|
HAANTJE DE VOORSTE (18122006) Hanengevechten laten me niet meer los sinds ik kort geleden de doeken zag die Yoryi Morel daarvan schilderde en mij werd verteld dat deze “sport” erg populair is in de Dominicaanse Republiek. Via collega’s kom ik aan de weet dat een “Club Gallístico” de plaats is waar de hanen vechten. “Er is er een aan de Avenida Luperón. Met een restaurant waar je comida criollo – Dominicaanse gerechten - kunt eten, naar perico ripiao – traditionele merengue - kunt luisteren en peleas de gallo – hanengevechten - kunt zien. Het maakt me knap onrustig dat dit alles zo dichtbij huis is te beleven, ik neem me voor er zo snel mogelijk naar toe te gaan. Toch loopt het anders. Tijdens een autorit over het platteland rijden we in een dorp langs een muur waarop in grote letters “CLUB GALLISTICO SAN GREGORIO - NIGUA” staat geschreven, er onder een afbeelding van twee vechthanen. Het hek staat open. We hadden het al eens over mijn belangstelling voor een hanengevecht gehad na tijdens een eerdere trip een paar keer een bord met “Club Gallistico” te zijn gepasseerd. “Zal ik vragen of er een gevecht is?” stelt mijn reisgenote voor. Ze gaat naar binnen en komt een minuut of vijf later met een paar mannen naar buiten. Er wordt volgende week dinsdag pas gevochten, vanavond is er een gevecht in Palenque, een dorp wat verderop. Als we echt heel graag willen zien hoe zoiets in zijn werk gaat, is een van hen graag bereid met ons mee te gaan. We accepteren zijn aanbod zonder enige aarzeling. De club in Palenque is niet al te groot en zeer eenvoudig. Onze begeleider gaat een biertje drinken, wij moeten onze gang maar gaan en bekijken wat er gebeurt. Onder een afdak van golfplaat staat een groep luidruchtige Afro Dominicaanse mannen. Sommigen met een haan in de hand of tegen de borst geklemd. De gevederde vriend wordt aan een stuk door geliefkoosd, hij wordt geaaid of aan de staart geplukt. De hanen zijn aan de onderkant kaalgeplukt, kippenvlees zoals het in de winkel ligt. Af en toe worden er twee tegenover elkaar op de grond gezet en vlug weer opgepakt. De eigen haan wordt de hemel in geprezen, die van de ander wordt laatdunkend bejegend. “Zie je wel dat mijn haan veel beter is!” hoor ik iemand zeggen “hij (ik dus) maakt er zelfs een foto van!” Als de mannen het eens lijken te zijn, worden de hanen ieder in een zak gestopt en aan een balans gehangen. Als het gewicht in evenwicht is, worden ze naar een hok gebracht. Terwijl de avond valt, wordt dit spel eindeloos herhaald. “Wanneer wordt er gevochten?” informeren we bij onze begeleider. Dat kan nog wel een paar uur duren, het is beter om terug te gaan want “het is hier veel te onveilig voor jullie”. We zetten hem af en moeten mee naar binnen. Hij blijkt de eigenaar van de club te zijn en nodigt ons uit om volgende week dinsdag, als er wordt gevochten, terug te komen. Er zit niets anders op. We worden als oude vrienden begroet. Er heerst een kermisachtige sfeer in de club, er wordt om geld gespeeld met kaarten, dobbelstenen en domino’s. Luide muziek, drank, lokale lekkernijen. Onder een afdak wordt hetzelfde spel gespeeld als vorige week in Palenque. We begrijpen het inmiddels beter. De eigenaars van de hanen zijn bezig een potentiële tegenstander te vinden voor een gevecht. Net als met boksers moeten de hanen ongeveer hetzelfde gewicht hebben om een gelijke kans te garanderen. Het is een spektakel op zich. Op bekvechten lijkende heftige discussies, ophemelen en afkraken, hanen op de grond, hanen in de zak, wegen, al dan niet een akkoord waarna de beesten in een soort nachthok worden gestald of het spel opnieuw begint. Omstanders wegen de kansen mee, want er zal later zwaar worden gegokt. Om een uur of zeven is het plotseling gedaan. De hanen die gaan vechten, worden in een op een grote kippenren lijkend hok geprepareerd voor de strijd. Dat wil zeggen dat er scherpe puntige mesjes aan de poten worden bevestigd. De kleuren van de T-shirts van de ringjongens, zwart en wit, zijn bedoeld als hulp bij het wedden. Er wordt verwoed op de “blanco” of de “negro” gewed. Er wordt over en weer geschreeuwd, er worden vingers opgestoken, hoofdknikken bevestigen dat de weddenschap is gesloten. Na afloop vliegen propjes bankbiljetten heen en weer en wordt er niet zichtbaar geprobeerd om onder de weddenschap uit komen. De hanen vechten fanatiek. De kragen staan overeind, de staartveren breed uit, als waaiers. Ze dansen, ze vliegen, ze pikken elkaar vooral naar de ogen en de hals, die mesjes aan de poten spelen geen rol van belang. Het is bloederig. Keer op keer ligt er een zieltogende of zelfs dode haan op de vloer en loopt een verliezende eigenaar treurend de arena uit. De haan van onze gastheer overkomt hetzelfde, de man kan wel janken, maar houdt zich groot. We mogen naar huis. Hij een illusie armer, wij een unieke ervaring rijker. |