|
TERUG VAN WEGGEWEEST - 9 (25022007) “Buenos Aires is de hoofdstad van het homoseksuele toerisme” meldt het dagblad Panamá América dat ik tijdens mijn tussenlanding op het vliegveld van Panama City lees. Nog bijna acht uur vliegen en alweer een beetje thuis. Het artikel meldt dat in de Argentijnse hoofdstad dit jaar het homo en lesbo wereldkampioenschap voetballen wordt gehouden en recent de eerste homowijnboetiek is geopend. Dat laatste is eerder commercieel slim dan wat anders. In een vraaggesprek met het televisiejournaal probeerde de wijnnicht met veel omhaal van woorden uit te leggen dat homosmaakpapillen beslist iets anders proeven dan die van een hetero. On apprend tous les jours. Mijn indruk is dat de gemiddelde homo of lesbo gewoonweg eerder bereid is om geld uit te geven voor iets dat hij of zij mooi of lekker vindt dan de modale hetero. Sinds in december 2002 de “unión civil – de samenleefovereenkomst” voor homo en lesbostellen werd ingevoerd is Buenos Aires nog toleranter en nog homovriendelijker geworden. Bars, restaurants, nachtclubs, tangodansscholen en milonga´s voor uitsluitend mannen of vrouwen, alles is er. Vanaf mijn balkon kijk ik uit op het Axel Hotel in aanbouw, een hotel voor homo’s maar “heterofriendly” volgens hun website. Ik houd wel van dat soort humor. De VVV van Buenos Aires maakt goede sier met een fotoreportage over de homocruise die de stad vorig jaar aandeed om aan te tonen hoe homovriendelijk iedereen is. Desalniettemin zijn er automobilisten die zich nu al zorgen maken over het toekomstige waardeverlies van de auto die ze nog niets eens hebben gekocht. Nummerplaten met “LUL” of KUT” zijn in deze streken veel minder controversieel dan in het vaderland, maar een nummerplaat met de lettercombinatie “GAY” is het onderwerp van een flinke polemiek. Ook “GIL” het lunfardowoord voor “GEK”, vermijdt de koper van een nieuwe auto liever. De nummerbordbureaucraten hebben laten weten er “LAK” aan te hebben. Terug van weggeweest in Buenos Aires, zie ik dat het Casa Rosada in de steigers staat. Wat Argentijnse plastische chirurgen al jaren voor buitenlandse vrouwen doen, doet de regering voor het toch wel wat verlepte aanzien van haar eigen zetel. De voorgevel wordt grondig opgeknapt. De laatste, zichtbaar slordig uitgevoerde, verfbeurt vond, volgens mijn bronnen, plaats tijdens de regering van partypresident Carlos Menem en werd betaald door de producenten van “Evita”, de film waarin Madonna de hoofdrol vertolkt. Verschillende taxichauffeurs hebben mij het verhaal verteld van hoe de gringo´s werden belazerd en voor dat flutkarweitje veel te veel hebben betaald. De andere kant van de medaille is dat die gekke gringo´s alleen die delen van het gebouw lieten verven die in beeld kwamen. Als je om het gebouw heenliep was dat goed te zien. Stukken van de zijgevel en achterkant hadden een veel fletsere roze kleur. De achterkant zag er zelfs ronduit verlopen uit. De Argentijnse Maagd, die daar turend in de richting van de Río de la Plata de daklijst siert, leverde het bewijs van de verwaarlozing. Van onder haar rokken groeide onkruid en zelfs een klein boompje. Dat alles wordt nu in een klap goed gemaakt. Wel is het zo dat het fameuze paleis erg petieterig aan het worden is door het bouwgeweld in Puerto Madero, het luxe nieuwste stadsdeel van Buenos Aires. De hoge woontorens die daar uit de grond worden gestampt, vervuilen de horizon achter het regeringspaleis danig. Het stoere gebouw dat trots in de open ruimte stond, is tot een lullig suikertaartpaleisje met een achtergrond van in beton gegoten poenerigheid aan het verworden. Voor het Casa Rosada zie ik met lichte verbijstering dat de Madres van de Plaza de Mayo een soort toeristische attractie zijn geworden. De weinige Moeders die zich op donderdagmiddag opmaken om het wekelijkse rondje om de Pirámide de Mayo te lopen, worden uitgebreid gefotografeerd door de op het hoogtepunt van hun dagje uit in Buenos Aires wachtende toeristen. De omaatjes met hun witte hoofddoekjes, die zijn gemaakt van een ouderwetse katoenen luier, poseren als ervaren modellen. De drie grootmoeders die een kraampje met “Madres” memorabilia bestieren, hebben het druk. De richtingstrijd die zo´n 20 jaar geleden onder de tijdens de dictatuur zo solidaire Madres heeft gewoed, is eveneens zichtbaar op de Plaza. De Madres die zijn doorgegaan als de Asociación de Madres de Plaza de Mayo zijn een linkse actiegroep geworden. Vanmiddag scharen ze zich onder leiding van hun voorzitter Hebe de Bonafini achter een kamerbreed blauw spandoek waarop groot ‘DISTRIBUCION DE LA RIQUEZA – VERDELING VAN DE RIJKDOM” staat. Het gaat allang niet meer om hun verdwenen kinderen bij de bejaarde dames. Diezelfde toeristen tonen geen enkele belangstelling voor een klein groepje Madres van de Línea Fundadora, die wel zuiver in de leer zijn gebleven. Zij demonstreren voor de terugkeer, levend en wel, van Julio López. Een 76-jarige metselaar die het twijfelachtige lot ten deel is gevallen de “eerste desaparecido” te zijn sinds het einde van de militaire dictatuur in 1983. Hij verdween op 19 september 2006 en de kans dat ie ooit weer boven water zal komen, wordt met de dag kleiner. López werd tijdens de vuile oorlog gemarteld en was kroongetuige in het proces tegen de “represor – onderdrukker” Miguel Etchecolatz. Deze ex-commissaris van politie zou tijdens de dictatuur leiding hebben gegeven aan doodseskaders die in de geheime concentratiekampen opereerden. Mede op basis van de getuigenis van López werd hij tot levenslang veroordeeld wegens misdaden tegen de mensheid. Het vermoeden bestaat dat het netwerk van fascistische alte kameraden de bouwvakker heeft ontvoerd of vermoord om getuigen in andere zaken af te schrikken. Terug van weggeweest in Buenos Aires waar, ondanks dat veel ten goede is gekeerd, af en toe nog behoorlijk wordt gedwaald. |