DAGBOEK TRINIDAD - 4 (23072006)

Zondag, 9 juli 2006. De rit naar het zuiden van Trinidad duurt lang genoeg voor een college over de ethnische tegenstellingen op het eiland. Afro Trini’s beroepen zich op de gedwongen migratie van hun voorouders. Hoewel dat eeuwen geleden is, zijn er nazaten die menen tot op de dag van vandaag recht te hebben op compensatie voor het aangedane leed. Collega Chris, die Indiase voorouders heeft, vertelde me dat een Afro landgenoot hem op de vraag waarom hij niet werkte had geantwoord met “I have already done my time man.” Daarmee bedoelend dat zijn betovergrootouders, of eerder, zonder betaling en onder dwang zo hard hebben moeten werken, dat hun nakomelingen tot het einde der tijden daarvan zijn vrijgesteld. Bovendien, zo is het argument, zijn de Indiërs veel later en uit vrije wil naar het eiland gekomen waardoor ze minder tot geen recht van spreken hebben. Dat zouden sommige Afro landgenoten althans van mening zijn. De politieke partij van de Afro Trini’s is aan de macht en Afro Trini’s bevolken de ministeries, de politiemacht en de rechterlijke macht in groten getale. Alles wat daar nog aan Indiërs zit, wordt weggepest en zeker niet meer op hogere posten benoemd. “Het liefst zouden ze willen dat we allemaal terug gaan naar India!” Die gevoelens worden aangewakkerd door het domme gedrag van een vooraanstaand politicus van Indiase afkomst die in het openbaar verkondigde dat als zijn dochter met een Afro thuis zou komen, hij haar uit het huis zou gooien. Als onwetende buitenstaander had ik stellig de indruk kunnen krijgen dat er op het eiland sprake is van grote tolerantie, van pais en vree. Dankzij mijn collega’s weet ik nu beter.

Even voorbij Chaguanas gaan we de snelweg af om een in niemandsland gelegen Hindoetempel van dichtbij te bekijken. De Shivanand Mandir is een groot wit gebouw zonder veel opsmuk, het is het lokale hoofdkwartier van de Divine Life Society. Een hindoesekte die in 1936 werd opgericht door Swami Sivinanda. De mandir ligt er verlaten bij. Zou de waarschuwing “No Eating, No Drinking, No Smoking in this Temple” de adepten hebben afgeschrikt? Op het parkeerterrein is geen auto te bekennen, de ashram zit stevig op slot. Onder een luifeltje staat het beeld van de stoere Hindoegod Hanuman. De aap-god, wiens eigenschappen moed, kracht alsook toegewijde en onbaatzuchtige hulp zouden zijn. In het onkruid onder een struik ontdek ik nog een kleiner beeldje van hem. Op de koepels rijen van dezelfde spiegeltjes als die in de gevel van het Lion House. Er bovenop draaien vierkante platen versierd met de Ohm en een drietand – het symbool van de godheid Shiva - als vaantjes in de wind. Een groep gelovigen houdt een bijeenkomst in een half afgebouwde gebedsruimte – formaat flinke bungalow - naast het tempelcomplex. De gebedsvlaggen wapperen vrolijk, op de buitenmuur staat Carlsenfield Mother Temple geschilderd. Een afgescheiden gemeente?

De meest memorabele ontmoeting met het hindoeïsme heb ik bij Mosquito Creek, even ten zuiden van het stadje San Fernando. Rond het middaguur heerst er een drukte van belang op een wat hoger gelegen punt met mooi uitzicht over de baai. Opgewekte Indiase muziek schalt uit op auto’s gemonteerde luidsprekers, net een tuinfeest. “Shore of Peace” heet deze plek waar hindoes in het openbaar de stoffelijke resten van hun overleden geloofsgenoten verbranden. Het lijk wordt in een keurig opgebouwde vierkante brandstapel, die is samengesteld uit pallets en ander afvalhout, geschoven, vuurtje erbij en daarna geduldig wachten tot het vuur oplaait, zijn werk doet en weer dooft. Het wordt in de mond van de dode aangestoken, legt een ter zake kundige me uit. De “sati” of “suttee” het gebruik dat de weduwe ook op de brandstapel gaat onder het mom van dat het echtpaar zich daarna in het hiernamaals herenigt, wordt niet langer gepractiseerd. Daar was ik best nieuwsgierig naar. Familie en vrienden staan op enige afstand lekker in de schaduw toe te kijken. Dichterbij het vuur staat de naaste familieleden er ontspannen en zelfs enigszins ongeïnteresseerd bij, eerder werd bij de overledene thuis al afscheid genomen, vandaar wellicht. Het valt me op dat haast niemand een sari draagt, vrijwel iedereen gaat westers gekleed. De ritmische muziek is wel heel erg oosters. Het zijn de gepaste hindoe gezangen voor een crematie, die zo te horen het prettige vooruitzicht van het volgende leven zouden kunnen bezingen, Hindoes geloven immers in reïncarnatie. We wachten niet op de verstrooing van de as over het water, het traditionele slot van dit ritueel.

Op naar San Fernando alwaar we aan de voet van de Naparima Hill gaan lunchen. Opnieuw in een Chinees restaurant en dus opnieuw geen curry. Dat deze heuvel in vroeger tijden dezelfde vorm zou hebben gehad als de Pão de Açúcar in Rio de Janeiro, is nauwelijks voorstelbaar. Het is overduidelijk dat er behoorlijk op ingehakt is om de lijmsteen, waaruit de berg bestaat, te mijnen. Oerlelijk. Dat wordt enigszins gecompenseerd door het mooie uitzicht over de Golf van Paria en de nabijlgelegen petrochemiche industrie, de haven en de gasterminal van Point Lisas. Wat verder weg langs de kust is Port of Spain te zien en de North Range, de noordelijk bergrug die de rest van het eiland in de luwte houdt. Net als in het vaderland is niets ver weg in Trinidad. Nigel stelt voor om naar de andere kant van de bergrug te rijden of wil ik liever terug naar het hotel om naar de finale van het wereldkampioenschap voetballen te kijken? Die beslissing valt me niet moeilijk. Dit is het eerste en wellicht ook mijn laatste bezoek aan het eiland, ik wil zo veel mogelijk zien!

wordt vervolgd