EEN VREEDZAME ZONDAG IN RIO DE JANEIRO 2 (11102005)

De wijk Saúde, bij de haven van Rio de Janeiro, ligt er net zo verlaten bij als het strand van Copacabana. En het is er bijna net zo vreedzaam. Als we het plein bij de meelfabriek “Moinho Fluminense” oprijden, klinken schoten. Mijn Braziliaanse collega trekt zijn hoofd in een reflex tussen zijn schouders, dat is totaal overbodig. Uit een ooghoek had ik al gezien dat er op het plein een schietclub is. Ik begrijp zijn reactie best, de buurt ziet alles behalve uitnodigend uit. Hoewel de meelfabriek op volle toeren draait, zijn de meeste andere gebouwen vervallen en verlaten. Hier en daar struinen wat zwervers rond, niet echt een buurt om eens op je gemak te gaan rondkijken. We zijn gestopt omdat ik een paar panden, waarvan de meeste zo rond de vorige eeuwwisseling zijn gebouwd, wat beter wil bekijken. Pronte stijlvolle architectuur die ondanks het verval de ogen streelt, vooral door de fraaie doch weinig functionele details die toen zo gewoon waren. Zoals de vuurspugende draken op de façade van de meelfabriek en de elegante gevellijsten met jaartallen en geheimzinnige initialen. Een paar van die schijnbaar nutteloze pakhuizen worden hergebruikt door sambascholen, die er de praalwagens voor het volgende carnaval aan het bouwen zijn.

Waarom we echt richting Saúde zijn gereden is omdat we onderweg zijn naar restaurant “Sentai” beter bekend als de “O Rei da Lagosta - de Koning van de Kreeft.” Een onooglijke eetgelegenheid in een buurt waar de gemiddelde toerist bij voorkeur wegblijft. Ten onrechte. Sinds mijn neef Arjan me jaren geleden meenam op ontdekkingsreis naar dit restaurant, ben ik er niet meer weg te slaan. Beneden ziet het er niet al te aantrekkelijk uit, maar het gaat uiteindelijk om het eten. Braziliaanse visschotels. Voor het eerst heb ik zin om op de bovenverdieping te eten, die is een heel stuk ruimer dan de zaal beneden. Hoewel eenvoudig ingericht, zijn de wanden aardig gedecoreerd met foto’s die overduidelijk maken dat men hier bij supporters van de voetbalclub Vasca da Gama te gast is. Verder hangen er nog een stuk of tien schilderijen van die gekke Chileense kunstenaar Selerón, die van het tot kunstwerk verheffen van de “Escada do Convento” in de wijk Lapa zijn levenswerk heeft gemaakt. Dergelijke schilderijen, met zeer herkenbare stadsbeelden en de steevast aanwezige zwangere vrouw, hangen in veel meer restaurants in Rio. Selerón gaat van deur tot deur om zijn werk uit te venten om zijn levensonderhoud te voorzien. Het eten smaakt vertrouwd lekker. Heerlijk om voor de afwisseling weer eens bolinhos de bacalhau te eten en moqueca, een verrukkelijke visschotel, met pirãosaus in plaats van mijn normale dieet van Argentijnse biefstukken Wat ook vertrouwd aandoet zijn de Braziliaanse stellen die naast elkaar aan tafel zitten en niet tegenover elkaar. In Buenos Aires herken je daaraan in een restaurant onmiddellijk de noorderburen.

Om de overdadige lunch wat te laten zakken, wandelen we door het oude centrum. Op werkdagen kan je er over de hoofden lopen, op zondagmiddag kan je er een kanon afschieten zonder iemand te raken. Mijn collega kent deze buurt nauwelijks, ik kan het niet laten om hem “Planeta Tango” de tangoclub te laten zien. “Bem-vindo ao templo sagrado do Tango - Welkom in de heilige Tangotempel” staat op het uithangbord. De club is in de Rua do Ouvidor gevestigd in een huis dat zo’n eeuw oud is. In de kop van de gevel een kruis met stralenkrans met door de poot de letters S en M gevlochten. Er zijn meer huizen in de straat met diezelfde initialen bovenin de gevel en het irriteert me dat ik er maar niet achter kan komen wat dit betekent. Mijn collega heeft geen flauw idee en navraag bij vrienden die vroeger in Rio hebben gewoond levert evenmin iets op. Doorvragen en doorzeuren op kantoor leidt tot de ontrafeling van het raadsel: destijds werden de initialen van de eigenaar in de gevel “geschreven.” Het lijkt me echter wat onwaarschijnlijk dat één en dezelfde persoon in korte tijd zoveel huizen voor zichzelf liet bouwen. “Heeft het soms iets met de kerk op de hoek te maken? Of met een religieuze orde? Dat kruis staat er toch niet zomaar op?”

De aanhouder wint, een half uur later krijg ik antwoord op mijn vragen. De kerk op de hoek van de Primeiro de Março en de Rua do Ouvidor heet “Santa Cruz dos Militares”. Het kruis met de S en de M zijn de initialen van de Irmandade - de broederschap van Santa Cruz dos Militares. Als bonus krijg ik bovendien een uitgebreid college over de “Irmandades” de liefdadigheidsinstellingen in het Brazilië van tijdens en na het koloniale tijdperk. Over de “Santa Casa da Misericórdia do Rio de Janeiro” een irmandade met de oorspronkelijke doelstelling armen te voeden, wezen een onderdak te bieden en weduwen te ondersteunen. Kortweg een instelling die de minderbedeelden in de samenleving ondersteunde. Naderhand werd de medische verzorging toegevoegd. Volgens mijn woordenboek is een “Santa Casa” een ziekenhuis. Broederschappen richtten hun eigen Santa Casas op waar in principe alleen hun eigen leden werden verzorgd, ze financierden voorts de bouw van kerken en, zoals in de Rua do Ouvidor, een flink aantal huizen met hun “handtekening” in de kop van de gevel. Die broederschap bestond uitsluitend uit militairen die maandelijks een verplichte bijdrage aan de kas moesten leveren die was gebaseerd op de hoogte van hun soldij. Geprivatiseerde gezondheidszorg en sociale zorg lang voordat deze zo hedendaags klinkende termen werden bedacht.

In het portaal van een andere kerk in de straat hangt een affiche dat de 370ste viering van het feest van Nossa Senhora da Penha - Onze Lieve Vrouw van de Rots aankondigt. Ons verdere middagprogramma wordt daardoor op stel en sprong aangepast.

Wordt vervolgd.