DAGBOEK PATAGONIË - 4 (11022006)

Zondag, 20 november 2005 - Puerto Madryn - Península Valdés - Puerto Madryn. Hotel Fantilli in Puerto Madryn heeft twee sterren, wat mij betreft is dat er minstens één te veel. Het is uiterst eenvoudig en de eigenaren demonstreren schaamteloos hun Italiaanse afkomst. De kaart van Italië is tot het hun logo verheven en de Italiaanse nationale kleuren kom je overal in het hotel tegen. We zijn noodgedwongen bij de familie Fantilli terecht gekomen, het was het enige hotel dat ons twee opeenvolgende nachten kon herbergen. Na de telefonisch gemaakte reservering toch nog even maffia spelen, ook echt Italiaans. Op hun website kostte een tweepersoonskamer 120 Pesos per nacht, toen ze op de schriftelijk bevestiging buitenlandse achternamen zagen, was er sprake van een “vergissing” en hadden wij het verkeerd begrepen. De “echte Nederlanders” moesten opeens 207 Pesos ophoesten en ik, dankzij mijn Argentijnse persoonsbewijs, slechts 140 Pesos, ergo 35% “onder ons korting.” De lakens en handdoeken zijn schoon, het ontbijt simpel maar eetbaar, het had slechter gekund.

Al die volgeboekte hotels heeft Puerto Madryn te danken aan het Penïnsula Valdés. Dat is een schiereiland dat door middel van een zes kilometer brede navelstreng met het vaste land is verbonden en een unieke fauna heeft. Dat wil zeggen als je graag walvissen van dichtbij wilt zien, of pinguïns, of zeeleeuwen of guanaca’s of zeeolifanten. De flora stelt niets voor. Vrijwel het hele eiland is bedekt met steppegras waardoor het landschap buitengewoon eentonig is. Aan de noordelijke kant van de navelstreng ligt de Golf van San José, aan de zuidelijke kant de “Golfo Nuevo - Nieuwe Golf.” De gids legt uit dat als het aan de ene kant eb is, het vloed is aan de andere kant. Een zeldzaam en onverklaarbaar natuurverschijnsel. Handige jongens hebben ooit voorgesteld om commercieel gebruik te maken van de verschillen in waterhoogtes door middel van het graven van een verbinding tussen beide golven. Gelukkig hebben ze nul of hun rekest gekregen en bleef het landschap redelijk intact. Het schiereiland is tot Nationaal Park verklaard, maar de schapenboeren die er al woonden, mochten gewoon doorboeren. Onze gids vindt dat een wat slappe houding van de overheid, die landeigenaren hadden volgens haar “gewoon onteigend moeten worden.“

We rijden Puerto Madryn uit over een weg die langs de haven loopt. Buitenlandse vissersschepen, die zijn opgebracht wegens het illegaal vissen in de Argentijnse territoriale wateren, zijn er aan de grond gezet en liggen zichtbaar weg te roesten. Er zijn wat vrieshuizen waar legaal boven water gehaalde vis wordt verwerkt en er is een aluminiumsmelter waarvoor de grondstoffen vanuit Australië worden geïmporteerd. In Argentinië wordt geen bauxiet gevonden. We boemelen de smalle weg af in een zowat rituele dans met de andere weggebruikers, allemaal toeristenbusjes met dezelfde bestemming. Stoppen en controle bij de ingang van het park, direct daarna een pauze bij het bezoekerscentrum met een imposant skelet van een jonge walvis. Voor zover mogelijk krijgen we tekst en uitleg van onze gids. De concurrentie van andere gidsen en “hun” toeristen is stevig. Twee keer hetzelfde verhaal, een keer in het Spaans en een keer in het Engels. Hoewel de gids die taal goed spreekt, luister ik liever naar de Spaanse tekst. Wat te denken van “mothers milking their babies” als ze het over zogende moeders heeft? Toch wel wat cru vind ik. Eerder in Patagonië liet de vertaling ook wel eens te wensen over. Zo zag ik op een menukaart “cortado” espresso met een beetje geklopte melk heel erg letterlijk vertaald als “short coffee” en “jamón crudo - rauwe ham” als “cured ham” oftewel genezen ham. Mijn reisgenoten vinden me een zeurpiet die op dit soort slakken te veel zout legt.

