TANGOFESTIVAL - 2007 - deel 3 (08032007)

Dinsdag, 27 februari 2007 – la Rural – Sudestada Tango Lounge. Na het teleurstellende routine optreden van “Ultratango” blijf ik toch maar hangen om te horen wat het nieuwe orkest “Sudestada Tango Lounge” heeft te bieden. Uiteindelijk is de bedoeling van het Tangofestival om het publiek kennis te laten maken met nieuwe vormen van het genre en met nieuwe musici. Hoewel “Sudestada” een nieuwe formatie is, zijn de muzikanten, noch de muziek bijster nieuw. Doorgewinterde vaklieden zijn het, die onder leiding van toetsenman Federico Mizrahi “lounge” bewerkingen van klassieke tango´s brengen. Tot mijn genoegen zie ik dat de Vlaamse bandoneonspeler Eva Wolff – afgestudeerd aan de tangoafdeling van het Rotterdamse conservatorium – lid van het orkest is. Vroeger speelde ze aan de lopende band in de tangofabriek van Carel Kraayenhof en nu voor de verandering luie tango´s in het hol van de leeuw. Ik heb haar de afgelopen jaren met vele orkesten, vooral orquestas típicas, op straat en in de zaal zien optreden. De loungetango is een genre dat sinds een paar jaar door verschillende groepen, waaronder de uit de stad Rosario afkomstige San Telmo Lounge, wordt beoefend. Sudestada is echter 100% Buenos Aires. Het is de naam van een sterke zuidoosten wind, die het water van de Río de la Plata hoog opstuwt, een natuurverschijnsel dat steevast voor overstromingen en andere overlast in de stad zorgt. De nonchalant chique geklede artiesten op het podium doen dat absoluut niet. De zanger Guillermo Fernández opent met een vrijwel onherkenbare versie van “el Choclo”, de tot de tango bekeerde jazz zangeres Alicia Vignola zingt een ontspannen “Vida Mia”. Ze heeft een net iets te kort naveltruitje aan, waardoor een enigszins over de broekriem bollend buikje zichtbaar is. De dame van het paar dat een wervelende tango danst, heeft een uit duizend-en-één-nacht gejat kledingstuk aan. Dat soort dingen vallen op als de muziek niet helemaal je van het is. ’t Is net een toeristische tangoshow, maar dan zonder de warme maaltijd somber ik. Voor mijn gevoel haalt de luie elektronische loungebeat het pittige ritme uit de tango´s. De show kabbelt voort: zanger, zangeres, danspaar, duet. Het is een duet dat het tij doet keren. Guillermo en Alicia zingen een prachtige loungebewerking van “Volver” van Carlos Gardel. Mijlenver verwijderd van de originele versie van de grote meester en schrijver van dit liedje van het grote verlangen, doch wonderschoon. “Zing jij dit ook altijd als je naar Buenos Aires terug vliegt?” vroeg een collega kort geleden. Ik niet, zij iedere keer opnieuw. Opeens hoef ik niet meer zo nodig naar huis en beleef de rest van het programma met veel plezier. Het wordt afgesloten met een ander nummer van Gardel “Por una cabeza” met samples en al. Nu wordt er wel om een toegift geroepen. Terecht! Luie loungetango’s.

Woensdag, 28 februari 2007 – Teatro Presidente Alvear - Julio Pane. Een groot donker podium met een enkele stoel erop. Naast de stoel liggen twee bandoneons. Twee rijen voor me windt een Japanse tangotoerist zich op over zijn zitplaats, die hij beneden zijn stand vindt. Zijn begeleiders buigen en verontschuldigen zich. Wij vermaken ons over die “Chino”. De prijs van het entreebewijs is nul-komma-nul, gratis, en dan nog kankeren. Maar wie weet welk bedrag het organiserende reisbureau hem in rekening heeft gebracht. Een stoel naar rechts opschuiven, nog wat gekanker en uiteindelijk toch maar gaan zitten als het concert begint. Julio Pane, een mollige middelbare man in een slordig grijs pak gaat op de stoel op het podium zitten, pakt een bandoneon en begint treurige deuntjes te spelen. Schuin achter mij zit een verveeld kind te schreeuwen en te huilen, de moeder probeert het te sussen. Na vier nummers te hebben gespeeld, hijst de bandoneonspeler zichzelf overeind. Met een stem die net zo lijzig klinkt als zijn muziek, geeft hij een korte toelichting en tokkelt daarna weer lusteloos verder. Het zijn nummers van zijn nieuwe CD die vanavond ten doop wordt gehouden. De hoop op muziek die ietsje levendiger is vervaagt snel, maar Julio slaagt er wel in het jankende kind in slaap te spelen. “Het valt niet mee he om naar zo’n eenzame bandoneon zonder begeleiding te luisteren?” zo verwoordt hij wat de meerderheid van de aanwezigen waarschijnlijk denkt. Uit beleefdheid luister ik naar alle veertien nummers die hij speelt. Na afloop wordt in de foyer van het theater de CD voor een vriendenprijs verkocht, deze keer maar niet. Slaapverwekkende tango’s.

Donderdag, 1 maart 2007 – Teatro Presidente Alvear – Orquesta Escuela de Tango. Volgens een bericht in de vaderlandse elektronische krant is in het buurland Paraguay de noodtoestand uitgeroepen in verband met een knokkelkoortsepidemie. Nog nooit van die ziekte gehoord. Het blijkt het Nederlandse woord voor “dengue” te zijn. Dat is zoiets als malaria in Afrika en kan dodelijk zijn. Afgelopen zomer heb ik dat in de Dominicaanse Republiek van zeer nabij meegemaakt. Grote paniek, veel doden. In de Argentijnse zomermaanden word ik er dus voor de tweede keer binnen een jaar mee geconfronteerd. Dat krijg je als je de winter hoe dan ook wilt overslaan. In Argentinië begint men zich zorgen te maken, de ziekte komt onze kant op. Uit een mededeling van de medische dienst van mijn werkgever begrijp ik dat de beste manier om geen dengue op te lopen, is om te voorkomen dat men wordt gestoken door de mug die de ziekte overbrengt. Iets dat ik als leek op medisch gebied, doch begiftigt met een redelijk gezond verstand, natuurlijk nooit had kunnen bedenken. Handige tip uit de krant: de aedes aegypti, de denguemug, is te herkennen aan de witte poten! Stilstaand water in een broeierig klimaat is de grootste vijand. Daar leggen de muggen hun eitjes en als die uitkomen, begint de bedreiging.

wordt vervolgd