DAGBOEK PATAGONIË - 3 (03022006)

Zaterdag, 19 november 2005 - Ushuaia - Lapataia - Ushuaia - Trelew - Puerto Madryn. Ushuaia begon rond 1870 als missiepost, werd vervolgens een gevangenenkolonie en is tegenwoordig een onvervalste toeristenval. Het handelsmerk “Fin del Mundo - Einde van de Wereld” doet het de laatste jaren bijzonder goed. Ushuaia is de uitvalsbasis voor de zeer en vogue zijnde cruises naar het Zuidpoolgebied en een vaste aanlegplaats van de cruiseschepen die in tijdens de winter op het noordelijk halfrond afgeladen zijn met passagiers die een zomerse trip rond Zuid-Amerika maken. En dan zijn er al die dagjesmensen zoals wij, die in iets meer dan 24 uur het einde van de wereld gevoel willen ervaren. Aan dit vluchtige toerisme dankt de lokale bevolking haar bestaan, want Usuaia is nou niet bepaald een plek om eens lekker een week of wat vakantie te gaan vieren.

Vanuit ons pension, de Posada del Fin del Mundo, gaan we vroeg op pad om naar het enige echte einde van de wereld te gaan. Met bus en trein en bus is dat volgens de folders goed te doen. Eerst het gebruikelijke tijdverlies omdat de medepassagiers bij hun hotel moeten worden opgehaald, een routine waar we langzaam maar zeker aan gewend raken. Het station van het Einde van de Wereld ligt even buiten Ushuaia. De trein staat onder stoom te wachten op het vertreksein, in het stationshalletje speelt een tango orkest composities van Astor Piazzolla. Een van de reisgenoten herkent onmiddellijk Libertango, waarvan ooit een gezongen discoversie door Grace Jones op de plaat werd gezet. Tango hoort hier niet, vind ik, dat is Buenos Aires. Tot mijn spijt is dit niet de spoorlijn die Paul Theroux zo mooi beschrijft in zijn boek “De oude Patagonië-Expres” maar een fleurig rood geschilderde locomotief die een rijtje al even fleurig groen geschilderde wagons trekt. Met andere woorden het is een echt toeristentreintje dat op de smalle 60cm brede rails van de voormalige gevangenisspoorlijn rijdt. De rit gaat door een totaal verlaten landschap, dat tegelijkertijd bizar en wonderschoon is. Overal steken grijze boomstronken uit de grond en liggen omgevallen eveneens grijze boomstammen. Ze vormen het tastbare bewijs van wat tijdens de vorige eeuw een Argentijnse goelag was. De gevangen waren dwangarbeiders die mede de Argentijnse territoriale rechten op een deel van Vuurland moesten bevestigen. Heel gewoon, vond een toenmalige minister. Hadden de Britten niet hetzelfde gedaan met Australië en de Fransen met Guyana? Of je het daar mee eens bent of niet, de man had wel een ijzersterk punt. Het groen herovert langzaam maar zeker terrein op het grijs van dit moerasachtige veengebied en bedekt al doende de lidtekens van het verleden.

Het treintje stoomt langs de Pipo Rivier die is vernoemd naar een gevangene die het harde regime zat was, ontsnapte en vrijwel zeker in de rivier verdronk. Zijn lichaam werd nooit gevonden, maar hij is wel onsterfelijk geworden. Of zou het hem toch zijn gelukt te ontkomen? Het lijkt onwaarschijnlijk. Tierra del Fuego is een eiland dat groter is dan Nederland en is omgeven door water dat je niet zomaar even overzwemt en dat wordt doorsneden door flinke bergen die je niet zomaar even oversteekt. Tijdens de hele reis worden dit soort faits divers via de intercom rondgestrooid. Een tussenstop op het station “La Macarena” waar aan de oever van de rivier wat Yamana hutten zijn geplant onder het motto van “kijk eens hoe idyllisch die nomadische vissers en jagers vroeger leefden.” Onder het bord met de naam van het station wordt “la Macarena” gedanst, de stoomfluit blaast, we stappen weer in en boemelen door naar het eindstation in het Nationale Park van Tierra del Fuego. Het einde van de wereld komt steeds dichterbij. Zouden ze het doen om de spanning op te voeren dat de bus nog een paar keer stopt voor een wandeling? Eerst langs het Lago Roca, mooie natuur, Chili aan de overkant. Vervolgens door een bos naar een wat hoger gelegen punt waar we goed Lapataia kunnen zien liggen waar volgens de gids het einde van de wereld zou zijn. Vanuit de verte lijkt het daar allerminst op, het enige dat ik zie is een steiger op een landtongetje in een baai.

