|
OVER TANGO OREN EN SALVADOR DALI (03062005) Sinds ik in Buenos Aires woon, word ik achtervolgd door de tango. Dat is niet onplezierig, maar wel wat raar. Tot een jaar of vier geleden was tango voor mij synoniem met Malando op de radio op zondagmiddag. Dat was in de tijd dat de Nederlandse televisie uit niet meer dan één kanaal bestond dat één of twee avonden per week een paar uur of zo uitzond. Dat was in de tijd dat zelfs een zwart-wit televisietoestel veel te duur was voor een modaal Nederlands gezin en daardoor een zeldzaam bezit. Toen had ik nooit kunnen vermoede dat ik in de verre toekomst door vrienden en bekenden als een soort tango orakel zou worden geraadpleegd. Of dat ik, als er in Schiebroek een CD met oude nummers van Carlos Gardel wordt opgezet, luistertips zou gaan geven “Hoor je dat hij door gitaren wordt begeleid en er geen bandoneon aan te pas komt?” want die kwam pas later in zwang. Of dat ik anekdotes uit mijn mouw zou schudden over de anti-Peronist Piazzolla die naar Parijs vertrok om het Peronisme te ontlopen en over de communist Pugliese die moest onderduiken om uit handen van de rechtse militaire dictatuur te blijven. Of dat ik zou vertellen over “el Gordo - de dikke” Troilo die vlak naast Pugliese ligt begraven op de begraafplaats van Chacarita waar boven hun stoffelijke resten levensgrote monumenten staan. Troilo zit met zijn bandoneon op de knieën en Pugliese speelt op zijn piano. “La Yumba” volgens zijn weduwe. Wat Malando’s kleinzoon Danny er met zijn tango orkest van bakt, is te gladjes en te commercieel. Het is tango zonder ziel. In mijn oren althans. Want mijn oren zijn in Buenos Aires helemaal vanzelf op het waar ook ter wereld oppikken van tangomuziek afgesteld. Zoals vorige week bijvoorbeeld in de wachtruimte van het vliegveld, Terwijl ieders aandacht werd getrokken door het opgewonden “breaking news” op CNN over een bomaanslag in Madrid, vingen mijn oren de tango op die uit de fluisterende muzakluidsprekers kwam. Uren later, op zo’n tienduizend meter boven de Kaap Verdische Eilanden, dansten Jennifer Lopez en Richard Gere een erg matige tango op hetzelfde nummer in van de film “Shall we dance.” Zo’n film die minder dan niets om het lijf heeft. Hoewel die tangoscène nauwelijks het aanzien waard was, herhaalde ik het fragment tot vervelens toe. Niet om naar te kijken, maar om te luisteren hoe mooi de zwoele stem van Cristina Vilallonga over “Santa Maria de Buen Ayre” over Buenos Aires zingt. Iets dergelijks was me een dag eerder in Museum Boijmans van Beuningen overkomen toen ik de grote zaal van de Dali tentoonstelling binnen liep. Geen saaie museale gezapigheid, prettig lawaai juist. In de drie zalen van de expositie werden gelijktijdig verschillende films op de muren geprojecteerd en er stonden televisiemonitoren waarop reclameboodschappen waren te zien en te horen waaraan Dali heeft meegewerkt “Salvador Dali explains Alka-Seltzer” en zo. Desondanks hoorde ik gelijk die eenvoudige ritmische tango boven alles uit, de filmmuziek van “Un chien Andalou” uit 1929. Deze surrealistische film werd door Dali en Luis Buñuel gemaakt in de tijd dat de tango in Europa heel wat populairder was dan in Argentinië. Terwijl Dali’s honderdste geboortedag waar ook ter wereld in 2004 al werd gevierd, gebeurt dat in Rotterdam een jaar later. Aan de andere kant van het Museumpark wordt in de Kunsthal Willem de Kooning eveneens een jaar te laat geëerd. Was het niet Goethe die gezegd zou hebben dat als de wereld zou vergaan, hij naar Nederland zou verhuizen omdat alles daar pas vijfentwintig jaar later gebeurt? Toch is “Alles Dali” eerder een smakelijk toetje dan mosterd na de maaltijd. Vooral omdat het museum de veelzijdigheid, de gekheid en de uitgekookte commerciële activiteiten van Dali belicht. Film, fotografie, mode, reclame, toneel, design en schilderkunst. Het in een vloek en een zucht ontwerpen en inrichten van het paviljoen “de Droom van Venus” voor de wereldtentoonstelling van 1939 in New York, Gelukkig is er een amateurfilmpje bewaard gebleven waarop de voor die tijd ongetwijfeld provocerende beelden van vrouwen met ontblote borsten zijn vastgelegd. Dali’s fascinatie voor de Amerikaanse film, voor Hollywood, voor Mae West en de inspiratie die hij daaruit putte. Van dat laatste zijn aardig wat voorbeelden te zien in Rotterdam zoals de rode sofa in de vorm van haar sensuele lippen en een aantal ontwerpen voor parfumflesjes met dezelfde vorm. En dan die gekke kijkdoos van een salon waarvan de gordijnen de blonde lokken van Mae zijn, haar neusgaten worden gevormd door een open haard, haar lippen door dezelfde rode sofa, haar ogen door twee prenten. Er tegenover hangt een schilderij waarop Shirley Temple als sfinx staat afgebeeld. En dan is er “Destino” een door Dali in 1946 op uitnodiging van Walt Disney ontworpen tekenfilm gebaseerd op een liedje met dezelfde titel. Pas een jaar of drie geleden afgemaakt met behulp van de oorspronkelijke tekeningen. Boeiend om het te zien hoe Dali’s werk ver na zijn dood tot leven werd gewekt. Zuurstokroze is kennelijk typisch Dali. De verlichting van de kitscherige kassa op het binnenterrein van het museum is roze, dat zelfde geldt voor de belettering op de affiches en ander drukwerk. De kleur riep herinneringen op aan een bezoek aan het Dali Museum in Fugueras zo’n twintig jaar geleden. Stond daar niet een roze Cadillac cabriolet op de patio geparkeerd? Wat ik zeker weet is dat ik het museum bezocht met een voormalige geliefde en mijn beide zonen, die toen nog zoontjes waren. Het zou de laatste vakantie zijn dat we als gezin bij elkaar waren, kort daarna scheidden onze wegen zich. Het vervolg doet Dali-achtig surrealistisch aan. Tijdens de volgende tien jaar zag ik mijn zonen alles bij elkaar ongeveer 24 uur zien, daarna helaas nooit meer. Zou het nostalgie die me dwong de tentoonstelling een tweede keer te gaan zien? Of zou het zijn omdat ik de illusie koester dat als zij Dali ook gaan zien, ze zich wellicht die vakantie zullen herinneren en dan eens contact zullen zoeken met hun vader? De tijd zal het leren. |