|
INVITADO - 5 (25122006) Doña Ana Bermúdez woont in Villa Duarte, een wat volkse wijk van Santo Domingo, aan de overkant van de Ozama Rivier. Het is een alledaagse flat in een onaanzienlijk gebouw, niet te ver van de Faro a Colón. Het afzichtelijke monument, gebouwd voor de herdenking van de vijfhonderdste verjaardag van de ontdekking van Amerika, dat in dusdanig solide beton is gegoten, dat het net als de Atlantikwall wel nooit meer van de aardbodem zal kunnen worden verwijderd. Naast de voordeur staat een klein altaar met brandende kaars op de vloer. Het is opgedragen aan San Lázaro. Het moet er voor zorgen dat eventuele slechte voornemens die bezoekers zouden kunnen hebben, buiten de deur worden gehouden. Het heeft zo’n beetje dezelfde functie als een metaaldetector, hoewel er hier geen hoorbaar alarm afgaat of gekleurde lampen knipperen. In ons geval klopt dat helemaal, want de antropologe en ik komen met niets anders dan goede bedoelingen op bezoek. De antropologe is op zoek naar spirituele ondersteuning, ik mag foto’s maken van het huisaltaar van Doña Ana. Het appartement is ruim en proper, het is eenvoudig ingericht. Veel foto’s van kleinkinderen en kinderen. Niets verraadt dat er een santera, een wijze vrouw, een medium woont. Doña Ana ziet er zelf ook heel erg gewoontjes uit. Een kleine vrouw met grijs haar, gekleed in spijkerbroek en loshangende overhemdblouse. We drinken ijskoud bier op het balkon, Doña Ana en de antropologe praten bij. De santera komt alleen tijdens de Amerikaanse wintermaanden naar Santo Domingo en woont de rest van het jaar bij haar dochter in New Jersey. Nadat de derde literfles leeg is, mag ik eindelijk mee naar het huisaltaar. “Ik laat jullie alleen” zegt de antropologe tot mijn verbazing. Door de keuken en via het washok bereiken we de “dependencia” het bediendevertrek, het heilige der heiligen in dit huis. In het niet al te ruime vertrek, de bediendekamertjes in Latijns-Amerika die ik ken, zijn over het algemeen net groot genoeg voor een eenpersoonsbed en een koffer, ziet er prachtig uit. Tegen de zijmuur het grote huisaltaar, ervoor een klein rond tafeltje met twee stoelen, er staan een brandende kaars en bloemen op. In de hoek rechts naast de deur andere, kleinere altaren, allerhande symbolen en nog meer brandende kaarsen en bloemen. Ik moet tegenover Dona Aña gaan zitten en mijn naam opschrijven terwijl zij, tot mijn verassing, haar tarotkaarten tevoorschijn haalt. Ze opent vier kaarten, legt die in een kruisvorm op tafel en geeft mij de rest. “Trek vier kaarten” hetgeen ik doe “geef mij nu een deel van de rest”. Hiervoor ben ik niet gekomen, maar mijn nieuwsgierigheid wint het met grote voorsprong van mijn overtuiging dat dit allemaal flauwe kul is. Baat het niet, schaden kan het immers ook niet? Doña Ana legt de door mij blind gekozen kaarten op haar geopende kaarten en geeft wat ze ziet door met de kalme stem van een verslaggever van een biljartwedstijd. Allereerst bevestigt ze dat ik over uitstekende “protección” beschik, prima bescherming van bovenaf. Iemand houdt mij in de gaten en zorgt ervoor dat ik geen al te grote misstappen bega en dat mij niets overkomt. Het is me vaker verteld en ik zou het bijna gaan geloven. Keer op keer moet ik vier kaarten trekken, keer op keer herhaalt het ritueel zich, keer op keer wordt mij verteld wat de kaarten haar onthullen. Zo zit ik financieel hartstikke goed, verkeer in uitstekende gezondheid. “Af en toe eens een pijntje dat verder niets om het lijf heeft” zegt ze terwijl ze over haar onderrug wrijft. Precies de plek waar het af en toe mis is. Er zouden “documenten” onderweg zijn met goede berichten – zakelijk zowel als persoonlijk. Er zal “una mujer india” op mijn pad zal verschijnen. Dat is in Santo Domingo iemand met een lichtbruine huid en dus geen echte donkere Afro-Domincaanse kleur. Nou ja, die “mujer india” zit op het balkon een sigaret te roken, dat ligt wat al te zeer voor de hand. Binnenkort zal ik goede berichten van ver weg ontvangen en zal een verbroken relatie onverwacht worden hersteld. Als klap op de vuurpijl wordt mij aan het slot van het consult zelfs een zoon met “una mujer blanca” in het vooruitzicht gesteld! Tijd om de altaren te bewonderen. Op het hoofdaltaar staan tussen de verse bloemen en brandende kaarsen grote beelden van de Maagd van Montserrat en San Expidito, de leidsvrouwe en leidsman van Doña Ana. Er omheen afbeeldingen van Metresili, San Miguel, Santo Domingo en andere volksheiligen die hier populair zijn. Het altaar ziet er werkelijk fantastisch uit. De zwarte leidslieden staan op de grond. “Waarom?” “Dat is nu eenmaal hun plaats!” Santa Marta met de slangen om haar nek, La Marchanta, Ogun, de Yoruba god. La Marchanta is een pronte Afrikaanse vrouw, ze heeft een schort voor, bezem en stofdoek in de hand. De huishoudelijke hulp en vertrouwensvrouw uit de tijden der slavernij. Ogun heeft een schaaltje met twee passievruchten voor zich staan. Een wat kleinere Marchanta staat tussen heiligenpenningen, een portret van de Paus, medicijnen en hangsloten gevuld met bescherming biedende kruiden. We praten, ik ga op de vloer zitten om alles beter te kunnen bekijken. Toen ze dertien was, ontdekte Doña Ana door toeval haar gave van helderziendheid, ze woonde bij haar tante, een geliefde van Trujillo, de dictator. “Mijn tante staat in het boek waarin de namen van al zijn maîtresses staan!” Haar door Trujillo verwekte nichtje woont in Miami, ze zien elkaar regelmatig. “Hij liet zich inspuiten met wortelsap om zijn potentie op peil te houden.” On apprend tous les jours. Hoewel ik er nauwelijks genoeg van kan krijgen, zit mijn audientie erop. Ismael, haar partner is thuisgekomen en Elisabeth, haar dochter. We gaan bij ze op het balkon zitten en drinken verder. De dames debateren over de positieve werking van speciale kruidenbaden, terwijl ik me afvraag wie de moeder van mijn zoon zou kunnen worden. |