MISATANGO (20072007)

De avondmis in de Zweedse Kerk van Buenos Aires zou stipt om 7 uur beginnen. Zoals te doen gebruikelijk belt mijn gezelschapsdame op om te melden dat ze vast zit in de avondspits en wel eens “iets te laat” zou kunnen zijn. Ze is niet de enige die te laat is. Rond zeven uur zitten niet meer dan 10 mensen in de kleine zaal, de stoelen voor het orkest zijn nauwelijks bezet, de leden van het koor die wel op tijd zijn oefenen toonladders in de kerkruimte. Om de beurt de bassen, de alten en de sopranen. Musici, zangeressen, zangers en publiek blijven binnen druppelen. Om half acht vraagt de gastheer de aandacht. Hij dankt het publiek, de zaal is ondertussen voor de helft gevuld, voor het getoonde geduld en legt uit hoe bijzonder de avond zal worden: “Een katholieke mis opgedragen aan Buenos Aires, die zal worden gezongen in het Latijn in een protestantse Zweedse Kerk.” Zeker nog nooit van oecumene gehoord. Daarna doet hij de oorzaak van de vertraging uit de doeken. De bassiste van het orkest had eerst moeite om een taxi te vinden waar haar instrument in paste en is vervolgens in het verkeer komen vast te zitten. De organisatie heeft zojuist met haar gesproken, ze is de kerk tot op ongeveer 15 cuadras genaderd. Ruim anderhalve kilometer in de geheimtaal van de Porteños. Mijn inmiddels gearriveerde gezelschapsdame is vol begrip, terwijl ik zoals altijd flink baal van de nonchalante omgang met de tijd die hier doodnormaal wordt gevonden.

Tegen achten komt de bassiste hijgend binnen, ze heeft een blos van opwinding op de wangen. Schaamte zou dom zijn. Zowel het instrument als de muzikante zijn winters dik ingepakt. En inderdaad, ze heeft een taxi moeten vinden van het formaat dat je in de Argentijnse hoofdstad nauwelijks tegenkomt. De volgende keer kan ze beter van te voren een limo kunnen bestellen of een tweedehands Volkswagenbusje kopen om dat bakbeest te vervoeren. Met de bas in de gelederen gaat het Kamerorkest van San Telmo gezwind van start met Vivaldi’s sonate “La Follia”. Een smakelijk Italiaans voorafje voor de Argentijnse hoofdschotel. De toetsenvrouw heeft zo’n elektronische bak waarop in grote letters de merknaam ROLAND staat. De ene keer is het een orgel, dan weer een piano. Iets dat een Steinway helaas niet kan. De celliste heeft een blokje met vier gaatjes met touwtjes aan haar stoelpoten bevestigd. Daar zet ze de stalen voetpin van het instrument in om te voorkomen dat het wegslipt. Zou haar dat wel eens zijn overkomen? Naast ons zit een met kettingen behangen punk met zwart gelakte nagels mee te dirigeren. De muziek klinkt onverwacht vol in de strak Noords ingerichte zaal zonder enige akoestische voorziening. Het is hpoogstwaarschijnlijk de koffiekamer van de Zweedse kerkgangers. In minder dan 20 minuten klaart het orkest het karwei en kan een volgende golf bezoekers de zaal in. Stel je voor dat de mis op tijd was begonnen, dan hadden deze veel-te-laat-komers direct weer rechts om keert kunnen maken!

Componist, arrangeur en dirigent Martín Palmeri – Buenos Aires 1965 – dirigeert vanvond zelf de “Misa a Buenos Aires”, een stuk voor koor en orkest dat hij in 1996 componeerde. Daar houd ik van, want zo krijg je het werk te horen in de uitvoering zoals de componist die in zijn hoofd had toen hij de noten en tekst op papier zette. Uit zijn korte toelichting leid ik af dat de mis een zware bevalling heeft gehad. Palmeri, die veel tango arrangementen schrijft en koren dirigeert, wilde die beide elementen op een dusdanige manier in zijn compositie verwerken dat ze op een evenwichtige wijze tot hun recht zouden komen. Het tango element werd toegewezen aan de muziekinstrumenten, zodat de stemmen zich op het zingen van de Latijnse mis zouden kunnen concentreren. Dat de tekst van de mis in het Latijn is geschreven heeft meer te maken met het universele van deze taal, dan met een conservatieve katholieke houding. Bovendien geeft dat de door hem gewenste “geslotenheid” aan het werk en heeft het, volgens Palmeri althans, veel te maken met de tango en met name de avant-garde van de tango. Aan mooie woorden geen gebrek.

De daad wordt bij het woord gevoegd. Niet één koor, maar liefst drie zijn er nodig om de mis te zingen. Er staan bijna meer zangers en zangeressen in de zaal dan dat er publiek is. Wat mij vooral intrigeert, is het koor met de aparte naam “Coro de Padres del Colegio Esclavas del Sagrada Corazón de Jesús”. Koor van de Ouders/Paters van de Slaven van het Heilig Hart van Jezus College. Padres betekent zowel “ouders” als “paters” in het Spaans, wat verwarrend voor een minder ingewijde. Mijn gezelschapsdame brengt uitkomst, het zijn de ouders. Als extra informatie fluistert ze me toe dat de school, waarvan veel leerlingen kinderen van militairen zouden zijn, bekend staat als uiterst rechts. Een heel erg foute school dus. De zoon van ex-dictator Videla zingt in dit koor. Door leden van andere koren zou hij zo’n beetje worden behandeld als de NSB kinderen in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel ik geen woord Latijn spreek, is de mis toch goed te volgen omdat in alle delen bepaalde woorden voordurend worden herhaald. Het begint met “Kyrie Eleison – Heer ontferm U over ons” en eindigt via veel Gloria, Spiritu Sanctus, Crusifixo, Hosanah in Excelsis Deo – Ere zij God in de hoge met “Angus Dei – het Lam Gods”. Zowat veertig minuten vrijwillig op herhalingsoefening bij het Christelijk geloof waarvan ik heel lang geleden afscheid heb genomen, doch het stoort me niet. De componist inspireert iedereen tot een grootse prestatie, ik voel me een bofkont. Luid en langdurig applaus volgt na het laatste “pace”, na het slotaccoord. De uitvoering van de tangomis was dan ook allejezus goed!