Het eerste echte reisdoel voor vandaag is Puerto Pirámides. Vanaf het strand van dit gehucht vertrekken de boten waarmee walvissen van dichtbij kunnen worden bekeken. Volgens de gids gaan we gegarandeerd walvissen zien. November is niet de meest spectaculaire tijd van het jaar, de moeders hebben hun baby’s al en leiden een gezapig gezinsleven. Nee dan de paartijd, dan gebeurt er pas echt iets, dan komen de grote walvisstaarten hoog boven het water uit als er wordt gepaard. We moeten uren wachten, er zit niets anders op. De weerman voorspelt opkomende wind, waardoor de schepen later op de dag waarschijnlijk niet kunnen uitvaren. We hangen wat, we slenteren wat, we drinken koffie, we kletsen met medepassagiers. Zo maak ik kennis met een mevrouw uit Salt Lake City en wordt bijgepraat over de invloed die de Mormonen op het dagelijks leven in die stad hebben. Het is de netste stad ter wereld. Volgens mijn informant houdt Iedereen zich tot op het saaie af keurig aan de regels. Behalve dan de polygamie bedenk ik, wat ik die mannen overigens van harte gun. Ze werkt in de dierentuin, doch is tot mijn verassing geen biologe maar antropologe “ik was erg in primaten geïnteresseerd, vandaar” zegt ze ietwat verontschuldigend. Na een uur of twee kunnen we eindelijk inschepen. Zwemvesten aan, naar de boot die op het strand ligt, opstappen en wachten op het signaal dat we te water kunnen. Om de walvissen en hun jongen te beschermen, mag er niet meer dan één boot tegelijk de baai in. De boot staat op een trailer die door een tractor het water wordt ingeduwd, zoals de reddingsboten aan de Nederlandse kust meen ik me te herinneren. We treffen het, een moeder met jong zwemmen vlak onder de kust. Wel een aparte belevenis om zoiets van zo dichtbij te kunnen zien, hoewel er niet al te veel valt te zien. Het kind zwemt rondjes om de moeder heen, samen zwemmen ze rondjes om de boot of zo lijkt het althans. Je ziet nooit een complete walvis boven water, gelukkig wordt er wel een erg authentiek fonteintje water uit het gat vlak achter het hoofd gespoten. Na minder dan een uur staan we weer op het strand en reizen verder.

We hobbelen nog eens honderd kilometer voort. Zien guanaca’s - de Patagonische familieleden van de lama, zoutmeren en de “mara” het wat bizarre Patagonische konijn dat in de verste verte niet op een konijn lijkt, eerder op een mini kangaroe. De rit is lang en eentonig. Een slechte stoffige weg met aan beide kanten steppegras en af en toe een zoutmeer. Ook Punta Delgada, ons einddoel, stelt niet al te veel voor. Dat was ooit verboden militair gebied omdat het school voor vuurtorenwachters huisvestte. Ten onrechte vindt onze gids de vuurtorenwachter iemand uit “de romantische tijd van vroeger” In het oude schoolgebouw is nu een luxe hotel gevestigd en het restaurant waar we gaan lunchen, net als al die andere toeristen die vandaag op het schiereiland zijn. Onze gereserveerde tafels zijn nog bezet, dus dalen we eerst af naar het strand waar zich een groep zeeolifanten ophoudt. Het bord aan het begin van het zandpad naar beneden annonceert dat het hier om werelderfgoed gaat en dat zullen we weten. Aan de vloedlijn ligt een zooi zeeolifanten zich redelijk bewegingsloos voor te bereiden op hun migratie. De jongen zijn geworpen, het is tijd om uit te rusten en de oude huid af te werpen. We moeten afstand houden en ons koest houden om de natuur niet te verstoren. We kijken en luisteren naar de dieren die blaffen, met hun staartvinnen klappen en keiharde scheten laten.

