|
TANGOFESTIVAL - 2007 - deel 2 (05032007) Zondag, 25 februari 2007 – de Oscars – Hollywood.Gustavo Santaolalla wint voor het tweede achtereenvolgende jaar de Oscar voor de beste filmmuziek. Vorig jaar voor “Brokeback Mountain”, deze keer voor de muziek die hij voor “Babel” componeerde. Ik kan me niet herinneren tangoklanken te hebben gehoord, het verhaal volgen eiste af en toe alle aandacht op. Arabisch en Japans gesproken dialogen met Spaanse ondertitels in een film waarin verder Engels en Spaans werd gesproken, gaf nauwelijks de gelegenheid om van de muziek te genieten. De verhaallijn was trouwens ook wat verwarrend. Toen mijn gezelschapsdame na afloop vroeg wat ik er van vond, kwam ik niet verder dan dat ik het verband van het verhaal, dat zich in Marokko, Tokio en het Amerikaans-Mexicaanse grensgebied afspeelt, behoorlijk gekunsteld vond en dat de film mij met een overweldigend gevoel van eenzaamheid had vervuld. De Oscarwinnaar is een in de jaren zeventig van de vorige eeuw Argentinië ontvluchte oude rocker die ik twee of drie jaar geleden met Bajofondo Tango Club op het Tangofestival zag optreden. Te gek was het. Niet zozeer omdat hij stevig op de gitaar stond te rammen, maar om de sfeer, de muziek, de show. Toen hij de Oscar kreeg, had ik even het trotse gevoel van “hé wat leuk, die gozer ken ik”. Oscartango’s. Maandag, 26 februari 2007 – La Rural - El Arranque.De keuze tussen voor een poosje afscheid nemen van Corrie in haar tango ademende huis en het orkest El Arranque in de onpersoonlijke expositiehal van La Rural, valt niet al te zwaar. Het fraai opgeknapte oude huis in het stadsdeel San Telmo, dat eigendom is van een tango minnende architecte, verandert ’s avonds laat vaak in een tangosalon. Zou datzelfde in meer huizen in Buenos Aires gebeuren? Corrie is een tangotoeriste en veel van haar vrienden en kennissen zijn dat ook. Aardige mensen die vanuit alle windstreken voor een tijdje in Buenos Aires neerstrijken om de tango, hun passie, te beleven. Om daarna weer een paar maanden terug te gaan naar hun andere huis om het geld te verdienen dat nodig is om vervolgens opnieuw voor een paar maanden naar Buenos Aires te kunnen komen. Na de beleefde conversatie, de borrelhapjes en een paar glazen wijn, worden de schoenen uit de tasjes gehaald. De kamer heeft een glad afgewerkte vloer en intiem schemerige verlichting, uit onzichtbare luidsprekers komt een continue stroom van klassieke tango´s. Zouden het nog ouderwetse 78 toeren platen zijn? Paren schuiven over de vloer. Onder begeleiding van een Canadese – ik heb genoeg gedronken om meegaand te zijn - word ik gedwongen tot wat stuntelige tangopassen. Het desastreuze resultaat ontmoedigt me weer voor weken om toch maar eens met dansles te beginnen. Salonfähige tango’s. Dinsdag, 27 februari 2007 – La Rural – Ultratango. La Rural is het best te vergelijken met de Utrechtse Jaarbeurshallen, maar stukken groter. Het “Pabellon Ocre – het Oker Paviljoen” van het enorme complex aan de rand van het stadsdeel Palermo, is dit jaar het episch centrum van het Festival. Er is veel ruimte vrijgemaakt voor allerlei met de tango verbonden activiteiten, hoewel die connectie af en toe ver gezocht is. In mijn ogen althans. Een expositie van bandoneons, geen punt. Kunstzinnige uitingen die de tango als onderwerp hebben, vind ik al een stuk minder. Net alsof het om een aparte stroming zou gaan. Af en toe raak ik het spoor zelfs even bijster. Wat te denken van het paneel waarop beeldend kunstenares Dolores May onder de titel “Quatro X Quatro” vier – haar oude? - enigszins verwassen beha´s heeft gespijkerd. Eronder zijn fragmenten van tangoteksten afgedrukt. “Dos X Quatro” had ik begrepen. Vier beha´s X Twee cups, die de tweekwartsmaat van de tango verbeelden. “Vier X Vier” is een brug te ver. In de kraampjes van de tangomarkt lift de commercie mee op de populariteit van de tango: T-shirts, hoeden, kleding, schoenen, magazines, Cd’s, boeken tot en met wijn toe is er in de aanbieding. In afwachting van de optredens, dood ik de tijd op de tribune bij de grote dansvloer voor het podium. Daar is de gratis openbare tangoles in volle gang. Op mijn gemak kan ik vaststellen dat er enige waarheid schuilt in de theorie dat tango dansende dames mooie billen ontwikkelen. Bepaalde tangohoudingen of bewegingen schijnen wonderen te doen voor de curve van de bilspieren, mooie ronde billen in strakke broeken leveren het onbetwistbare bewijs. Waarom dat bij mannen minder het geval is, moet ik nog eens navragen bij de kenners van deze tak van volkswetenschap. De leden van de band “Ultratrango” zijn grote bewonderaars van het werk Astor Piazzolla en noemen zichzelf “Astornauten”. Leuke vondst. Slagwerk, viool, bandoneon en twee synthesizers waarop de leiders – Leo en Gastón Satragno - en zonen van de bekende tangozanger Raúl “el Negro” Lavié zich uitleven. Toen ik ze drie jaar geleden voor het eerst op het kleine podium van het theater Chacarerean zag optreden, en kennis maakte met hun technotango, was ik wildenthousiast. Dat enthousiasme is inmiddels flink bekoeld. Wat toen zo sprankelend en nieuw was, klinkt ondertussen behoorlijk belegen. Hun repertoire is nauwelijks veranderd, de grimassen van Leo en Gastón evenmin. Alleen Julio Perez, de bandoneonspeler, speelt van een partituur. Waarom weet ik niet, de muziek valt voortdurend op de vloer terwijl hij onverdroten doorspeelt. Al liplezend zie ik vanaf de voorste rij hoe hij ingespannen de noten telt van Cité Tango van Piazzolla, terwijl zijn collega’s ontspannen maar wat doen. Het is tot mijn teleurstelling een routineuze herhaling van zetten zonder enige muzikale vooruitgang. Ze willen graag moderne muziek maken, zeggen ze, dat een reflectie is van het urbane leven in de stad Buenos Aires. Het slotapplaus is lauw, het gebruikelijke geroep om een toegift blijft zelfs achterwege. Urbane tango´s van niets. wordt vervolgd |