen ontsierd en de glazen geluidswal langs de weg onder Breda. Vanaf de andere kant gezien moet het op een enorm terrarium lijken waardoor bewegende auto’s kunnen worden bekeken, zoals reptielen in de dierentuin. Grenzeloze lelijkheid.

De vorige keer dat we in de Ardennen de grens tussen Frankrijk en België overstaken, werden we door een Franse douanier aangehouden. Het Nigeriaanse paspoort van mijn werd langdurig bestudeerd, maar uiteindelijk mochten we Frankrijk toch verlaten. Deze keer geen douanier te zien, de grenspost is opgeheven. In Sapogne, een dorp vlak onder de grens, herinnert slechts het leeg staande “Hotel des Douanes” nog aan die aanwezigheid. Aan de Belgische kant is het houten douanehuisje gesloten en beschilderd met reclame voor toeristische attracties. Even verderop ligt in de bossen bij Orval een imposante middeleeuwse abdij, waar volgens traditioneel recept Trappistenbier wordt gebrouwen. Bij een weggetje naast de abdij, dat alleen voor “riverain - buurtbewoners” toegankelijk is, staat een bizarre collage van verkeersboden. Zouden de paar Walen die de weg mogen gebruiken dan echt zo dom zijn als flauwe Franse moppen suggereren? In vrijwel ieder Frans dorp staat een goedbedoeld, maar oerlelijk monumentje om de gevallenen uit de Eerste en soms die uit de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Deze lelijkheid wordt ruim gecompenseerd door de rust en het natuurschoon buiten de dorpskom. Op de onvermijdelijke weg terug rijden we in de Ardennen kilometerslang tussen de dennenbomen. Bij Brussel slaat de betonmanie weer toe, bij Antwerpen staan nieuwe verkeersborden die “cruise control” verbieden, na Dordrecht wordt de weg breder, alsmaar breder. In Rotterdam ligt opeens Montevideo op de andere rivieroever, zoals dat in Buenos Aires al heel lang het geval is. Iedere andere mogelijke gelijkenis tussen beide steden is echter ontsproten aan grenzeloze fantasie.