|
AAN DE WANDEL IN SAN JUAN - 5 (15122006) Dit wordt echt mijn allerlaatste stadswandeling door Viejo San Juan. Daar was ik een paar maanden geleden ook al eens van overtuigd. Toen wist ik echter niet dat mijn reisgenote me zou overhalen om nog eens te gaan “omdat we toch in de buurt zijn”. Vanuit Santo Domingo bekeken een argument waar weinig tegen in te brengen valt. Tegenover ons hotel in het stadsdeel Condado staat het bewijs van wat volgens de New York Times een nieuwe trend is in de Verenigde Staten: de “Airblown Inflatable Snowglobe with Santa”. In de aanbieding nog wel! Walgreens heeft het onding afgeprijsd van $99,99 naar $59,99, zelfs als ze me het cadeau zouden doen, zou ik weigeren. Het is de moderne versie van wat lang geleden een kleine glazen bol gevuld met sneeuw was. Als je die omkeerde en weer neerzette, sneeuwde het. Het was fascinerend in de tijd dat huizen nog niet centraal werden verwarmd en een televisietoestel een onbereikbare luxe leek. Die Amerikaanse opblaasdingen zijn verlicht en dankzij een ingebouwd blazertje sneeuwt het de hele dag piepschuim bolletjes. Ze zouden zulke uitingen van wansmaak langs de openbare weg per decreet moeten verbieden. Om de hoek nog meer leuke aanbiedingen, bij “Condom World.” Een winkel voor echte liefhebbers, maar verboden toegang voor minderjarigen, baby’s en studenten in schooluniform” volgens de sticker op de voordeur althans. Zelfs bij bezoekers met een gezonde afkeer van oorlogsgeweld en zonder enige kennis van krijgskunde, wekt het fort El Morro bewondering op wat betreft de ligging op het mooiste punt van de stad. Het uitzicht over de Atlantische Oceaan en de overkant van de baai is spectaculair en dat in de richting van de stad en de andere vestingwerken niet minder. De kant met uitzicht over de begraafplaats aan de voet van het fort, dat tussen de stadsmuur en de oceaan ligt ingeklemd, heeft mijn voorkeur. Heerlijk rustgevend, zowel door het gezicht als door het achtergrondgeluid van de eeuwig op de rotsachtige kust brekende golven. Hoewel ik betwijfel of de in de loop de eeuwen in het fort gelegerde troepen het ooit op die manier hebben ervaren. Er is overigens nauwelijks moeite gedaan om een beeld te geven van hoe dat dagelijks leven verliep. Lege ruimtes, veel te veel anonieme lege ruimtes. De educatieve dienst is niet verder gekomen dan wat halfwas pogingen om de routes van de ontdekkingreizen van Columbus en het belang voor de Spaanse rooftochten van de stad San Juan en het fort in beeld te brengen. Het ziet er niet uit en is hier en daar aantoonbaar onjuist. De Engelse tekst over het Nederlands beleg van 1625 klopt aardig, de Spaanse vertaling lijkt nergens op. Boudewijn Hendricksz wordt afgeschilderd als burgemeester van Edad (hij was burgervader van Edam), arriveert op 25 september 1625 en trekt zich dezelfde dag alweer terug. Gelukkig meldt de Engelse tekst 2 november 1625, de juiste dag van zijn roemloze aftocht. Dit soort dingen storen me, net zoals de rommel die er nu al maanden in andere expositieruimtes heerst. Het lijkt er verdacht veel op dat dit de National Park Service, die het fort beheert, geen reet kan schelen. We dwalen uren over de kantelen, de bolwerken, langs de garitas – de kleine uitstekende wachthuisjes, de plaatsen waar de in de stenen vloer uitgesleten halfronde cirkels herinneren aan het geschut dat daar stond opgesteld en door het verder lege en vrijwel geheel van zijn verleden ontdane fort. Op de Plaza de Armas, het plein voor het stadhuis is een demonstratie aan de gang. Keiharde reggeatonmuziek – uitgevonden in Puerto Rico -, veel zwarte T-shirts met de tekst “independiente siempre”, spandoeken en vlaggen van de puertoricaanse onafhankelijkheidsbeweging. De inwoners van Piñones verzetten zich tegen de ongebreidelde toeristische ontwikkeling van hun dorp door en ten gunste van “de rijke patsers en regenten die het landschap en de zon willen controleren, die de boulevard willen verbreden in plaats van een behoorlijke school te bouwen!” Het stadje ligt ten oosten van San Juan, richting Loiza, de stad die het centrum is van de traditionele kokosnootmaskers. De maskers die in het volkenkundig museum zijn te zien, maar ook in iedere souvenirwinkel die San Juan rijk is, te koop zijn. Eén van de demonstranten loopt rond in rode cape en met zo’n masker op zijn hoofd. Het beeld dat die maskers nog worden gebruikt, is voor mij een heel wat mooier aandenken aan Puerto Rico dan al die glimmende maskers op de winkelschappen samen. In het muziekpaviljoen bij de cruiseterminal is het zo te zien de avond van de lange benen of lijkt dat alleen maar zo omdat de puertoricaanse meiden zulke verschrikkelijk korte rokjes aan hebben? “Traficando musica por toneladas” rapt het fenomeen Daddy Yankee in het lied “Gangsta Zone.” Voor de verandering wordt er muziek in plaats van drugs richting VS gesmokkeld! Er is een talentenjacht aan de gang om nog meer muzieksmokkelaars te ontdekken. Aldus zie ik op de valreep zowaar een reggeaton optreden in levende lijve! Pepito Lagrima, vrij vertaald Pietje Huilebalk, valt zeer in de smaak bij de meiden met de lange benen. Zijn begeleiding bestaat uit jongens achter computers die de ingeblikte ritmes, sirenes en alarmbellen produceren. In plaats van met aanstekers, roept de huilebalk om met de verlichte beeldschermpjes van mobieltjes te zwaaien. Een nieuwe trend? De keiharde muziek van de “Rumba Boat”, een drijvende disco, overstemt het aanstormende talent. De deejay speelt de raps van de sterren die het al hebben gemaakt. Een paar honderd meter verder, op de Paseo de la Princesa, zingen en spelen de Cantores del Paseo even later hun zwoele Caribische zomeravondmuziek. Mijn favoriete lied, waarin het eiland wordt opgehemeld tot de “perla del Caribe - parel van de Cariben” en “Isla del encanto – betoverend eiland”, is een passend slotakkoord voor de allerlaatste wandeling door Viejo San Juan de Puerto Rico. Deze keer weet ik het zeker. |