Na de late en niet al te bijzondere lunch moeten we tweehonderd kilometer terug rijden. Dat is inclusief een omweg om een kort bezoek aan een kleine pinguïnkolonie te brengen. Wel gek om die beesten op een paar meter afstand bezig te zien alsof er geen mens in de buurt is. In tegenstelling tot de “super poligame” zeeleeuwen, echt gelezen, zijn pinguïns kennelijk erg monogaam. Dat zou komen omdat ze ieder jaar naar hun vaste nest terugkeren en daar hun partner van vorig jaar treffen. Gaten in de grond zijn de pinguïnhuisjes. De beesten lopen driftig rond, klappen met hun nutteloze vleugels en demonstreren ons met hun lange snavels hoe je echt moet bekvechten. Het klettert behoorlijk. De terugreis wordt af en toe verlevendigd door wat guanaca’s dicht bij de weg, maar daar blijft het bij. In Puerto Madryn eten we pizza en komen tot onze verassing de “Twee van Breda” weer eens tegen. De laatste keer was een dag of tien geleden in Cafayate. In ieder geval kunnen we onze reisgenoten bewijzen dat ze echt bestaan.

Maandag, 21 november 2005 - Puerto Madryn - Trelew - Buenos Aires. Een van de ergste dingen die me ver van het vaderland kan overkomen, is om ’s morgens vroeg in de eetzaal van een hotel te worden geconfronteerd met een gezelschap landgenoten dat ’s nachts is gearriveerd. Nog veel erger is het om een betweterige reisleider aan te moeten horen die zowat om de twee minuten op luide toon zeikt over waar je in Puerto Madryn mountainbikes kan huren. Of liever gezegd niet kunt huren omdat er per twee reizigers slechts minder dan één fiets beschikbaar zou zijn. Het allerergste is dat ik, of ik het nu wil of niet, alles nog steeds moeiteloos versta en noodgedwongen moet aanhoren.

We huren een auto en vertrekken richting Punta Loma. Net als gisteren houdt het asfalt direct na de bebouwde kom van Puerto Madryn op. Opnieuw een stoffige zandpad dat zich door een saai landschap slingert. De kaartjes met de volle toegangsprijs voor het reservaat zijn op. De parkwachter vraagt of we er bezwaar tegen hebben om de helft te betalen, die kaartjes heeft hij nog wel. Terwijl we, uiteraard, over voetbal kletsen, betaal ik voor ons vieren echt de helft en is er geen sprake van “delen van het verschil” waar ik op rekende. Meer pinguïns van nog dichterbij dan gisteren. Het hoogtepunt van de dag ligt echter iets verderop waar we vanuit de hoogte de dagelijkse strijd om het bestaan in een kolonie zeeleeuwen kunnen observeren. Vooral het leven voor de wat oudere mannen met een harem is zwaar. Die moeten zonder pauze de jonge geilbekken bij hun vrouwtjes vandaan houden. Zo te zien vreet dat energie. De dames en hun kroost liggen lekker lui op de kiezels van de door de oceaan uitgesleten grotten en volgen de strijd met belangstelling. Zou de plaats in het stenen bruidsbed van hun al wat oudere partner binnenkort worden ingenomen door een van energie overlopende jonge adonis? Het spel van plaagstootjes, de oude uit zijn tent proberen te lokken, van aanval en verdediging, het blaffen, het bijten, het zich steeds vermoeider terugslepen naar de harem met een blik van “ik ben hier nog steeds de baas” is buitengewoon boeiend om te volgen. Op de rotsrichel onder ons volgen zeevogels met grote even belangstelling hoe het er beneden aan toegaat.

Na de lunch rijden we wat door Puerto Madryn, waar weinig te zien of te beleven is. We bezoeken het grotendeels blauw geschilderde Malvinas monument dat door een oud strijder is ontworpen en onder leiding van een andere oud strijder werd uitgevoerd. Veel lelijk beton en alweer de, kennelijk verplichte, contouren van de eilanden. Een soldaat draagt een gesneuvelde of gewonde kameraad, een andere plant de Argentijnse vlag in de grond van de door de Britten gejatte eilanden. Terug in het hotel wachten we op de bus naar het vliegveld. In de lounge wordt op de televisie de kledingkeuze van Máxima Z afgekraakt, vooral de vreemde hoed die ze bij de doop van haar jongste telg op had. De bus zet ons stipt op tijd af op het vliegveld van Trelew, het vliegtuig laat een paar uur op zich wachten. Bij aankomst in Buenos Aires is het ’s avonds laat gezellig druk en lawaaierig en zomers warm. Opeens ligt Patagonië, zowel hoorbaar als voelbaar, alweer heel ver weg.

slot