|
EEN AVOND UIT IN HET VADERLAND VAN HET GELUK (15072007) De afspraak was om naar “El Cocalero” te gaan, een documentaire over de verkiezingscampagne van de Boliviaanse president Evo Morales. Een “cocalero” is een boer die cocastruiken teelt en de bladeren daarvan oogst en verkoopt. Morales was zo’n cocaboer. Ik neem tenminste aan dat hij het presidentschap niet in deeltijd vervult. Sinds mensenheugenis kauwen de bewoners van het Andes hooggebergte op die bladeren. Het schijnt het leven op grote hoogte draaglijk te maken. Helaas heeft snuifbare cocaïne, dat van cocabladeren kan worden gemaakt, iedereen die zich met die teelt bezig houdt zowat tot staatsvijand nummer 1 van de almachtige Verenigde Staten gemaakt. Net zoals de Amerikanen Vietnam probeerden te ontbladeren met “Agent Orange”, werden en worden er door hen boven diverse Latijns-Amerikaanse landen ontbladeringsvluchten uitgevoerd om cocastruiken als onkruid te verdelgen. Helaas heeft die film opeens een andere begintijd waardoor een keuze moet worden gemaakt uit een drietal andere: “Vrouwen van IJzer”, “de Ontrouwe Verloofde” of “Pulqui: een momentopname uit het Vaderland van het Geluk”. Dat laatste is een verwijzing naar het Argentinië ten tijde van Perón en Evita. Die film wil ik het liefst zien. Het verrast me aangenaam – en verbaast me ietwat - dat de drie dames in mijn gezelschap niet naar één van de twee films met feministische inslag willen, doch gezellig meegaan naar “Pulqui”. “Pulqui” betekent “pijl” in de taal van de Mapuche indianen, het is de naam die werd gegeven aan de “peronische straaljager” die aan het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw de lucht in ging. Was het grootheidswaanzin dat tijdens de eerste regering van Perón een Argentijnse straaljager werd ontwikkeld, terwijl toen slechts de USSR en de USA over straalvliegtuigen beschikten? Nee, zullen de peronisten aanvoeren, het was een uitdrukking van het hervonden nationale zelfvertrouwen! Na WO II vond Perón gewoon dat Argentinië de derde grote wereldmacht moest worden en deed er alles aan om die droom, of veeleer hersenschim, tot leven te wekken. Flinke hoeveelheden hele foute en minder foute Nazi’s werden naar Argentinië gelokt of vonden er zonder veel moeite onderdak. Kerngeleerden, raketdeskundigen die in Peenem?nde de V1 en de V2 hadden ontwikkeld, vliegtuigontwerpers van Focke-Wulff. Ronald Richter, de kerngeleerde die Perón een A-bom had beloofd, belazerde de kluit, de raketgeleerden werden als snel door de Amerikanen geronseld, de vliegtuigbouwers waren de enigen die waar voor hun geld leverden. Beelden daarvan heb ik meerdere malen op de televisie kunnen bewonderen. Hoe de vliegtuigontwerper Kurt Tank met een Pulqui op het stadsvliegveld van Buenos Aires landde en daar door Generaal Perón in de armen werd gesloten. Na de staatsgreep van 1955 werden deze en vele andere Peronistische projecten onmiddelijk de kop omgedraaid. De idealen van het Peronisme zijn voor de beeldend kunstenaar Daniel Santoro een onuitputtelijke inspiratiebron. Dat het merendeel van die idealen niet tot nauwelijks werden verwezenlijkt, maakt hem niets uit. Door middel van tekeningen, schilderijen en keramiek laat hij zien hoe het aardse Peronistische paradijs er uit had kunnen zien, als de militaire staatsgreep van 1955 de Peronistische droom niet zo wreed zou hebben verstoord. Santoro’s project om een schaalmodel van de “Pulqui” te bouwen én te laten vliegen is het thema van de film van vanavond. Tangomuziek, opgewonden discussies, de wrakke auto die ontelbare keren de karakteristieke brug van Pompeya oversteekt onderweg naar een troosteloos industrieterrein aan de rand van Buenos Aires waar in een loods de “straaljager” wordt gebouwd door wat handige metaalbewerkers. Eenmaal klaar, wordt de glimmende Pulqui zonder motor op een boottrailer achter de auto gehangen. De wind komt onder de vleugels, het toestel doet een zielige poging om op te stijgen en stort natuurlijk gelijk neer aan de kant van de weg. Santoro glimt, zijn droom is verwezenlijkt. De metaalarbeiders balen, hun werk is in één klap zo’n beetje verschroot, voor niets geweest. In mijn ogen wordt een ruim vijftig jaar geleden overleden peronistisch project op ludieke wijze nieuw leven ingeblazen en prompt weer begraven. Na afloop kan er nergens anders worden gegeten dan in restaurant “El General”. Die “General” is uiteraard Juan Domingo Perón. Het restaurant hangt en staat vol met beeldtenissen van hem en Evita en met andere peronistsche memorabilia, waardoor het veel van een bedevaartsoord heeft. Hoewel ik sterk betwijfel of het merendeel van het stemvee van de Peronistsiche partij zich er een maaltijd kan permiteren. Wie dat wel met enige regelmaat schijnen te doen, zijn de partijbonzen. Volgens de eigenaren is dit het enige restaurant ter wereld dat is gewijd aan een nationalistische politieke volksbeweging. Ik geloof hen op hun woord. Het ziet er bovendien stukken eleganter uit dan de Nazi Bierkellers uit de vorige eeuw, waar ik zelfs in mijn meest depressieve momenten geen voet over de drempel zou hebben gezet. “Wat was het lievelingsgerecht van Perón?” informeren we bij de bediening. Dat was de “pastel de papas” een stoofpotjes afgedekt met aardappelpuree dat wordt geserveerd in een gloeiend heet ovenschaaltje. Het past perfect bij de koude winteravond. Op de achtergrond klinkt af en toe de “Marcha Peronista”, het Peronistische strijdlied. Zoiets verhoogt de stemming, bij mij althans. Op de muren hangen afiiches die de film aankondigen, op de bar ligt zelfs een “Pulqui” bouwplaat! De avond kan niet meer stuk! Zonder iets te snuiven, word ik zowat high. Dankzij de peronistische straaljager en het favoriete gerecht van de Generaal beleef ik zowaar een avond vol gelukzaligheid in het Vaderland van het Geluk. |