SANTA FE - 1 (23062005)

“Hielo - ijsblokjes?” vraagt de ober van Grand Hotel España in Santa Fe de la Vera Cruz. Omdat ik niet zo een, twee, drie doorheb wat hij bedoelt, negeer ik zijn vraag en ga door met het opgeven van mijn bestelling. De man houdt aan “Wilt u ijs?” “IJs? Waarvoor dan?” is mijn wedervraag. “Voor de wijn!” antwoordt hij op een toon van “nou lul, jij begrijpt er echt niets van.” Het kwartje valt, aan een tafel naast ons drinkt de provinciale sjiek de kostelijke Argentijnse rode wijn aangelengd met ijsblokjes. Wij willen ordinair stads zonder, de man trekt een vies gezicht. Het eten smaakt goed, net zoals de onverdunde Malbec van het huis Trapiche die zonder ijs prima op temperatuur is. Zo gaat dat dus op 450 kilometer ten noordoosten van Buenos Aires in de hoofdstad van de provincie Santa Fe.

De eentonige saaiheid van het landschap tussen Buenos Aires en Santa Fe wordt na 300 kilometer kort onderbroken door de stad Rosario, om daarna gewoon nog even 150 kilometer door te gaan. Eindeloze groene vlakten, glad zwart asfalt, verre horizonten Gelukkig hier en daar wat wolken aan de hemel, vee in de wei, sinaasappelboomgaarden, eindeloze soja akkers. Landbouw en veeteelt. In Rosario zichtbaar vuile zware industrie, hoogovens zo te zien. Op het benzinestation, waar we voor koffie stoppen, verdringen de passagiers van een lange afstandsbus zich met hun thermosflessen bij de warmwaterautomaat. Wintertijd is matetijd. Mate wordt getrokken van een kruidenmengsel en zou de lijfdrank van oorspronkelijke bewoners van het continent zijn geweest. Tegenwoordig is het in veel Zuid-Amerikaanse landen een populaire volksdrank. In Argentinië wordt mat gedronken uit een klein, makkelijk in de hand liggend, kalebasje. Zij die het zich kunnen permitteren drinken hun mate ook wel uit een mooi beslagen zilveren namaakkalebasje of uit een kalebasje dat met zilver is versierd. De kruiden worden als ouderwetse losse theeblaadjes in het kalebasje gedaan, waarna er kokend water op wordt gegoten. Mate wordt gedronken met een bombilla, een metalen rietje met een soort thee-eitje aan het eind om te voorkomen dat de blaadjes mee naar binnen worden geslurpt. Volgens een Nederlands kruidenhuis zou de drank vooral moeten worden gebruikt “Bij mentale en lichamelijke vermoeidheid. Als afslankmiddel en ter bevordering van de stofwisseling.” In Argentinië lurk je het spul met elkaar uit hetzelfde kalebasje én met hetzelfde rietje. Slokje nemen en doorgeven aan je buurman. Het mondstuk tussendoor snel even afvegen is onbeschoft. Gadver! Aan de automaat worden de thermosflesssen voor 25 of 50 centavos gevuld, daarna vlug terug naar de bus om gezellig met elkaar door te lurken tot de volgende stop. Mijn reisgenoot en ik vinden het spul niet te zuipen en bestellen ieder een eigen kopje vers gezette “cortado” uit de espressomachine.

Slonzige sloppenwijken en verwaarloosde grauwe flatgebouwen kondigen de naderende stad aan. Rosario. Een provinciestad met zo’n 1.350.000 inwoners. De uiterst moderne brug over de rivier de Paraná steekt hoog boven de stad uit. Iedereen kan hem zien, maar ik betwijfel of veel Rosarinos het zich kunnen permitteren om de brug over te steken. De tol is 9 Pesos, het Argentijnse minimumloon wordt in de komende maanden in etappes van 450 naar 630 Pesos per maand op getrokken. Langs de weg wordt veel vis verkocht, eindelijk een plek waar de vis nu eens niet duur wordt betaald. De verse dorade en surubí, een lokale lekkernij, kosten slechts 9 Pesos en 50 centavos per kilo, dat is minder dan 3 Euros. Op de kentekenplaten van de auto’s staat “Rosario - Cuna de la Bandera - Wieg van de vlag.” In de stad werd de door Generaal Manuel Belgrano ontworpen vlag in 1812 voor het eerst gehesen, vandaar. Het wanstaltige “Monument voor de Vlag” moet de herinnering levend houden en zal morgen het middelpunt zijn van de nationale feestdag “Dia de la Bandera - Dag van de Vlag,” Om de feestelijkheden extra luister bij te zetten, zijn huisvrouwen al jaren bezig om de langste vlag ter wereld te naaien. Het ding zou al meer dan 10 kilometer lang zijn. Voortgedreven door wat ze zelf “grote patriottische emoties” noemen, nemen de dames om beurten plaats achter de naaimachine om de banen hemelsblauwe en witte stof aan elkaar naaien.

In de omgeving van Rosario krijgen mijn gevoelens van nationale trots op een heel andere manier een oppepper. Dankzij de reclame van Librerias Van Gogh - kantoorboekhandel van Gogh nog wel. Mijn oudste zoon is naar Vincent vernoemd, maar wat de Argentijnen met van Gogh hebben, begrijp ik nog steeds niet. Op het toilet van het volgende benzinestation waar we stoppen hangt een reproductie van van Gogh’s “Champs aux Cyprés” dat past goed de omgeving waar aardig wat cipressen groeien, doch ik vermoed dat het toeval is. “La Oreja de Van Gogh - het Oor van Van Gogh” is een in Latijns.Amerika zeer populaire Spaanse popgroep. Op hun CD “De dingen die ik je vertelde terwijl je deed of je sliep” staan makkelijk in het gehoor liggende niemendalletjes die in de verste verte niets met van Gogh, noch met diens oor te maken hebben. Tenslotte heb ik als boek voor het slapen gaan “De misdaden van Van Gogh” van de Argentijnse schrijver José Pablo Feinmann bij me. Tot zover ik ben gevorderd, gaat alles behalve Vincent van Gogh. Aldus mijmerend over niets, verschijnt Santa Fe de la Vera Cruz aan de einder. Mooi bedacht door de Spaanse stichters van de stad “Het Heilige Geloof van het Ware Kruis” betekent de naam ongeveer. Er is haast geen mens op straat, de provinciale saaiheid straalt overal van af tot zelfs aan de lunchtafel van Grand Hotel España, dat minder “grand” is dan de naam doet vermoeden. Omdat mijn reisgenoot een havana wil roken, zijn we min of meer de sigaar. We worden in een afgelegen hoekje weggestopt en ondergaan daar gelaten de totaal onthaaste bediening die kennelijk bij deze Argentijnse provinciestad hoort.

wordt vervolgd