|
LA CHACARITA (05042007) Terwijl La Recoleta, waar de prijs van een grafkamer hoger is dan die van een leuk appartement elders in de stad, bestemd is voor gefortuneerde porteños, is La Chacarita vooral de laatste rustplaats voor hen die minder te makken hebben. Die megabegraafplaats van bijna 100 hectares is één van de grootste ter wereld. De indeling van La Chacarita weerspiegelt de Argentijnse klassenmaatschappij. Vlak na de hoofdingang lijkt het wel wat op Recoleta. Elegante grafkamers langs een stratenplan als in Buenos Aires zelf. De begraafplaats is zo groot dat er zelfs wegverkeer is toegestaan. Daar liggen de mensen die niet geheel onbemiddeld waren. Carlos Gardel bijvoorbeeld, de voormalige baas van het warenhuis Harrods, de familie van Generaal Perón. Door architecten ontworpen grafkamers waarvan de buitenkant is bekleed met vele vierkante meters kostbare natuursteen. Op kerkgebouwen lijkende pantheons van onder andere de Federale Politie, waar tijdens hun dienst gesneuvelde politiemannen worden bijgezet. Erachter duizenden vierkante meters graven met een eenzaam kruis waarop de naam van de dode soms met een viltstift staat geschreven of met een eenvoudige steen met een portretje van de overledene erop. Daar is ruimte vrijgemaakt voor het “Pantheon van de Artiesten”, voor de afzichtelijke grafmonumenten van onder meer de tangogroten Osvaldo Pugliese en Aníbal Troilo. Nog verder naar achter liggen de graven die vaak niet meer zijn dan de contouren van een hoop aarde. Tot en met de buitenmuur is in een gigantische dodenmuur omgetoverd waarin de stoffelijke resten van vele duizenden mensen zes hoog gestapeld liggen. Tussen het duurdere en het goedkope deel van La Chacarita is iets gebouwd dat veel van een ondergrondse parkeergarage weg heeft. Voor lang parkeren dus. Uitdijen kon niet meer, de diepte in nog wel. Twee lagen diep zijn er ontelbare galerijen met “opbergruimtes” gebouwd waarin volwassen zes hoog en kinderen twaalf hoog in “nichos” - het best te vergelijken met de laden van een archiefkast - worden bijgezet. Op de buitenkant van die laden een koperen naamplaatje, een kruis of de afbeelding van een heilige, een houder voor bloemen. Iedere gang heeft een oppasser, die ervoor zorgt dat het koper wordt gepoetst, de verlepte bloemen worden opgeruimd. Het zijn kleine zelfstandigen die een vergunning kopen om hun “bedrijfje” uit te mogen uitoefenen. Hun inkomsten bestaan uit bijdragen van de nabestaanden van de in “hun” gang rustende doden. Wanbetalers zijn gemakkelijk te herkennen. Hun koper wordt niet meer gepoetst, de afsluitplaten zien er dof uit. Naast een zij-uitgang hangt een waarschuwingsbord waarop staat dat het bewakingspersoneel is gemachtigd om iedereen die de bergraafplaats binnenkomt of verlaat te fouilleren. “Als u het hier niet mee eens bent, adviseren wij u weg te blijven”. Zouden er lijkenpikkers rondlopen? Een paar jaar geleden liep ik met vrienden over La Chacarita. Terwijl ik de achtergebleven schedel in een slecht geruimde grafruimte al had gefotografeerd, moest hij, fotograaf van beroep, eerst uitgebreid instellen en wat dies meer zij. Er kwamen schreeuwende bewakers aanrennen, zoiets was streng verboden. Gebrek aan respect voor de doden! We werden dwingend verzocht de begraafplaats onmiddellijk te verlaten. Het verbodsbord om te fotograferen dat destijds bij de hoofdingang stond, is inmiddels verdwenen. Bij iedere wandeling over La Chacarita, ik wandel graag over begraafplaatsen vanwege de rust die er heerst, ga ik even langs het graf waar tot voor kort de stoffelijke resten van Generaal Perón rustten. Ik neem een verkeerde afslag en krijg daarvoor als beloning een onverwachte ontmoeting in de schoot geworpen bij een prachtig met bloemen versierde tombe. Op een barkruk er tegenover zit een man in een wit pak, witte pet op het hoofd en koperen kruis in de hand. Er staat een lange rij mensen, merendeels vrouwen van alle leeftijden. Iemand die op een afstand staat te kijken vertelt me dat het Hermano – broeder – Miguel is, de tombe is van zijn moeder Hermanita Irma, Zuster van de Goede Werken. Ik word aangemoedigd foto’s te nemen en een praatje te maken met Hermano Miguel, die over paragnotische gaven zou beschikken en vandaag gratis is te raadplegen. Ik aarzel even, maar wordt zonder al te veel aandringen over de streep getrokken door een assistent van de broeder. Vooraan in de rij wordt zonder gemorrel plaats voor mij gemaakt. “En wie is Carlos” hoor ik hem vragen en “Wat is er aan de hand in Missiones?” Vragen die plompverloren worden gesteld en niets hebben te maken met de op fluistertoon gevoerde conversatie. Aan het slot van ieder gesprek wordt het kruis over de rug gestreken. Sommige mensen laten briefjes bij hem achter en prevelen vervolgens schietgebedjes bij het graf van Hermanita Irma. Een vrouw schuurt langdurig haar rug tegen de muur van de grafkamer, waarom is voor mij een vraag en voor haar een weet. Hermano Miguel ontvangt mij vriendelijk, vertelt over zijn moeder, de door haar opgerichte kerk en haar goede werken. Daarna vraagt hij honderduit over Nederland, dat hij graag zou willen bezoeken. Ik probeer hem uit de droom te helpen dat het een schoon land zonder bureaucratie is, maar Hermano Miguel gelooft me maar half. Hij zet zijn handtekening in het door hem samengestelde breviarium, dat is opgedragen aan zijn moeder. Bij het afscheid geef ik hem, zoals hier gebruikelijk is, een zoen op de wang. “Wat heb jij je goed aangepast aan onze gewoonten” complimenteert hij me. Waarop ik, voordat hij het vraagt, meld dat Máxima zich prima aan mijn land heeft aangepast en daar een heel mooie carrière maakt. Er wordt smakelijk om gelachen. Het familiegraf van de Peróns is daarna een flinke teleurstelling. Vrijwel alle bronzen herdenkingsplaquettes zijn zichtbaar slordig verwijderd, de bloemen die er staan zijn verlept Wat een half jaar geleden nog een populaire bedevaartsplek was, is helaas een doodgewoon graf geworden. Net zoals die tienduizenden andere graven op La Chacarita. |