Van dichtbij lijkt het er nog minder op. Het barst van de toeristen die zich over een smalle loopbrug naar een houten platform wurmen, want daar sta je pas echt aan het einde van de wereld. Iedereen moet dit moment op foto of film vastleggen. Mijn vriend Louis neemt een slok whisky uit zijn heupflesje, hij ziet waar hij naar op zoek was. ik voel me belazerd. Aan het einde van de wereld moet je recht voor je uit kijken, je ogen van links naar rechts kunnen bewegen zonder iets anders te zien dan water en lucht. Links over het water zie ik echter Argentijns land, rechts Chileense land en recht vooruit tot aan de horizon Chileense bergen. Lapataia is niets anders dan het einde van de Ruta 3 met aan het andere uiteinde Buenos Aires. Hier houdt alleen Argentinië op, de wereld nog lang niet. De beverdam naast het parkeerterrein interesseert me na dit debacle geen reet. Die beesten werden door handige jongens uit Canada ingevoerd om goud geld te gaan verdienen met beverbont. De negotie liep niet volgens plan en toen hebben ze de dieren maar los gelaten. Omdat ze in Vuurland geen natuurlijke vijanden hebben, is de beverpopulatie flink uit de klauw aan het lopen. Het is een plaag waarvan niemand weet hoe die moet worden bestreden. Net goed!

Op de terugweg laten we ons in Ushuaia afzetten bij het overdadig grote monument ter herinnering aan de zo tragisch verlopen en verloren oorlog om de Islas Malvinas - de Falkland Eilanden. Veel steden en dorpen in Argentinië hebben zo’n monument. Het doet me vaak aan Noord Frankrijk denken, waar ieder zichzelf respecterend dorp een monument voor de gevallenen uit de Eerste en/of Tweede Wereldoorlog heeft. Het monument bestaat uit een enorme betonnen muur - een klaagmuur? - waarin de contouren van de eilanden zijn uitgespaard. Als je er voor staat, kijk je waarschijnlijk in de richting waar de eilanden liggen. Vlakbij staat een kleine cenotaaf voor de 323 zeelieden die tijdens dezelfde oorlog op volle zee verdronken, nadat een Engelse onderzeeër de kruiser Generaal Belgrano had getorpedeerd. Verderop een bord met het patriottisch gedicht “La Isla de la Buena Memoria - het Eiland van de Goede Herinnering.” Uit de achteraf verhalen is die herinnering helemaal niet zo rooskleurig. Tot op de dag van vandaag hoor ik treurige verhalen over de slecht voorbereide en slecht bewapende dienstplichtigen die als kanonnenvlees aan de Britten werden gevoederd. Er staat een ijskoude wind, het regent bij vlagen, echt Malvinas weer.

Ushuaia is de hoofdstad van de provincie die officieel “Provincia de Tierra del Fuego, Antartida e Islas del Atlántico Sur” heet. Die eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan zijn naast de Falklands, de onbewoonde en voor mensen vrijwel onbewoonbare Zuid-Sándwich Eilanden, de Zuid-Orkney-eilanden, de Zuid-Shetlandeilanden en Zuid-Georgië. Er wonen daar wel erg veel pinguïns. De verste eilanden liggen meer dan 1.500 kilometer van het vasteland. Hoewel ze door de Argentijnen bestuurlijk bij Tierra de Fuego zijn ingedeeld, worden ze door de Britten bestuurd en zijn vrijwel onbereikbaar voor een allerdaagse toerist. Het Argentijnse dagdromen dat het ooit goed zal komen, gaat desalniettemin onverdroten verder met het jaarlijkse hoogtepunt op 2 april: Malvinas Dag.

