|
30 JAAR LATER (30032006) Woensdagmiddag 22 maart 2006. Het verkeer in het centrum van Buenos Aires vlot niet al te erg midden in de week waarin wordt herdacht dat 30 jaar geleden de laatste militaire staatsgreep “el Golpe” plaats vond. Dat was op 24 maart 1976. Presidente Isabel Perón werd het land uit gestuurd en Generaal Videla en zijn collega’s begonnen met de uitvoering van hun plan om orde te scheppen in het toentertijd chaotische Argentinië. Een flink deel van de bevolking was aanvankelijk best content dat er rust in de tent kwam en er orde op zaken werd gesteld. Dat was voordat er met de knoet geregeerd ging worden waarbij onderdrukkingsmethoden werden gebruikt die in Nazi-Duitsland niet zouden hebben misstaan. Razzia’s, detentiekampen, marteling, moord en doodslag. Tienduizenden mensen verdwenen spoorloos. De dertigste verjaardag van de staatsgreep is plotseling uitgeroepen tot de “Día Nacional de la Memoría por la Verdad y la Justicia.” Een vrije dag van om zich te bezinnen op wat er tijdens de bijna acht jaren militaire dictatuur is gebeurd. De wet die hiervoor nodig was, is door President Kirchner en de Peronistische Partij in een vloek en een zucht door het parlement gejaagd. Kirchner was in zijn jonge jaren een actief lid van de Monteneros, de peronistische guerillabeweging die zich verzette tegen de militaire regering die tot 1973 aan de macht was. De Monteneros zouden zwaar worden vervolgd tijdens de vuile oorlog. “Dat wordt een lekker lang vakantieweekeinde en helemaal geen dag van bezinning. Zorg er liever voor dat op 24 maart op scholen en universiteiten verplicht aandacht aan dit onderwerp wordt besteed en niks geen vrije dag” was een veel gehoord tegenargument met, naar zou blijken, een hoog waarheidsgehalte. Tijdens het lange herdenkingsweekeinde deed de toeristenindustrie gouden zaken. We zitten dus vast in het verkeer, de aardige architecte die mijn appartement aan het verbouwens is en ik. Er wordt vast vooraf gedemonsteerd omdat de Plaza de Mayo op de herdenkingsdag zelf al is “volgeboekt.” We praten over de jaren van de dictatuur, over de vuile oorlog. Ze vertelt dat ze vrijdag samen met een vriendin gaat deelnemen aan de mars van de Madres de Plaza de Mayo. Terwijl de auto weer een meter verder kruipt zegt ze, alsof het de gewoonste zaak ter wereld is “De vader van mijn vriendin is een desaparecido. Hij was ingenieur, niets geen politieke activist. Op een dag is hij niet thuis gekomen en daaarna is nooit meer wat van hem vernomen. Hij is spoorloos verdwenen.” Ik vraag of ik met hun mag meelopen in de demonstratie. Dat mag. Net als duizenden anderen, ontmoeten we elkaar bij het parlementsgebouw. Van alle kanten gedreun van trommels. Een goede groep demontranten heeft mannen die op de grote trom rammen in hun midden. Veel spandoeken met “NUNCA MAS” en “30.000 DESAPARECIDOS PRESENTES” en de gebruikelijke foto’s van desaparecidos. Het zijn vooral kleine linkse politieke partijen en actiegroepen en, tot mijn grote verbazing, kleurig uitgedoste murga’s . carnevalsgroepen – met hun eigen muziek die de Madres vanaf het Parlement naar de Plaza de Mayo volgen, een traditionele demonstratieroute in Buenos Aires. Er heerst eerder een vrolijke festivalsfeer dan dat er devoot wordt stilgestaan bij het verleden. Niks geen 4 mei stemming, eerder 5 mei of 30 april! Inclusief Laura, de dochter van de verdwenen ingenieur. Heel bevreemdend. De stoet beweegt nauwelijks, de dames hebben haast, die willen zo vlug mogelijk naar de Plaza. We nemen het troittoir, het asfalt van de Avenida de Mayo is gereserveerd voor de demonstraten. Af en toe blijven we staan om de dansen van een groep murga’s te bewonderen of om een bekende te begroeten. We raken elkaar kwijt en vinden elkaar terug. De demonstratie schiet nog steeds niet erg op. Op een paar honderd meter van de Plaza staat een groep murga’s met een grote karikaturale kop van de gehate generaal Videla. Op zijn pet een doodshoofd, zoals de SS had. Zou het daardoor komen dat de architecte ongevraagd opeens begint te vertellen over wat haar familie is overkomen tijdens de dictatuur? Boven het lawaai uit wordt me het verhaal min of meer toe geschreeuwd. “Cuando era chica – toen ik nog een meisje was, werd er op een dag bij ons thuis aangebeld. Mijn broer deed open en onmiddelijk zette iemand zijn voet tussen de deur. We kenden die mannen niet, ze haalden ons hele huis overhoop. Mijn grootvader had horloge maken als hobby waardoor we gelijk zo’n beetje voor subversieve elementen werden aangezien. Daar lag materiaal te over om bommen mee te maken.” Was je familie politiek aktief?” “Nee, op geen enkele manier. We hadden geen idee wat ons overkwam. We begrepen er niets van. Mijn vader was niet thuis, mijn moeder moest mee, maar mijn opa wist de mannen te overtuigen om hem mee te nemen.” “En toen?” “Een paar uur later was mijn grootvader weer thuis. Hij vertelde dat ze een visitekaartje van mijn vader hadden gevonden tussen de papieren van iemand die in Rosario was opgepakt. Mijn vader reisde veel en gaf iedereen met wie hij sprak zijn visitekaartje. Daarna zijn we met rust gelaten.” Op het podium dat midden op de Plaza de Mayo staat, ontstaat onenigheid. De Madres zijn boos omdat een linkse splintergroep de bijeenkomst wil kapen met een politieke verklaring waar ze het niet mee eens zijn. De lichten gaan uit, de Madres lopen kwaad weg. Er wordt van boven ingegrepen om dit brandje te blussen. Het begint het hard te regenen, iedereen vlucht naar een droge plek. We drinken mate en wachten het einde van de bui af. “Zal ik je even naar huis brengen?” vraagt de architecte. Tot mijn verassing is ze niet met haar Renault 12 die van ellende bijna uit elkaar valt, maar met de sjieke Ford Falcon van haar vader. Gelukkig is het niet zo’n groene waarin de geheime dienst tijdens de jaren van de vuile oorlog rondreed en dagelijks mensen oppakte en afvoerde. Deze beige Falcon – model 1991 - zet mij dicht bij huis af. Ik verdwijn tijdelijk de nacht in en niet voor goed van de aardbol. |