|
DAGBOEK TERSCHELLING - 2 (21082007) Vrijdag, 17 augustus 2007. Fietsen en schaatsen zou je als Nederlandse jongen of meisje nooit verleren. Na meer dan 20 jaar klim ik weer eens op de fiets en lever, tenminste wat mijzelf betreft, het bewijs dat het echt zo is. Hoewel ik me wel door de wind in de rug laat verleiden en dat kan je beter niet doen. Rekening te moeten houden met de windrichting was ik dus wel verleerd. Aan de voet van de Waddenzeedijk ligt een glad fietspad, dat af en toe wordt onderbroken door veeroosters. “Fietsers gedoogd” luidt het bord bij de oprit. Schapen houden het dijkgras kort. Dicht onder de kust fouragerende vogels, aan de horizon “de wal” het vasteland van Friesland. “Net de overkant van de Río de la Plata”, mijmer ik. Die rivier tussen Buenos Aires en Colonia del Sacramento in Uruguay is echter zowat 100 kilometer breed, veel breder dan de Waddenzee ter hoogte van Midsland. Niemand is zo vroeg op pad als ik, het eiland ligt er verrukkelijk verlaten bij. Aan het eind van de dijk rijd ik door naar de Boschplaat. “Natuurgebied van zodanige betekenis, dat de Raad van Europa er in 1970 het Europees diploma aan heeft toegekend”. Zou zo’n Boschplaat daar een opleiding voor hebben gevolgd en een mondeling of schriftelijk examen voor hebben moeten afleggen? Al die stomme borden. “In dit gebied grazen koeien en/of paarden. Waarom begrazing? Door luchtverontreiniging (zure regen) komen er veel voedingsstoffen naar beneden. Hierdoor gaan enkele planten zoals Helm, Duinriet, Zandzegge en struiken sterk overheersen. Op den duur wordt de natuur eentonig en verandert het landschap grotendeels in bos. Grote grazers zoals koeien en paarden kunnen deze ontwikkeling tegen gaan. Hierdoor wordt het duin ook weer geschikt voor konijnen die het fijnere werk overnemen. Zo ontstaat er weer meer variatie, waar andere dieren en planten van profiteren” aldus rechtvaardigt Staatsbosbeheer het ingrijpen in de schepping en draagt gelijktijdig aanvullend bewijsmateriaal aan voor de ietwat blasfemische stelling dat God de wereld heeft geschapen, behalve Nederland. Dat land werd immers in de loop der eeuwen door de Nederlanders gemaakt tot wat het nu is. Voor mijn gevoel is vrijwel heel Terschelling het resultaat van menselijk ingrijpen. Tot het begin van de vorige eeuw was het eiland een wandelende zandplaat in de Noordzee, totdat het beheer in 1910 werd overgedragen aan Staatsbosbeheer. In de jaren daarna werd begonnen met het aanleggen van bossen en het planten van helmgras om de duinen “vast te zetten”. Die bossen houden me af en toe even uit de wind op de weg terug naar Midsland, alwaar ik met een beginnende zadelpijn de fiets terug zet in de schuur. Van de gevolgen van een andere – meer toevallige - ingreep in de Terschellinger natuur proef ik later op de dag in de achtertuin van het Wrakkenmuseum. Het is de cranberry, de veenbes, die volgens de overlering dankzij de strandjutter Pieter Sipkes Cupido een inheemse vrucht is geworden. Cupido vond rond 1840 een overboord geslagen vat op het strand, het bevatte helaas geen sterke drank maar zure rode bessen. Dat waren cranberries, destijds aan boord van schepen een beproefd middel om scheurbuik tegen te gaan. Hij liet het geopende bessenvat liggen waar het lag en zo is het gekomen. Tegen het einde van de 19e eeuw werd de bessenteelt op grote schaal aangepakt en zodoende kan ik in 2007 op een zonnige vrijdagmiddag in het dorp Formerum van een punt cranberrytaart met een toefje slagroom genieten. Wel passend om een juttersprodukt te eten op een plek die volstaat met wat op het strand is aangespoeld en van de zeebodem is opgehaald. Bij de ingang de bronzen commandotoren van een Engelse onderzeeboot uit de Eerste Wereldoorlog, ernaast de staartvin van een Duits vliegtuig uit de volgende, boordgeschut in de achtertuin, zeemijnen. Boven het café zijn in vitrines, vele voorzien van een scheepsraam of kajuitraam, de gekste dingen te bewonderen. Veel duikhelmen, munten, aardewerk, reddingsboeien, sloffen sigaretten, blikken bier, overhemdem en het speciale “schoenami” zaaltje. In februari 2006 spoelden ongeveer 250 duizend sportschoenen aan, hetgeen de aanleiding werd voor grote verzamelwoede. De gejutte schoenen werden geruild - merk, maat, model, kleur - en verhandeld tegen een gemiddelde prijs van €5 per paar. “Ik heb thuis vier paar staan” zal de schoonmoeder van mijn neef een paar dagen later achteloos meedelen, waarop mijn nicht vertelt dat zij op haar schoenami wandelschoenen flinke delen van Berlijn en Istanbul heeft verkend. “Vanavond wordt er Kerst gevierd in de Schotse Vier”, kondigt een bezoekster aan “komen jullie ook?” Om een uur of tien ’s lopen we met kerstmutsen op richting “uitgaanswijk”. Het interieur van de bar is omgebouwd tot een skihut, de stemming zit er goed in. Meezingers in het Nederlands – de discoversie van “Het kleine café aan de haven”! - en het Engels knallen uit de luidsprekers, het bier vloeit rijkelijk. “Merry Christmas” op de muur, kunstsneeuw vlokt uit een machine naast de dansvloer. Of het door mij zo verafschuwde “Eenzame Kerst” van de heer Hazes werd gedraaid, herinner ik me niet, maar wel vele malen “Jingle Bells” en “Last Chrismas” van Wham. Welke fan herinnert zich niet de videoclip waarin George Michael overdreven heterogedrag ten toon spreidde? Overduidelijk met enige moeite geacteerd, maar ja te openlijk homo zijn verkocht in 1984 geen platen en zeker niet in de Verenigde Staten. De bar met de gevel die is behangen met van het strand gejutte schoenami schoenen is daarna verschrikkelijk saai, maar helpt ons de tijd te doden om na sluitingstijd naar het “roeien” in de “hoofdstraat” te gaan kijken. Een lokale traditie naar het schijnt. De al dan niet licht beschonken disco- en cafebezoekers gaan in een lange rij achter elkaar op straat zitten en maken roeibewegingen op het droge. Niet zo verfijnd gemimd als Marcel Marceau dat kon, maar met veel meer plezier! Dank zij dit bezoek aan Terschelling zit Kerst 2007 er gelukkig alvast op. wordt vervolgd |