TERUG VAN WEGGEWEEST - 8 (14022007)

In het schemergebied van terug van weggeweest - met het hoofd nog in Santo Domingo en met de benen nog niet al te stevig op de grond in Buenos Aires - kijk ik voor de zoveelste keer naar “When Harry met Sally”. Een romantische komedie zonder enige pretentie. De film, hoewel behoorlijk gedateerd, blijft leuk. Vooral om die ene scène ergens halverwege waarin Meg Ryan, die Sally speelt, in een druk restaurant een orgasme fingeert. Dat doet ze om haar tegenspeler, die stellig beweert te weten wat in deze echt is en doen alsof, het overtuigende bewijs te leveren dat hij uit zijn nek kletst. Harry, gespeeld door Billy Crystal, kijkt tijdens de performance besmuikt om zich heen. Aan de belendende tafels wordt met verbazing, én enige jaloezie, meegeleefd. Een de uiterste verkoopdatum al lang gepasseerde dame twijfelt er niet aan dat het “echt” is en bestelt met een blik van dat wil ik ook nog wel eens beleven “doe mij maar wat zij heeft!” Alleen om deze ene scène zal ik voor de rest van mijn leven – en dat is nog heel erg lang – iedere keer opnieuw naar deze film kijken. Na afloop diep ik uit mijn knipselarchief de “Relaciones Peligrosas – Liaisons Dangereuses” op, columns uit de zaterdagbijlage van het Dominicaanse dagblad Diario Libre waarin op lichtvoetige wijze met seks verwante zaken worden besproken. Het demonstratieve namaakorgasme van Meg Ryan wordt aangehaald om te bewijzen hoe gemakkelijk het is om een man in bed te belazeren en het fingeren van een orgasme wordt als een “typisch vrouwelijke sport” bestempeld. In een volgende aflevering las ik over de “tripletazo”, de drieklapper, het triootje, en de week daarna over afrodisiaca. In die column werd de “mamajuana”, de nationale lustopwekkende drank, afgedaan als een nutteloos hulpmiddel. “Mama Juana” sloeg hard terug en toonde per omgaande haar ontkende mystieke krachten. De column werd om onbekende reden gestopt, de schrijver was opeens uitgeluld.

“Ik ken geen boek waarin de zinloosheid van het bestaan zo schrijnend is weergegeven” staat er in de elektronische krant over “Nooit meer slapen” van Willem Frederik Hermans. In Buenos Aires is de zinloosheid en vooral de leegheid van het bestaan 24 uur per dag op de televisie te zien, soms op meerdere kanalen tegelijk. Mijn kabelaar heeft kanaal 15 vrijgemaakt voor Gran Hermano 2007, de Argentijnse versie van Big Brother. Jongens en meisjes die vrijwillig wekenlang rondhangen in een omgeving met veel meer comfort dan ze thuis zijn gewend, maar waarvoor ze als tegenprestatie iedere vorm van privacy hebben ingeleverd. Het is zomervakantie, dit is komkommertijdtelevisie van de bovenste plank. Roddelrubrieken van concurrerende kanalen pikken hun graantje mee en graven in het verleden van de deelnemers. Het gaat echt over niets en dat is juist wat het zo boeiend maakt. Een van de beter ogende deelneemsters blijkt in een softporno film met nog twee meiden in bed te hebben gerommeld (een triplezato!), een mannelijke deelnemer zou taxiboy, een mooi woord voor homohoer, zijn. Een derde, een lerares afkomstig uit een uithoek van het land – dat is dus alles buiten de hoofdstad – zou worden onderhouden door een gehuwde hoogwaardigheidsbekleder met politieke ambities. Een vierde zou paaldanseres zijn en had op haar 18de al twee kinderen. Een vijfde zou wegens mishandeling van vrouw en kind zijn aangeklaagd en zijn veroordeeld. Zegt het voort, zegt het voort! Als het tegen zit, weten we pas half april, dan is het al herfst!, wie de winnaar is.

De zes cruiseschepen die in de haven van Buenos Aires zijn afgemeerd – een record! – zorgen voor een zaterdagmorgenspitsuur op de begraafplaats van Recoleta. Het lijkt erop dat de meerderheid van de ongeveer tienduizend passagiers het graf van Evita Perón wil bezoeken. Rijen bussen staan er buiten, gidsen met in de lucht gestoken bordjes of gekleurde paraplu’s. Volgzame toeristen dringen zich door de smalle straatjes van de dodenstad om een paar bronzen plaquettes met eerbewijzen te bewonderen. Meer is er echt niet te zien. De naastgelegen kerk van Nuestra Señora del Pilar en het Culturele Centrum laten ze links liggen. Mede daardoor lopen er in mijn favorite expositieruimtes meer zaalwachten rond dan bezoekers. “Cultureta Porteña” besteedt aandacht aan drie lokale passies: de “bondi” – de stadsbus, vlees en uiteraard voetbal. Een grote foto van een paar fraaie blote vrouwenborsten met een officieel ogend stempel “CARNE DE EXPORTACION – PRIMERA CALIDAD” en een etiket waarop als uiterste verkoopdatum “antes de 35 anos” staat. Wat een verschrikkelijk lullige komkommertijdtentoonstelling. Ietwat saai, maar veel interessanter is de grote expositie “Literatura del exilio – Literatuur in Ballingsschap” die is gewijd aan vooral Catalaanse kunstenaars die, nadat Franco de macht had overgenomen, Spanje ontvluchtten. Daar heb ik vorig jaar veel over bijgeleerd. José Vela Zanetti in de Dominicaanse Republiek, Pablo Casals in Puerto Rico. Zanetti was zo’n beetje de huisschilder van Trujillo, door het hele land kom je zijn muurschilderingen tegen. Hele mooie zag ik op een zondag na de vroegmis in de kerk van San Cristóbal, de geboortestad van de dictator. In Buenos Aires voel ik spontaan grote sympatie voor de mij onbekende Joan Sales Valles, die, volgens een vergeeld document, in de Dominicaanse Republiek in San Pedro de Macorís terecht kwam. Een man afkomstig uit Barcelona, de stad met de prachtige gebouwen van Gaudi. Een schrijver die rechten had gestudeerd en door het noodlot in een plattelandsdorp omringd door suikerrietvelden terecht was gekomen. Die had pas echt een doorwrocht boek over de zinloosheid van het bestaan kunnen schrijven, doch deed dat helaas niet. Waarschijnlijk ontmoette hij in Santo Domingo af en toe andere Spaanse ballingen, in een bar in de Condestraat waar een plaquette aan hun samenkomsten herinnert. De bar waar ik af en toe “morir soñando – dromend dood gaan” dronk. Zou dat in die tijd zijn bedacht? Terug van weggeweest in Buenos Aires, maar met het hoofd nog steeds een beetje in de Cariben.