DAGBOEK PATAGONIË - 1 (25012006)

Woensdag, 16 november 2005 - Buenos Aires - El Calafate. “De temperatuur in El Calafate bedraagt 12 graden Celsius” meldt de piloot koeltjes vlak voordat hij de landing inzet. Dat het in Patagonië kouder zou zijn dan in Buenos Aires wist ik wel. Uiteindelijk ligt Calafate bijna 2.800 kilometer naar het zuiden en derhalve 2.800 kilometer dichter bij de zuidpool. Dat het bijna 1 graad kouder per 100 afgelegde kilometers is, verrast me ondanks dat het weerbericht dag in dag uit laat zien hoe groot de temperatuurverschillen tussen Patagonië en de noordelijke helft van Argentinië zijn. Groot dus. Het vliegtuig zit vol met buitenlandse toeristen, zo te horen heeft alleen de bemanning de Argentijnse nationaliteit. Mijn collega’s beklagen zich er vaak over dat zij zich sinds het uitbreken van de economische crises geen vakantie meer in Patagonië kunnen permitteren. Vóór die crises was Argentinië voor buitenlanders vrijwel onbetaalbaar en zag je nauwelijks toeristen. Nu het land als betaalbare vakantiebestemming is ontdekt, moet je ruim op tijd reserveren. Als ik een week of zes van te voren wil boeken, is er alleen nog plaats in de business class. Dankzij een goede kennis, die heel handig toegang heeft tot het reserveringssysteem van Aerolíneas Argentinas, lukt het toch een stukken goedkopere toeristenklasse ticket te bemachtigen. Zodra een reservering wordt geannuleerd, schuift zij onze namen in de vrij gekomen plaatsen. Door de grote vraag zijn de lagere tarieven voor Argentijnen en zij die, zoals ik, permanent in het land resideren ook al afgeschaft en betaalt iedere passagier het volle pond. Veel hotels en museums hanteren eveneens hogere tarieven voor buitenlanders. Desplumar turistas - toeristen plukken, is een nationale sport die met groot enthousiasme en zonder enige terughouding wordt beoefend.

Na drie en een half uur vliegen over een onbewoond en kaal land, waarvan de eentonigheid slechts af en toe wordt onderbroken door een meer of een rivier, komt het enorme Lago Argentino in zicht. We zijn er bijna. Er staat een gure wind op het parkeerterrein voor de terminal. “Hallo, ik heet Carolina” zo begroet de plaatselijke vertegenwoordigster van het reisbureau ons “jullie doen morgen een mintrekking op de gletsjer, heb je handschoenen, drie lagen kleding en stevige bergschoenen bij je? Vergeet niet om zonnebril en zonnebrandcrème mee te nemen. Veel plezier, chau!” en weg is ze. Als stoere Nederlanders die wel wat zijn gewend, vinden we de handschoenen en al die lagen kleding wel wat kinderachtig, zo koud is het nu ook weer niet. De bus die ons naar het hotel brengt, rijdt door hetzelfde eentonige verlaten landschap dat we uit de lucht zagen met aan de einder het meer en hoge bergen en nauwelijks ander verkeer. Direct na het inchecken gaan we El Calafate verkennen. Dat kan in een vloek en een zucht. In minder dan geen tijd ontdekken we dat het dorp uit weinig meer bestaat dan hotels, souvenirwinkels, restaurants en andere van het toerisme afhankelijke bedrijfjes. Een lange lunch gevolgd door een lange wandeling en een vroeg diner maken de dag vol.

