BLAUWE DROMEN (10042005)

“Wat wilt u drinken?” vraagt de in KLM blauw geklede hoog-in-de-lucht-serveerster. Ik vraag om witte wijn. “Welke?” wil ze weten. “Welke heeft u?” vraag ik beleefd. “Staat in uw menu, heeft u dat nog niet gelezen!” spreekt zij mij op bestraffende toon toe. Als dit het dienstbetoon in de business class is, dan moet ik er niet aan denken wat men zich achterin moet laten welgevallen om ongestraft op zijn of haar bestemming te arriveren. Het is te hopen dat al deze en al die andere chagrijnige KLM mutsen die ik de afgelopen jaren onvrijwillig heb ontmoet hun congé krijgen zodra de Fransen eenmaal echt de baas zullen zijn, bedenk ik rancuneus. Uit pure goedheid worden me twee flessen voorgehouden, waarvan ik de Chablis kies. Nog negenduizend kilometer te gaan naar São Paulo, de drie uur naar Buenos Aires vlieg ik gelukkig met een andere maatschappij. Het is niet mijn enige blauwe droom die de laatste tijd werd verstoord.

Aan de Rotterdamse Beukelsdijk werden vorig jaar zomer de gevels van een rijtje onbewoonde voor de sloop bestemde huizen uit het begin van de vorige eeuw in opdracht van de deelgemeente Delfshaven KLM blauw geverfd. Om “verpaupering van het straatbeeld” tegen te gaan. Daarvoor bedacht de Schiedamse kunstenaar Florentijn Hofman deze originele oplossing en werd op slag wereldberoemd in Nederland. Een week lang stond er bijna dagelijks een foto in een krant of was de rij blauwe huizen op de televisie te zien. Eerlijk gezegd ziet dat stukje Beukelsdijk er sindsdien een heel stuk aantrekkelijker uit dan toen de huizen nog werden bewoond. Het kunstwerk heeft op de rustige uren van de dag de surrealistische uitstraling van een schilderij van Magritte. Een verlaten straat met hier en daar een object. Hier en daar een boompje en de rode auto die er vrijwel altijd staat geparkeerd. Zou die aftandse Fiat soms onderdeel zijn van het kunstwerk? Iedere keer als ik in Rotterdam ben, loop ik er even naar toe. Iedere keer ziet het er anders uit. Bij zonnig weer straalt het, bij bewolkt weer heeft het iets mysterieus. De deelgemeente heeft haar doel bereikt, na een maand of zeven zijn er weinig sporen van vernieling of graffiti te bespeuren. Eigenlijk is het jammer dat er onvermijdelijk een eind aan deze mooie blauwe droom zal komen. De huizen zullen uiteindelijk toch worden gesloopt om plaats te maken voor vast en zeker lelijke nieuwbouw.

“Cuartito Azul” is een sentimentele tango uit het Buenos Aires van de jaren dertig van de vorige eeuw én de naam van een tangoschool in Rotterdam. Het is beter om die titel niet te vertalen, “het blauwe kamertje” klinkt immers een stuk minder romantisch? Als iemand mij op een patio van het Museum Boijmans bekent daar tangoles te hebben, herinner ik me de “Dag van de Argentijnse Tango” die de dansschool organiseerde in dezelfde week dat de blauwe huizenrij aan de Beukelsdijk werd onthuld. Het Westelijk Handelsterrein, in het statige voormalige Rotterdamse Scheepvaartkwartier, was voor de gelegenheid tot het episch centrum van de tango in Nederland gebombardeerd. Gewend als ik ben aan Buenos Aires, was het vervreemdende ervaring om een eenzame bandoneonspeler op een podium in een voormalig entrepotgebouw te horen spelen en door de tango geïnspireerde schilderijen van Anita Gaasbeek te bewonderen. De als femme fatale geklede Uruguayaan Juan Tajes vertelde in de kelder een verhaal over het ontstaan van de tango dat zelfs in de meest onbenullige tangoshow voor toeristen in Buenos Aires zou worden weg gehoond. Het onwetende publiek smult, waarschijnlijk vanwege het portret van Maxíma op de omslag van zijn tekst dat de authenticiteit daarvan alleen maar schijnt te bevestigen. Na die flauwe kul hield ik het blauwe kamertje onmiddellijk voor gezien.

Het centrum van Brugge op dinsdagmiddag heeft wel iets weg van het centrum Buenos Aires op een willekeurige zaterdag of zondag: veel toeristen, veel drukte in de cafeetjes en restaurants, vrijwel geen gekleurde medemensen in het straatbeeld. Voor de rest gaat iedere vergelijking mank. Brugge heeft ook iets gemeen met Rotterdam: stadsontsiering door de Vlaamse architect Paul Robberecht. In Rotterdam slaagde Robberecht erin de stijlvolle gevel van het Museum Boijmans van Beuningen met een flink uit de toon vallende aanbouw te ontsieren. Gelukkig betreft het maar een klein hoekje van de stad. Kinderspel vergeleken met Brugge, waar ik enigszins geschokt zie wat de gevolgen zijn van de bouw van het Concertgebouw. De met terracotta tegels beklede mastodont detoneert totaal met de omgeving en heeft het mooie middeleeuwse silhouet van de stad voorgoed verpest.

Na dat lelijke rode Concertgebouw, verlang ik naar mooi blauw. Het blauw van de schilderijen van de Brugse beeldend kunstenaar Gilbert Swimberghe. In plaats van de blauwe schilderijen, waar ik op rekende, hangen er rode schilderijen bij hem thuis aan de muur. Heel even ben ik teleurgesteld, ’t is net of ik een blauwtje loop. Terecht ebt de teleurstelling net zo snel weer weg als dat ze opkwam. Door een opdracht is er, zo begrijpt ik, bij toeval een einde aan Swimberghe’s “blauwe periode” gekomen. Die opdrachtgever wilde geen vier werken in blauw, ieder werk moest een andere kleur hebben. Voordat Swimberghe’s palet blauw kleurde, was grijs zijn hoofdkleur, voor de gelegenheid werden oker en rood toegevoegd. Geen gewoon alledaags rood, maar “rouge anglais - engels rood.” Deze rode kleur beviel hem zo goed dat de bijna 78 jarige kunstenaar het blauw spontaan de deur uitdeed. Op zijn atelier herinneren slechts wat blauwe verfvlekken, een rekje met blauwe paneeltjes en een tube kobaltblauw aan het recente verleden. Blauwe plekken in een ruimte waar rouge anglais sindsdien “de baas” is. De blauwe droom is voorbij, er wordt voortaan in rood gedroomd, Engels rood.