|
ALLES INBEGREPEN - 5 (11122006) Het ritueel bij de tolhuisjes aan de uitvalswegen van Santo Domingo amuseert me. Men kan met gepast geld betalen, dat wil zeggen 30 Pesos – iets minder dan een Dollar - aan munten in een bak gooien of langs het loket gaan. Aan het loket kan echter niet worden betaald, er kan alleen maar geld worden gewisseld om vervolgens alsnog die 30 Pesos muntgeld in de bak te gooien. Zou het een anti fraudemaatregel zijn? De tweede hindernis onderweg naar Punta Cana is de afsluiting van de rondweg om San Pedro de Macorís. Daar baal ik stevig van. De verkeerschaos in de kleinere Dominicaanse steden stelt hoge eisen aan de stressbestendigheid van de ter plaatse niet al te bekende automobilist. Behalve de bromfietsplaag, die krengen fungeren als taxi en worden gebruikt voor het vervoeren van kleine vrachtjes, moet er rekening worden gehouden met gaten in het wegdek, veel te hoge verkeersdrempels, verkeerslichten die worden genegeerd, medeweggebruikers die naar rechts voorsorteren om daarna linksaf te slaan of gewoon rechtdoor te rijden, enzovoorts. Zodoende kan ik nauwelijks “genieten” van het toch wel aparte monument op de eerste de beste rotonde in het stadje. Midden op het plein staat een afgedankt stoomlocomotiefje onder een enorme metalen boogconstructie. Over een poosje, als er nog tijd is voordat ik weer naar Buneos Aires terugga, toch maar eens van dichtbij gaan bekijken. Een ander ritueel dat me amuseert, is het openingsuur voor het diner van het restaurant in het “alles inbegrepen” hotel in Punta Cana. Zo te zien is dat voor veel gasten het hoogtepunt van een dag van vooral niets doen die slechts met enige regelmaat werd onderbroken voor koude tapbiertjes, borrels, piña colada – “je moet om añejo, de betere rum, vragen” volgens mijn vrienden die hier hebben gewerkt en het dus kunnen weten - hamburgers, pizzapunten, ijs, nog meer koude tapbiertjes en andere alcoholische versnaperingen. De enige bar die na zessen open is, is die naast het restaurant. Daar is het tegen half zeven druk met rood of bruin verbrande en stevig opgetutte Europeanen voor wie het dan al vrij laat moet zijn om aan tafel te gaan. Is dan in het gemiddelde vaderlandse gezin de afwas al niet achter de rug? Mijn reisgenote en ik zijn gewend pas veel later aan tafel te gaan, maar na de rit van bijna vijf uur heb ik zin om aan de bar te hangen en krijg zo doende dit ritueel in de schoot geworpen. Het treft dat op vrijdagavond een groepje muzikanten optreedt om het wachten te bekorten. Perico ripiao, de merengue van het eerste uur, hoewel de overgrote meerderheid van de omstanders daar geen flauw benul van heeft. Vier buitengewoon opgewekte zwarte mannen, met accordeon, g?ira of guiro, trommel en marimba, spelen de opzwepende ritmische muziek die zo karakteristiek is voor de Dominicaanse Republiek. Het is vermakelijk om te zien hoe op het moment dat de deuren open gaan de al zichtbaar volgevreten mensenmassa het restaurant wordt ingezogen alsof men de hongerdood nabij is. Zij verliezen spontaan alle interesse voor de muziek. Ik niet, ik luister totdat de mannen hun contractuele uurtje er op hebben zitten. Met, uiteraard, een glas in de hand en de ogen dicht hoor ik cajunmuziek uit Louisiana. Clifton Chenier en zo. Artiesten die lang geleden plots in de belangstelling stonden en aan wie ik op een avond als deze op een prettige manier wordt herinnerd. Met haast niets te gekke muziek maken, mooier kan het toch niet? De marimba, een uit de kluiten gewassen doe het zelf klankkast met in het voorste paneel een gat waaronder een paar stukjes metaal zijn gemonteerd waarop wordt getokkeld, klinkt als een contrabas. Deze marimba is fel blauw geschilderd, de muzikant zit erop of hangt de bak om zijn nek als ie het op zijn heupen krijgt en wil gaan swingen. Bovenop heeft hij het van een auto gesloopte plaatje “DATSUN210, by nissan” geschroefd. De accordeon en de trommel zijn in mijn ogen en oren wat gewoontjes, de g?ira beslist niet. Een rasp die traditioneel van een calabas werd gemaakt waarin over dwars ribbels werden gesneden, maar waarvan de moderne versie van metaal is. Een guira gemaakt van een smeerolieblik bijvoorbeeld dat wordt open gesneden, waarna er met een spijker gaatjes in worden geslagen zodat er een rasp ontstaat die vervolgens tot een cilinder wordt gebogen. Over dat oppervlak wordt een borsteltje met haren van metaaldraad getrokken, zoals een modern drumstel dat met borstels wordt bespeeld. Van olieblik tot ritme instrument, zoals elders in de Cariben van een olievat een steeldrum wordt gemaakt. Terwijl de van het noordelijk halfrond afkomstige toeristen goud geld betalen om de winter in hun vaderland voor één of twee weken te ontvluchten, verlangen de bewoners van de landen waar het lekker warm is, en waar het derhalve nooit sneewt, naar sneeuw rond de Kerst. Ook dat vind ik nogal amusant. Waarschijnlijk omdat ik zelf juist probeer mijn leven dusdanig in te richten dat zelfs een milde winter, waar dan ook, kan worden vermeden. Van mij mag het altijd zomer zijn. Op het witte zandstrand van Punta Cana - stralende zon, blauwe zee, groene palmen - staan sneeuwpoppen van kunstsneeuw. Net zoals er twee weken later op het dorpsplein van Punta Plata een opgeblazen plactic bol met een kerstman en het bord “Noordpool” staat. Daar was het dringen geblazen om familiefoto´s te schieten, waarbij het hele gezin om zo´n ding wordt gedrapeerd. Een collega in Buenos Aires vertrouwde me een jaar geleden toe haar leven lang al naar een Witte Kerst te verlangen. Dreaming of a White Christmas bestaat dus echt! wordt vervolgd |