Donderdag, 17 november 2005 - El Calafate - Perito Moreno - El Calafate. Het ophalen van de medepassagiers is een reis op zich. Helaas stappen wij aan het begin van de rit in en zitten al ruim een uur in de bus voordat we het dorp uitrijden. Deze onverwachte ontdekkingreis bevestigt dat het toerisme de kurk is waarop Calafate drijft. Verschrikkelijk veel nieuwbouw hotels en pensions en in de buitenwijken de grote huizen van de goed boerende ondernemers. Een groep Duitsers reist op een koopje met een grote rode truck met oplegger die “Das Rollende Hotel” heet. Op de laadvloeren is een dagverblijf respectievelijk een nachtverblijf van drie verdiepingen gebouwd. Er is een keukentent en een washok, grote gasflessen voorzien de keuken van vuur en het “hotel” hoogstwaarschijnlijk van warmte. Weer eens wat anders. Als we het stadje eenmaal uit zijn, belanden we opnieuw in een eindeloos leeg land dat in de verte wordt begrensd door de besneeuwde bergtoppen van de Andes. We passeren veel weiden met schapen en lammetjes, het is voorjaar in Patagonie. Het wegverkeer bestaat uit bussen en busjes die zijn gevuld met toeristen die allemaal hetzelfde reisdoel hebben, de gletsjer Perito Moreno die op 80 kilometer van El Calafate in het Nationale Park Los Glaciares - de Gletsjers ligt. Het park is een PARK en niet een lullig stadsparkje voor een zondagmiddagwandeling of zo. Het is 724.000 hectare groot, zo’n beetje een vijfde van de oppervlakte van Nederland. Ter vergelijking: het Nationale Park de Hoge Veluwe beslaat 5.500 hectare.

Op het parkeerterrein bij de ingang is het betalen geblazen. Buitenlanders 40 Pesos (ongeveer € 11) binnenlanders 10 Pesos, net alsof je ledenkorting krijgt. Het landschap verandert wat. Een meer aan de linkerkant, het blijkt de andere arm van Lago Argentino te zijn, struiken en bomen aan de rechter. De Notro (embothrium coccineum) met zijn rode bloemen overheerst. Tot mijn verontwaardiging - geargentiniseerd als ik ben - wordt de struik in een catalogus omschreven als “Chilean firebush - Chileense wintergroene struik met vuurrode bloemen. De hoogte na 10 jaar is 4 meter. De bloemkleur is vuurrood. Deze plant is matig winterhard.” Wat matig winterhard? Wat Chileens? De stuik komt in heel Patagonië voor, zowel het Chileense als het Argentijnse deel, en is uiteraard winterhard als zijnde afkomstig uit een gebied waar de gemiddelde jaartemperatuur rond de 10° Celsius ligt. Door herhaald oponthoud, dat wordt veroorzaakt door wegwerkzaamheden op de smalle weg door het park, krijgen we volop gelegenheid om de omgeving te bestuderen en bewonderen. Na een half uur is het zover, in de linker bovenhoek verschijnt een strook ijs die geleidelijk groter wordt, er drijven brokken ijs in het meer. We komen in de buurt van ons reisdoel: de gletsjer Perito Moreno.

Midden maart 2004, het was tijdens een weekeinde, waren vrijwel alle Argentijnse ogen op Perito Moreno gericht. Voor het eerst sinds 1988 werd een “rotura” verwacht. Het afbreken en met donderend geraas in het Lago Argentino storten van de voorkant van de gletsjer op het punt waar het ijs in de afgelopen 16 jaren dwars door het meer een brug naar de dichtst bij gelegen overkant had gebouwd. Het was uniek om die natuurlijke krachten aan het werk te zien in een directe televisie uitzending. In tegenstelling tot het overgrote deel van de gletsjers op aarde, die steeds kleiner worden of zelfs compleet verdwijnen, groeit deze nog steeds. Een boot brengt ons naar de andere oever. Perito Moreno is vanaf het water lang niet zo breed als op de foto’s en films die ik heb gezien, pas later op de dag zal ik begrijpen waarom. De ijsmuur is wel erg hoog, zo’n 70 à 80 meter, en straalt mysteries ultraviolet licht uit, alsof er overal in het ijs sfeerverlichting is geïnstalleerd. Over de ijsmassa heen waait een koude wind onze richting op, het regent bij vlagen, de bergtoppen verdwijnen regelmatig in de wolken.

