|
EEN VREEDZAME ZONDAG IN RIO DE JANEIRO (05102005) Het strand van Copacaba ligt er verlaten bij. Behalve de onvermijdelijke volleyballers en voetballers, die hier dag en nacht in de weer zijn, is er niemand anders. Terwijl het gisteren nog zo’n stralende dag was, is de lucht nu grijs en regent het af en toe. Op de Avenida Atlântica, de boulevard die op zondag deels voor het wegverkeer is afgesloten, is een opgewekt protest aan de gang. Hoewel de demonstranten voor een verbod op wapenbezit protesteren, staan op regelmatige afstand langs hun route opvallende spandoeken met de tekst “ENTREGUE SUA ARMA! - Lever je wapen in! De bandieten bedanken u. Hou op met die flauwe kul.” Die “flauwe kul” is de aanstaande volksraadpleging over een wetswijziging die het wapenbezit moet inperken. Brazilianen hebben net als Argentijnen het recht om een vuurwapen te bezitten. Bij de wapenwinkel bij mij in de wijk, die godbetert “Mijn vriend” heet, kan er voor zover ik heb begrepen op vertoon van het DNI, het nationale identiteitsbewijs, een vuurwapen naar keuze worden gekocht. Brazilië is helaas niet alleen wereldkampioen voetballen maar eveneens mondiaal koploper als het om het doodschieten van mensen gaat. In 2003 gemiddeld 105 per dag, op jaarbasis 40.000. Zo’n beetje de bevolking van een middelgrote Nederlandse of Belgische stad. De in het wit gestoken demonstranten zijn “capoeiristas” beoefenaren van de capoeira. Dat is een in Brazilië buitengewoon populaire sport die stamt uit de tijd dat slavernij nog heel gewoon was. Wat ik wel een mooie omschrijving van capoeira vind, is dat het een combinatie van muziek, acrobatiek, dans en gevecht is. Een schijngevecht welteverstaan, want elkaar aanraken is er niet bij, de kunst is juist elkaar absoluut niet te raken. Vreedzamer kan het haast niet. Er zijn tegenstrijdige theorieën over het waar capoeira vandaan zou komen of hoe het is ontstaan. Is het met de slaven vanuit Angola geïmporteerd of is het ontstaan op de plantages waar slaven onder het onder het mom van een feest of een religieuze bijeenkomst gevechtstechnieken oefenden? Mij maakt het niet uit, hoewel ik de Angola connectie zeer twijfelachtig vind. Zo zijn de met de slaven meegereisde Afrikaanse goden juist overwegend afkomstig uit West-Afrika. De “Orixás” van de Macumba en Candombé hebben dezelfde namen als die van de Yoruba goden, hetgeen er op zou kunnen duiden dat uit Angola afkomstige slaven veruit in de minderheid waren. Daar zullen we echter nooit achter komen. Toen in Brazilië in 1888 de slavernij eindelijk werd afgeschaft, gaf de regering opdracht om alle documenten die betrekking hadden op de slavenhandel te vernietigen. Hetgeen buitengewoon grondig gebeurde. Een groep capoeiristas bestaat uit leden die de sport daadwerkelijk beoefenen en de muziekanten die hun met ritmische muziek en zang begeleiden. Het meest in het oog springende instrument is de uiterst simpele “berimbau” een boog zonder pijl, maar met een kleine klankkastje dat is gemaakt van een kalebas. De muzikant slaat met een stokje tegen de snaar en regelt de toonhoogte door de klankkast te openen of te sluiten door deze tegen zijn lichaam te drukken. Dat kan ook door een stukje metaal of een steen tegen de snaar aan te drukken. Een mooi gezicht zo’n rij tokkelende berimbauspelers. Onder de opgewekte tonen van de muziek, is jong en oud in een schijngevecht verwikkeld, de goed getrainde en lenige capoeiristas wisselen elkaar voortdurend af, het is een wervelende show en lijkt in de verste verte niet op een protest Schuldbewuste ouderen lopen met spandoeken waarop ze de fouten uit hun jeugd aan de kaak stellen “Geweld, prostitutie en de straatkinderen zijn de vruchten van de ongewenste zwangerschappen van de jeugd van vroeger. Volwassenen licht de jongeren voor!” Tussen die ouderen ontdek ik tot mijn grote verassing een paar “Filhos de Gandhy - Zonen van Gandhi.” Wat hebben die nu in Rio de Janeiro te zoeken? Die horen in Salvador de Bahia thuis! Zoete herinneringen van bezoeken aan de oudste stad van Brazilië vechten om voorrang. Officieel heten ze “Sociedade Recreiativa e Carnevalesca Filhos de Gandhy” oftewel “Ontspannings- en Carnavalsvereniging Zonen van Gandhi.” Toen ik nog in Rio woonde, zag ik op de televisie een prachtige documentaire die in 1999 ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de Filhos werd uitgezonden. Gilberto Gil, zanger, componist, op dit moment Minister van Cultuur, maar bovenal “Zoon van Gandhi en Raimundo Ghandi, het evenbeeld van de oude vredesactivist, speelden een hoofdrol. Met de ogen dicht was ik terug in Nigeria. De muziek, het ritme, de manier waarop de teksten werden gezongen, de Yoruba goden die werden aangeroepen. Puur Afrikaans, om nog maar een te benadrukken dat Salvador de meest Afrikaanse stad van Latijns Amerika is. Als de dag van gisteren herinner ik me de wandeling naar Pelerinho in het historische centrum van Salvador toen we in gesprek raakten met iemand die was gekleed in een Afrikaans aandoend gewaad. Op het moment dat hij er achter kwam dat mijn geliefde uit Nigeria afkomstig was, een echte Afrikaanse dus, vroeg hij beschroomd of ze kon bevestigen dat hij “echt Afrikaans” was gekleed. Aardig als ze is, bevestigde ze dat hoewel ik op het punt stond wat twijfels te uiten. Terwijl we stonden te kletsen, riep ze opeens verrast “Gandhi!!” toen de man die we op de televisie hadden gezien de deur van zijn huis uitkwam. Handen schudden, zoenen, met elkaar op de foto, de dag kon niet meer stuk. De oude man voelde in de omhelzing net zo fragiel aan als Mahatma Gandhi er oude filmbeelden uitziet. Wat een leuke ervaring was dat. De “afdeling Rio” van de Filhos de Ghandy loopt er wat schobberdebonk bij en heeft zelfs twee vrouwen in de gelederen, hetgeen in Salvador ten strengste is verboden. Een van de twee is wel een heel erg mooie jongedame waarvoor de regels begrijpelijk wat zijn opgerekt, maar toch. Uit de tegenovergestelde richting komt plots een protest van dove medemensen, het begint weer te regenen. We stappen in de auto, het wordt tijd om te gaan lunchen. Wordt vervolgd. |