|
TANGOFESTIVAL - 2007 - deel 5 (12032007) Zaterdag, 3 maart 2007 – Teatro de la Ribera – Orquesta Típica Fernández Fierro. De zaal van het wat belegen Teatro de la Ribera, in het stadsdeel La Boca, is een nostalgisch tangopodium waar de geest van de befaamde Argentijnse schilder Benito Quinquela Martín rondwaart. Hij schonk de grond voor de bouw van een school, een theater en een kliniek in “zijn” wijk en decoreerde die gebouwen toen ze eenmaal klaar waren. Voor de ingang van de school ligt een tegeltableau, in het theater hangen overal schilderijen, op de gevel van de kliniek is eveneens een tegeltableau aangebracht. Arbeiders in de haven en de fabrieken van La Boca en schepen in de haven zijn de overheersende thema’s van al die kunstwerken, die gezien de prijzen die Quinquela’s schilderijen tegenwoordig opbrengen, een klein fortuin waard moeten zijn. Als de moeder van mijn gezelschapsdame belangstellend informeert of ik het werk van “el pintor de la Boca” ken, kan ik met enige trots antwoorden de bezitter te zijn van een aantal van zijn etsen, die gelukkig aanmerkelijk goedkoper zijn. We kunnen de schilderijen op ons gemak bewonderen. De zaal was al vroeg uitverkocht, maar door het plotseling omgeslagen weer komen een hoop mensen niet opdagen, terwijl en genoeg publiek voor tenminste nog een volle zaal op de bonnefooi naar het theater is gekomen. Want waar het Orquesta Típica Fernández Fierro optreedt, is het druk. Met veel passen en meten komen de meesten binnen. Het optreden van het orkest, dat er uitziet als een zooitje ongeregeld, begint bijna een uur te laat. Toen ik in 2004 tijdens de “Week van de Bandoneon” kennis maakte met Fernández Fierro, tekende ik bij het verlaten van de zaal het volgende compliment op uit de mond van een bejaarde bezoeker: “Ik heb nog nooit een bandoneonist gezien die er bijloopt zoals jij – de jonge musicus met wilde haardos droeg een T-shirt waarop met grote letters FUCK OFF stond – maar je speelde fantastisch!” Ieder optreden waar ik sindsdien naartoe ben geweest, was uitverkocht en meer dan de moeite waard. Zowel qua muziek, als qua ambiance. Vanavond ook weer. Walter ”el Chino” Laborde, de zanger van het orkest, doet zijn bijnaam eer aan door het eerste nummer gehuld in kimono te zingen. In Buenos Aires is iedereen met een Aziatisch uiterlijk een “Chino” waarbij het niet ter zake doet of het een “echte” Chinees is of niet. Walter is een volbloed Porteño met ietwat scheefstaande ogen, vandaar. Later zal hij “Trenzas – Vlechtjes” vertolken met een blauwe pruik met vlechtjes op zijn hoofd. Net als veel andere artiesten, presenteert Fernández Fierro tijdens het festival tussen de tango’s door een nieuwe CD die “Mucha Mierda!” heet. “Mierda” is een Argentinië veel gebezigde krachtterm, zoiets als “verdomme!” doch in combinatie met “mucha” betekent het juist “Veel Geluk!” Want, zo wordt mij verzekerd, het gebruik van “suerte” het woord voor “geluk” brengt juist ongeluk. De CD wordt letterlijk gelanceerd door twee exemplaren als een discus de zaal in te werpen. Muziek vormt uiteraard de hoofdschotel. Door de orkestleden mooi gearrangeerde composities van tangogrootheden als Pugliese, Piazzaolla en Discépolo. En uiteraard eigen nummers zoals “011” - het kengetal van Buenos Aires - waarin het lawaai, het leven van de metropool duidelijk doorklinkt, stukken beter dan in de urbane tango´s van Ultratango. Veel te vroeg kondigt Yuri Venturín, de bassist het laatste nummer aan. Luide protesten uit de zaal, maar het orkest verlaat het podium. Langdurig staand applaus, tegen het achterdoek maken sommige muzikanten koprollen en half mislukkende radslagen van de ene kant van het podium naar de andere. Het orkest komt terug voor wat toegiften “de Stadsregering heeft ons 15 minuten extra speeltijd gegeven” kondigt Yuri aan en de tangotrein dendert voort. Als het “echt allerlaatste nummer” wordt aangekondigd, wordt de spiegelbol, die de hele avond zinloos voor het orkest op het toneel heeft gestaan, aangezet. De bol, zo´n bol die normaal aan het plafond van een discotheek hangt, is op een draaitafel gemonteerd en door met de toneellichten te spelen, worden te gekke lichteffecten gecreëerd. De uitsmijter is een lange en werkelijk adembenemende versie van Piazzolla’s “Buenos Aires Hora Zero.” Spetterende tango’s. We blijven in La Boco hangen en dineren in de schaduw van “La Bombonera” het stadion van Boca Juniors bij Don Carlos. Het restaurant heeft geen menu, de gasten eten wat ze door Carlos wordt voorgezet. Wie dat niet wil, kan beter wegblijven. “Wat heb je voor toetjes” informeert mijn gezelschapsdame na een flinke hoeveelheid hors-d’oeuvres. Dat had ze beter niet kunnen doen. Carlos kijkt haar streng aan “even geduld, je moet eerst nog vlees eten!” hetgeen ze gedwee doet. Zondag, 4 maart 2007 – Teatro de la Ribera - Ramiro Gallo Quinteto. Het contrast met gisteravond kon niet groter zijn. Toen waren er stoelen tekort, nu is de zaal nu nauwelijks voor een kwart gevuld. De klassieke scholing van de violist Ramiro Gallo klinkt door in de tango´s die worden gespeeld. Vrijwel allemaal eigen composities, op een paar nummers na die hij heeft opgedoken in de Nationale Bibliotheek. Naar het schijnt, moet daar van iedere Argentijnse compositie, een exemplaar naar toe worden gestuurd. Gallo noemt dat archief “het klankgeheugen van ons vaderland”. Al die bladmuziek lag er ordeloos bij totdat iemand op het idee kwam om de naar schatting 300.000 partituren maar eens te gaan ordenen en toegankelijk te maken. Het heilige vuur dat gisteravond zo nadrukkelijk brandde, staat vandaag op de waakvlam. Eva Wolff rent in de gangpaden achter haar zoontje aan, ik vermoed dat zijn vader op het podium staat. Hij heet Felix en ja hij spreekt Nederlands en probeert mij zijn speelgoedkonijn cadeau te doen. Het meest opwindende moment van de avond. Helaas wordt het negende Tangofestival afgesloten met als een nachtkaars uitgaande tango’s. slot |