Op de landingsplaats worden de aspirant ijsbeklimmers opgewacht door een stuk of tien gidsen. Warm aankleden en eerst een lesje over het ontstaan van gletsjers en over de ijskap van Patagonië, de derde in grootte na Antarctica en Groenland. Aan de rand van het ijs binden de gidsen ons voetijzers onder. De handschoenen moeten verplicht aan, niet vanwege de kou, maar om de handen tegen het soms messcherpe ijs te beschermen. Instructie hoe te klimmen en te dalen. Bergopwaarts lopen als een pinguïn, met de voeten schuin naar buiten gericht. Bij het dalen lopen als een mensaap, schouders laten hangen, armen langs het lichaam laten slingeren. Of was het andersom? Vooral de voeten niet van hak naar teen bewegen of op de tenen lopen, de hele voet flink plat in het ijs planten, zo hoort het. Het weer werkt prima mee aan het maximale genieten van deze unieke gletsjerwandeling, het is verrukkelijk instabiel. Perito Moreno is 80 kilometer lang en ongeveer vijf kilometer breed. Het ijs waar we op lopen, aan het eind van de gletsjer, is naar schatting driehonderd jaar oud en beweegt iedere dag tussen de twee en tweeënhalve meter voorwaarts. De ruim twee uur die de wandeling duurt, schuift het ijs zo’n 20 centimeter op. Je merkt er niets van of toch wel. Het is of er met enige regelmaat een kanon wordt afgeschoten, het geluid van een kruiende ijsmassa. We klimmen, we dalen, we krijgen uitleg over diepe blauw gekleurde plassen en stroompjes met glashelder water. De tocht is uiterst strak georganiseerd, veiligheid voor alles. Vanaf het vertrekpunt was te zien dat er meerdere groepen de gletsjerwandeling tegelijkertijd maken en als een rijtje mieren over het ijs voortbewegen, je ontmoet elkaar echter zelden tot nooit. Lang geleden dat ik een voet op natuurlijs heb gezet, twintig jaar wonen in min of meer tropische streken is daar de schuld van. Eindelijk gloeien mijn wangen weer eens van de kou én van het genieten van deze vrijwel onbeschrijflijke ervaring. Het is een bijna religieuze belevenis. Zou dat komen door de wandeling over - zij het bevroren - water? Aan het eind van de afdaling worden we naar een uit het zicht liggende “duinpan” in het ijs geleid waar whisky klaar staat en de “rocks” ter plekke met ijspikken uit de gletsjer worden gehakt. “De enige plek ter wereld waar het ijs ouder is dan de whisky” proost een van de gidsen op de goede afloop.

Als we terug lopen naar de landingsplaats voor picknick en koffie, klinken harde knallen en vallen brokken ijs met een enorme plons in het water. Zouden we een “rotura” beleven? Daar hoopt iedere bezoeker waarschijnlijk heimelijk op. Een gids rent ons voorbij, om maar niets te missen. Helaas is het een vals alarm, de ijsbrug staat nog net zo stevig overeind als een paar uur geleden. Zittend op de oude gletsjervloer genieten we na van de wandeling en de klim en bewonderen die fascinerende blauwe ijsmuur zolang mogelijk. In de roodbruine rotsbodem, het is net antiek hout, kan je duidelijk de krassen zien die de loodzware ijsmassa heeft achtergelaten. Terug naar de overkant van het water, de bus in en dan naar de andere kant van de gletsjer. In mijn onschuld had ik de ijsbrug voor het einde van de gletsjer aangezien. Aan de tot nu toe onzichtbare zijde van de gletsjer zijn flinke houten veranda’s van waaraf de gletsjertong in haar volle glorie kan worden aanschouwd. We zijn aan de korte zijde begonnen en zien vanaf de veranda de lange zijde. Je kan de ijsbrug goed bestuderen en zien hoe het ijs het Lago Argentina in tweeën deelt. Doordat de waterstand in de ene arm van het meer lager wordt dan die aan de andere kant, ondermijnt het water langzaam maar zeker de brug en volgt de “rotura” na verloop van tijd vanzelf. Hoelang “verloop van tijd” duurt, bepaalt de natuur. Midden januari 2006 was er een niveauverschil van zes meter en de kans op een spoedige “rotura” wordt steeds groter. De lange zijde van de gletsjer is veel meer in beweging. Er vallen aan de lopende band stukken ijs in het meer, het schijnt er levensgevaarlijk te kunnen zijn. Tussen 1968 en 1988 zijn er volgens een waarschuwingsbord 32 mensen om het leven gekomen. Sindsdien worden er kennelijk geen statistieken meer bijgehouden. Om de toeristen niet af te schrikken? Het weer draait plotseling om. Het begint ijskoud water te regenen, de vlaggen worden bijkans van de masten gerukt door een striemende ijskoude wind. Mooier had het bezoek aan de Perito Moreno niet kunnen eindigen. Gauw de warme bus in en, vermoeid maar zeer voldaan, terug naar El Calafate.

wordt vervolgd