ALLES INBEGREPEN (17102006)

Soms ben ik met een natte vinger te lijmen. De “natte vinger” is in dit geval een aardige roodharige Argentijnse collega. Omdat zij zolang heeft aangedrongen, zijn we in Punta Cana terecht gekomen in plaats van de meer cultureel getinte bestemming die mijn voorkeur had. Punta Cana – witte zandstranden, aquamarijn zeewater, groene palmbomen - ligt in het “verre oosten” van de Dominicaanse Republiek. Op het punt waar de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee elkaar ontmoeten. Aan de Mona Passage, de zeestraat die de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico, en dus de Verenigde Staten, van elkaar scheidt. Bootvluchtelingen waarover je in Europa nooit iets hoort, schuiven in de Cariben van het ene eiland naar het andere. Van Cuba naar Haïti, van Haïti naar de Dominicaanse Republiek – de beter gesitueerde kant van het eiland Hispaniola. Van de Dominicaanse Republiek naar Puerto Rico, enzovoorts. Voor Cubanen is Mona de droombestemming. Dat eilandje halverwege de oversteek naar Puerto Rico is het eerste stukje grondgebied van de Verenigde Staten. Zoals de Canarische Eilanden voor Afrikanen het eerste stukje Europa zijn. En net zoals daar, verdrinken er ook hier regelmatig mensen. Als een Cubaan voet aan land weet te zetten op Mona zit ie goed. Cubaanse migranten die op volle zee worden opgepikt, worden teruggestuurd. Degenen die het land halen, mogen blijven. In de Dominicaanse Republiek wonen naar schatting een miljoen illegale Haïtianen. Velen werken voor een schijntje in de landbouw of in de bouw, zoals er in Puerto Rico veel Dominicaanse bouwvakkers werken. In beide gevallen verdienen ze meer dan in hun vaderland. Domincanen dagdromen van de VS of een ander buitenland. Dag in dag uit staat er een lange rij bij het Amerikaanse Consulaat, een dagblad heeft een wekelijkse adviesrubriek over emigratie naar de VS. De route naar Europa via de Franse of Nederlandse Antillen is ook populair. Bij de Nederlandse Ambassade gaat de deur op slot als er vierhonderd nummertje zijn uitgereikt. Kort geleden werd in Santo Domingo zelfs een “illegaal Spaans Consulaat” ontdekt waar dik werd betaald voor vervalste documenten om Spanje binnen te komen.

Het is meer dan tien jaar geleden dat ik opeens geen zin meer had om naar het strand te gaan. Dat was nadat ik de voorafgaande tien jaren een vrijwel onafscheidelijk vriendschap met strand en zee had onderhouden. Mijn laatste woonplaats in Nederland was Oostvoorne. Zomer en winter de grijze Noordzee, duinen en strand, lange wandelingen met mijn zonen over de Maasvlakte. O zoete herinnering. In Libreville woonde ik in een huis waarvan de tuin aan het strand grensde. Tijdens de siësta, de ongeëvenaarde lunchpauze van drie uur, ging ik in de oceaan te zwemmen, daarna douchen en een middagdutje doen. In Lagos was het vaste prik om op zondag rond half elf met vrienden naar onze gezamenlijke strandhut op Lekki Beach te gaan. Totdat ik daar van de ene zondag op de andere tabak van had. In Rio de Janeiro woonde ik op 15 seconden lopen van het strand. Af en toe eens langs de boulevard wandelen deed ik wel. Hele of halve dagen op het strand rondhangen was taboe. Bovendien was het zeewater bij Leblon buitengewoon smerig. Eigenlijk had ik in Afrika genoeg in de zon gezeten voor de rest van mijn leven. Ik had het zon aanbidden afgezworen!

Punta Cana jarenlang een geliefde vakantiebestemming van mijn Argentijnse deeltijdlandgenoten. Dat was In de tijd dat een Peso dezelfde waarde had als de Amerikaanse Dollar. In de verleden tijd. Via vrienden in Buenos Aires, die er lang hebben gewoond en gewerkt, krijg ik Nancy van “Carabela Beach Resort & Casino” aan de telefoon. Mijn vaderlandse DNA bemoeit zich ermee. “Je begrijpt dat een Nederlander wil weten of je iets in de aanbieding hebt.” Ze lacht. Ze laat het niet merken, maar denkt vast en zeker “daar heb je er weer zo een” en biedt de speciale prijs voor Dominicanen aan. De toch al niet al te hoge prijs gaat flink omlaag. Terwijl we kletsen, kijk ik naar de website van het hotel “ALL INCLUSIVE” straalt me toe. Heb geen flauw idee wat dat betekent, Nancy helpt me uit de droom. “ALLES INBEGREPEN” betekent dat alles is inbegrepen. Eten, drinken, vermaak, echt alles. Ik kan mijn oren niet geloven, dat is onmogelijk voor zo weinig geld. Na enig werkoverleg reserveer ik toch maar. Een uur later slaat bij de aardige roodharige Argentijnse collega de twijfel toe. Dominicaanse vriendinnen, bij wie ze navraag heeft gedaan, hebben haar verteld dat “Carabela” het allerslechtste resort in Punta Cana zou zijn. Ze belt me op om het te vertellen terwijl ik vast sta in de avondspits. Ik heb geen zin om te annuleren, eerst zien dan geloven. Als het echt zo slecht is als ze beweren, kunnen we vast en zeker een “beter” hotel vinden. Het is het allerlaagste seizoen.

Het is zowaar gelukt om een wegenkaart van de Dominicaanse Republiek te bemachtigen, die zijn al jaren vrijwel nergens meer te koop. Op kantoor wordt verbaasd – en enigszins jaloers – gevraagd waar de kaart is gekocht. Achteraf bezien was het een nutteloze aankoop want Punta Cana is gemakkelijk te vinden. Als je tenminste de namen van de drie stadjes langs de route kan onthouden: San Pedro de Macorís, La Romana en Hig?ey. De afstand in kilometers, ongeveer 200, valt best mee. In tijd gemeten wat minder. Na ruim drie uur, rijden we in Bávaro langs het rood-wit-blauwe uithangbord “CASA HOLANDA - tuincentrum” we zijn er bijna. Volgende kruising linksaf, waarna het ene resort na het andere volgt. Een kwartier later schrijven we ons in. De aardige roodharige Argentijnse collega vindt het uitermate verdacht dat de rekening vooraf moet worden voldaan. Als tegenprestatie krijgen we een groen polsbandje dat recht geeft op eten, drinken en vermaak. Even later tap ik zonder te betalen mijn eerste “Presidente” pilsje in de bar naast het zwembad. Het genieten van “alles in begrepen” is begonnen.

wordt vervolgd