|
SANTA FE - 2 (28062005) “Argentijnen hebben geen fantasie” is de gedachte die spontaan opkomt als we na de lunch door het centrum van Santa Fe de la Vera Cruz rijden. Fantasieloos en bovendien behoorlijk smakeloos wat de provinciale stadsplanning betreft. Vrijwel alle straten hebben dezelfde naam als die in Buenos Aires tot en met een Plaza de Mayo toe. Vertrouwd, dat wel. Een obligaat maar niet onaardig witmarmeren borstbeeld van Evita Perón weegt niet op tegen de lelijkheid van de straten in het centrum. Daar steken enorme reclamelichtbakken uit de gevels, soms over de hele breedte van de straat. Verlaten vergane glorie gebouwen zoals de fors uit de kluiten gewassen meelfabriek en het spoorwegstation die als ze niet snel gesloopt worden binnenkort waarschijnlijk uit zichzelf in elkaar zullen zakken. De oude Puente Colgante - de hangbrug over de Santa Fe rivier ligt er overdag stralend gerestaureerd bij, maar is ‘s avonds dusdanig oubollig verlicht dat ik er alsnog op afknap. De santefesinos vinden de illuminatie daarentegen prachtig. Het natuurschoon aan de noordkant van de stad is verrassend anders. Geen eindeloze groene vlakten meer en geen glad geasfalteerde snelwegen. Eindelijk bomen, struiken en veel water. Meertjes en plassen, rivieren en stroompjes die samen een soort binnendelta van de Paraná rivier vormen, die overigens pas een paar honderd kilometer naar het zuiden samenvloeit met de Río de la Plata. Naar het noorden toe is de rivier bevaarbaar tot aan Asunción, de hoofdstad van Paraguay. Dat maakte Santa Fe tot een strategisch gelegen stad in het Spaanse koloniale rijk. Veel dorpen langs een weg met “lomos de burro - ezelsruggen - verkeersdrempels” in het wegdek en met wandelende en fietsende mensen ernaast. Strak geordende akkers met aubergines, maïs, aardappelen, sla, wortelen, uien. We arriveren net na sluitingstijd bij het “Archeologische Park van het oude Santa Fe” vlakbij Cayasta. “Welkom in Cayasto, eerste vestigingsplaats van de stad Santa Fe. Gesticht door Juan de Garay op 15 november 1573. We rijden verder. Tot aan Helvecia, 100 kilometer voorbij Santa Fe. Helvecia, vast en zeker gesticht door Zwitserse immigranten, lijkt in de verste verte niet op Helvetia. Stoffige vlakke lege straten die uitkomen op de dijk van de Río Amarillo - de Gele Rivier, die in het geheel niet op de onstuimige Chinese Gele Rivier lijkt en bovendien niet geel is. Er ligt een veepont om koeien over zetten naar een van de eilandjes die overal verspreid in het water liggen, je kan het vee er vanaf de hoge dijk zien grazen. En er wordt gevist, erg veel gevist. Zoveel zelfs, dat er sprake zou zijn van zware overbevissing. Op het dorpsplein staat een beeld van een moeder met een kind op schoot of aan de borst, een zelfde beeld staat in meer dorpen langs de weg. Dat is zeer gepast, want overal lopen jonge moeders of nog veel jongere moeders met kinderen, vaders vertonen zich niet. Zouden die wel bestaan? En een gedenkteken voor de militairen uit de streek die vielen tijdens de Falklandsoorlog. Twee ervan heten Wery, de achternaam van Nederlandse vrienden in Rio de Janeiro. Volgende keer toch eens vragen of ze neven en nichten in de binnenlanden van Argentinië hebben. Tijdens mijn reizen heb ik aardig wat onooglijke monumenten gezien. Desalniettemin treft de lelijkheid van het monument ter nagedachtenis van de bokser Carlos Monzón me als een soort stoot onder de gordel. Wie zoiets kan bedenken, moet voor straf een beroepsverbod worden opgelegd. Onder een blauw geschilderde metalen constructie die twee palmbladeren zou voorstellen staat een petieterig bronzen beeld van Monzón met triomfantelijk in de lucht gestoken vuisten. Vast en zeker zijn kampioenshouding. Monzón kon goed met zijn vuisten overweg, zowel in de boksring als er buiten. Tussen 1970 en 1977 was hij wereldkampioen middengewicht en verdedigde zijn titel veertien keer. Monzón trouwde twee keer en had ontelbare buitenechtelijke affaires, meestal met mooie actrices en fotomodellen. Achter het beeld is een halfronde muur gebouwd met betonnen paaltjes erop. Onder ieder paaltje is een marmeren plaat gemetseld waarop de naam van een bokser staat tegen wie Monzón zijn wereldtitel verdedigde en een jaartal. Het paadje voor de muur is daardoor zowaar tot “Paseo de las Defensas - Wandeling van de Verdedigingen“ verheven. In 1988 werd Monzón ervan verdacht zijn tweede echtgenote uit het raam van hun appartement op de derde verdieping te hebben gegooid. Haar verwondingen wezen erop dat hij haar daarvoor bont en blauw had geslagen. Monzón werd tot 11 jaar gevangenis veroordeeld. Terwijl hij die gevangenisstraf uitzat, kwam hij in 1995 om het leven bij een met raadselen omgeven auto ongeluk. Monzón was in het gezelschap van een bewaker en een vrouw en zou geen verlof hebben gehad om de gevangenis te verlaten. Op de plek van het ongeluk staat dit smakeloze monument nu het landschap te ontsieren. Rijden we terug naar Santa Fe om daar te gaan slapen of zoeken we iets in deze omgeving, waar mijn reisgenoot morgen al vroeg een afspraak heeft. Onderweg geen hotel gezien, wel veel cabañas. Hij vindt het net erg om nog eens 100 kilometer toe te voegen aan de bijna 600 die hij al heeft gereden. “Verstandig besluit geweest” vinden we de volgende dag na een kijkje in een kort geleden gebouwde cabaña. Geen enkele vorm van comfort in de cabaña en geen enkel redelijk restaurant in de buurt ervan. Daar kom je slechts “comederes - eetzalen” tegen. In het centrum van Santa Fe is het ijskoud, het enige restaurant dat open is, is dat van Grand Hotel España. Alwaar we voor het slapen gaan voor de tweede keer vandaag uiterst onthaast worden bediend. Het begint zowaar al een beetje te wennen. wordt vervolgd |