|
KONINKLIJK BEZOEK (04042006) Koningin Beatrix is op visite in Buenos Aires. Een bezoekend staatshoofd komt er niet onder uit om een krans te leggen bij het standbeeld van Generaal San Martin. De generaal was “el libertador - de bevrijder” de Argentijnse Vader des Vaderlands onder wiens leiding het Spaanse koloniale juk werd afgeworpen. Zijn flink uit de kluiten gewassen ruiterstandbeeld staat aan de rand van het park tegenover mijn appartement. Ik voel me min of meer moreel verplicht om te gaan kijken hoe onze vorstin zich van haar taak kwijt, hoewel ik vermoed dat het voor haar een routineklus zal zijn. Ruim voordat Hare Majesteit volgens het officiële programma aan de bak moet, steek ik de straat over en hoor boven het verkeerslawaai uit dat een kapel het Wilhelmus speelt. Te laat? Hoe kan dat nou, ze zou toch pas over drie kwartier komen? Loos alarm, men is bezig met de openbare generale repetitie van de volksliederen en het protocol. Met gedragen stem neemt de spreekstalmeester het draaiboek stap voor stap door. Ik heb een plekje vlakbij het standbeeld veroverd, op hoorafstand van de erewacht. “Is er geen krans?” informeert een geuniformeerde. Die is er, maar waar is dat ding? Even later wordt de krans, voorzien van een rood-wit-blauw lint met een gekroonde B erop, vanuit de achterhoede aangereikt. De kranslegging wordt geoefend. De geuniformeerde geeft, voor zover ik dat kan beoordelen redelijk zinloze, regie aanwijzingen aan zijn in kleurig ceremonieel tenue gestoken ondergeschikten. De in royalty geïnteresseerde Argentijnse dames naast mij, staan al meer dan twee uur te wachten en zijn blij te ontdekken dat ik uit Nederland kom. De sleur van het niets doen wordt tenminste voor even onderbroken. Nee Beatrix is niet alleen de Koningin van Holland, maar ook van alle andere Nederlandse provincies, onderwijs ik hen. Ze moedigen me aan te vertellen welke dat dan wel zijn, ik dreun ze op maar vergeet Flevoland. Die provincie is dan ook gesticht toen ik niet meer in het vaderland woonde. Nee, het is misverstand dat er in Nederland Engels wordt gesproken. Nee, het Nederlandse koningshuis is niet zo rijk als iedereen beweert. En ja, Máxima schijnt erg populair te zijn in het vaderland, hoewel ik niet weet waarom. Waarna ik word opgevreëen met de mededeling dan de Oranjes na het Spaanse koningshuis beslist het meest geliefd zijn bij de Argentijnen. De Engelse koningin vinden ze wat truttig, de rest kennen ze niet. Zo glijdt de tiijd voorbij totdat het koninklijk gezelschap stipt op tijd arriveert. Het vaandel van de erewacht wordt gegroet, de volksliederen gespeeld. De Minister President van de Stadsregering van Buenos Aires spreekt een plichtmatig welkomswoord en doet de Koningin de sleutels van de stad cadeau. Een nutteloos geschenk voor een stad zonder poorten. Daarna wordt op een paar meter van waar ik sta de krans gelegd en is de klus geklaard. Terug naar de auto. De erewacht te paard zingt het regimentslied. Zo’n mannenkoor in de open lucht klinkt verassend mooi. Net het Slavenkoor, eigenlijk het mooiste moment van de ceremonie. Willem A. slaat kwink met omstanders die over het komende wereldkampioenschap voetballen beginnen. “We zien elkaar in Duitsland” hoor ik de kroonprins zeggen. Op 21 juni aanstaande speelt Nederland tegen Argentinië. Wat een bolle kop heeft die gozer toch. Twee dagen later voert Hare Majesteit haar voornemen uit om in het Teatro Colón kennis te maken “met meerderjarige leden van de Nederlandse gemeenschap hier ter plaatse.” Of je daar bij mocht zijn, leek eerst een beetje op een loterij. “Er moet rekening mee worden gehouden dat het aantal belangstellenden de