Je bent niet echt aan het einde van de wereld geweest als je geen stempel in je paspoort hebt laten zetten waarmee dat kan worden aangetoond. Met een vorige geliefde deed ik iets dergelijks erg lang geleden in Istanbul, voordat de brug oer de Bosporus was gebouwd. Je stak met de pont over van Europa naar Azië om daar aangekomen snel een stempel “Azië” in je paspoort te laten zetten en een kop thee te drinken. Dat was destijds iets redelijk exclusiefs, tegenwoordig houdt alleen de vogelgriep de toeristen nog weg uit het Aziatische deel van Turkije. Mijn paspoort ligt thuis, ik heb alleen mijn DNI, mijn Argentijnse identiteitsbewijs, bij me waarin liever geen onofficiële stempels mogen worden gezet. Hoewel ik niet zeker weet of daar al dan niet represaillemaatregelen tegenover zullen staan, doe ik het toch maar niet en stel me tevreden met een stempel op een los papiertje, dat ik als minibladwijzer in het boek “In Patagonië” van Bruce Chatwin ga leggen. In de winkelstraat overal afbeeldingen van pinguïns tot en met pinguïnetalagepoppen toe. In een etalage zit zelfs een groepje elegant geklede pinguïns een kaartje te leggen. Lulligheid kent geen grenzen.

Het is net monopoly: ga niet langs af, ga naar de gevangenis. Om de buien te ontvluchten, gaan we vrijwillig naar de gevangenis, tegenwoordig deels hoofdkwartier van de Argentijnse marine, deels gevangenismuseum, deels maritiem museum. Dankzij de ICOM kaart van mijn in de museumwereld werkzame reisgenoot krijgen we een forse korting op de toegangsprijs. “ICOM, wat is dat?” Korte uitleg, klaar is kees, we hoeven geen 20 Pesos te betalen, maar slechts 5, het onderwijzerstarief. De dwangarbeiders van het eerste uur moesten zelf hun gevangenis en cellen bouwen, kan het erger? Het onaantrekkelijke gebouw zal ongetwijfeld nog eeuwenlang weer en wind doorstaan, het is meer dan solide, Het gebouw herinnert enigszins aan de oude gevangenis van Recife, in het noordoosten van Brazilië. Dat is tegenwoordig de combinatie van een museum en een populaire toeristenmarkt, met in de cellen souvenirwinkeltjes. In Ushuaia is het voor mijn gevoel meer een educatieve instelling die tot doel heeft de bezoeker op het rechte pad te houden, maar wel goed gedaan. In de cellen wordt het harde leven van vroeger verbeeld met veel achtergrondinformatie over een aantal beruchte gevangenen en over het hoe en waarom van de gevangenenkolonie. In de buurt van de petoet staan nog veel klassieke Ushuaia huisjes die door de gevangen werden gebouwd. Cultureel erfgoed?

Terug in ons pension doen we verslag aan Ana, de uit Buenos Aires afkomstige eigenaresse die van beroep psychotherapeute is. De slaapkamers zijn beneden, de gezellige zitkamer met mooi uitzicht boven. We drinken thee gemaakt met water dat afkomstig is van de gletsjer Martial, die een deel, zo niet de hele stad van drinkwater voorziet. Aan de wand hangt een groot portret van Picasso, we worden door Ana in de watten gelegd. Zou zij zo ver van de grote stad in haar eigen pension soms in zelftherapie zijn? Ik kan me zelfs niet eens met de grootst mogelijke moeite voorstellen dat iemand Buenos Aires vrijwillig verruilt voor dit gat aan het einde van de bewoonde wereld. Wij houden het na iets meer dan een dag alweer voor gezien, hoewel Ushuaia probeert om ons vast te houden. Urenlang zitten we op het vliegveld Malvinas Argentinas - Falklands zijn Argentijns te wachten op het vlucht naar Trelew. Die stad ligt ongeveer 1.500 kilometer naar het noorden, halverwege Buenos Aires, maar nog steeds in Patagonië. Met uren vertraging arriveren we vlak voor middernacht, daarna is het nog een uur met de bus naar Puerto Madryn aan de kust. De hotelkamer is zeer eenvoudig, een kniesoor die daar op let. We hebben slaap nodig om ons lichaam voor te bereiden op de dag van morgen, dat wordt een dierendag op het Península Valdés.

wordt vervolgd