ontvangstcapaciteit kan overschrijden” waarschuwde de ambassadeur vooraf. Je moest namellijk laten weten of je uitgenodigd zou willen worden of niet en daartoe een vragenlijst invullen, inclusief je “rang en titels.” Zouden ze een antecedenten onderzoek doen alvorens te beslissen of je in de buurt van de Koninklijke Hoogheden mag vertoeven? Een week of twee voor het bezoek gaat het gerucht dat iedereen zal worden uigenodigd, het blijkt een loterij zonder nieten. Een paar dagen later ontvang ik een envelop met als afzender “Koninkrijk der Nederlanden” met een uitnodiging en instructies hoe men zich die avond dient te gedragen. Er mag niet worden gefotografeerd of gefilmd, er mogen geen cadeau’s worden aangeboden, je hoeft niet te buigen of een kniekske te maken. De Koningin mag met “mevrouw” worden aangesproken, Máxima Z. Is echter “Koninklijke Hoogheid.” Dat gaat mij wat te ver en als ik kennis met haar maak, vermijd ik dat dan ook ik zo elegant mogelijk. De avond begint met een stevige belediging voor iemand met rood-wit-blauw Neerlands bloed in de aderen. Bij binnenkomst wordt iedereen een klein oranje kaartje met de tekst van het Wilhelmus erop in de hand gedrukt. Wie dat niet uit zijn hoofd kent, hoort hier niet thuis. De drie van het Noordeinde maken de ronde langs diverse “groepjes” waarvan de leiders een paar dagen eerder hebben moeten opdraven om te leren hoe je met het Koningshuis omgaat. Dat valt reuze mee, want het Koningshuis weet heel goed hoe het met de onderdanen om moet gaan en wij hoeven ons daarover geen zorgen te maken. Het is vermakelijk en zelfs ietwat genant om te zien hoe de genodigde “meerderjarige leden van de Nederlandse gemeenschap ter plaatse” zich als kleine kinderen gedragen als de Koninklijke Hoogheden in buurt komen voor de kennismaking. De opgewonden kreet “Daar is Máxima” doet de gesprekken in mijn omgeving stokken, mensen dringen naar voren om toch vooral op hoorafstand van de tot prinses gepromoveerde Argentijnse in te kunnen komen. De toegemeten tijd voor de gesprekken is erg krap, de mevrouw van de ambassade maant de leider van mijn groepje dat hij moet afronden omdat we het programma al wat aan de late kant is. Máxima Z. laat ons daarop gelijk in vlekkeloos Nederlands weten dat haar schoonmoeder heel erg streng is in die dingen en haast zich naar het volgende groepje om nog meer informatie te krijgen over dingen die haar waarschijnkijk weinig tot niets interesseren. Na de kennismalking spreekt de Koningin ons toe. Ze dankt haar ambassadepersoneel voor alle moeite die het heeft gedaan om haar bezoek tot een succes te maken in een land waar dingen wat moeilijk perfect zijn te regelen. Hetgeen wat mij betreft best meevalt, arrogante Nederlandse betweterigheid. Die jongens en meisjes van de ambassade hebben er in ieder geval voor gezorgd – zo vermoed ik – dat de oerlelijk grijze muur op de al even oerlelijke Plaza Reina de Holanda voor de gelegenheid oranje is geverfd. Het plein ligt naast de ambassade en je weet maar nooit of je werkgever op kantoor zal langs komen. De Ambassadeur is en blijft uiteindelijk Harer Majesteits Ambassadeur. Op hetzelfde plein is een door het Ministerie van Landbouw gesponsord kunstwerk, een met fleurige tulpen beschilderde koe, geplaatst. Aan het slot van de receptie wordt het Wilhelmus voor de eerste keer vanavond ingezet. Tot mijn oprechte verbazing zingt het Koninklijk gezelschap het volkslied enthousiast mee. Dankzij de microfoon waardoor zij juist heeft gesproken, klinkt de stem van Beatrix zelfs boven alles uit. Ons staatshoofd biedt de President van de Republiek Argentinië een modern ballet aan, maar die man zit op vrijdagavond het liefst ergens anders en komt niet opdagen. Een affront. Zijn vrouw is er wel en de vice president en de eerste minister. Uit de hoogte zie ik hoe Máxima het Argentijnse volkslied niet meezingt - zou ze de woorden zijn vergeten of mag dat niet van het protocol? - en het Wilhelmus uit volle borst. Zonder het oranje kaartje met de tekst in de hand bovendien. Slimme meid. Introdans danst het cadeau. Gedateerd modern ballet van een jaar of 15 geleden. De mooiste momenten zijn de opening in een eindeloos ruimtelijk decor en het slot als twee mannen in uniform als dank van de Koningin een mand bloemen het toneel opdragen. Tussendoor is wat minder. “Ons repertoire heeft een hoge mate van toegankelijkheid. Gewoon kijken naar beweging, dynamiek, emoties” verklaarde de algemeen directeur van Introdans in een interview. Hoewel ik zo gewoon mogelijk kijkt, vind ik het rete saai. Het dapper uitzitten van het ballet wordt door het Koninkrijk der Nederlanden beloond met een staande maaltijd met heerlijke wijnen en champagne in overvloed. Over de catering geen enkele klacht. Mevrouw Pugliese is ook genood. “Dag mevrouw, hoe gaat het met u?” vraag ik haar. “Waar ken ik je ook al weer van?” is haar tegenvraag. “De laatste keer dat we elkaar zagen was tijdens een optreden van Carel Kraayenhof eind november” fris ik haar geheugen op. Ze weet het weer, of doet alsof. “Wat erg voor Carel hé?” Zijn vader blijkt kort geleden te zijn overleden. Haar hofhouding zorgt voor een stoel, ik zit op mijn hurken aan haar voeten. Ze heeft een witte roos in haar hand, geplukt uit de bloemendecoraties in het theater. Die gaat ze morgen, zaterdag, op het graf van haar overleden echtgenoot leggen. “Ik ga drie keer in de week naar zijn graf” onthult ze mij. Ongekende echtelijke toewijding tot lang na de dood. De honderdste geboortdag van Osvaldo Pugliese werd vorig jaar december gevierd en ik kan het niet nalaten haar te vragen hoe oud ze is. “Ik ben 73, we scheelden 27 jaar, maar daar heb ik nooit wat van gemerkt! Hij was zo verschrikkelijk jong van geest. Jonger dan ik” De avond kabbelt voort. Via dames in mijn vriendenkring verneem ik hoe opzichtig goed verzorgd de Argentijnse dames er uitzien. De echtgenote van de vice-president is een voormalig fotomodel en de vrouw van de President schijnt er alles aan te doen om daar niet voor onder te doen. En hoe truttig de dames van de entourage van onze vorstin er bij lopen. Persoonlijk was ik niet al te zeer onder de indruk van de met dure juwelen behangen schoondochter, die voor mijn gevoel de elegantie van Buenos Aires noodgedwongen heeft moeten inruilen voor lullige Haagse chique. Geen Madres van de Plaza de Mayo in zicht, geen protesterende millieu aktivisten die de vorstin willen confronteren met een scheepsramp van enige jaren geleden waarbij een Shell tanker was betrokken. “Iedereen weet toch dat Koningin Beatrix de eigenaresse van Shell Is” verklaart de slecht geïnformeerde woordvoerder op de televisie. Hoewel ik al lang geleden uit het vaderland ben vertrokken, doet het staatsbezoek me toch wel wat. Zoals op de Plaza San Martín toen de militaire kapel het Wilhelmus speelde en in het Teatro Colón waar ons volkslied zelfs twee keer binnen een half uur werd gezongen. Als er eenmaal Neerlands bloed door d’aderen vloeit, kom je daar kennelijk nooit meer van af. Ik zit daar niet al te erg mee. Het lijkt me echter verschrikkelijk om staatshoofd te zijn en noodgedwongen dag in dag uit al dat geprietpraat aan te moeten horen, al die opdringerige mensen om je heen te moeten gedogen en dan net te doen of het allemaal heel erg interessant is. Leve de Koningin die dat met zo veel overtuiging doet! |