|
DAGBOEK TERSCHELLING - 5 (31082007) Maandag, 20 augustus 2007. Onze speurtocht naar mogelijke bloedverwanten levert een resultaatje op. Op de kerkhoven en begraafplaatsen van Terschelling ben ik geen enkele dode Krakau tegengekomen, maar mijn neef vindt in het telefoonboek wel een levende. Opgebeld, adres opgegeven van Omoe’s Huus en daar staat Sjouke Krakau zowaar voor de deur. Hoe de familieband precies in elkaar zit begrijp ik niet echt, maar dat het familie is, is vrijwel zeker. Net als mijn eigen achternaam, is de naam “Krakau” behoorlijk zeldzaam. Mijn grootmoeder had een hoop zussen, doch slechts één broer die op zijn beurt maar één dochter had. Die tak is uitgestorven. Gelukkig doet mijn zwager genealogisch onderzoek en zo kom ik achteraf aan de weet dat de grootvader van mijn overgrootvader een broer had die de bet-bet-overgrootvader van Sjouke moet zijn geweest. Heel erg verre familie, dat wel. Het draaien van de windrichting dat vanmorgen zowel op de heenweg als op de terugweg voor tegenwind zorgde, wordt de door de gastvrouw als “typisch Terschellings” gekwalificeerd. Net zoals het snel wisselende weer op deze maandag, want ondertussen schijnt de zon en is lekker warm. We drinken koffie in Hoorn, vrijwel in de schaduw van de oudste – uit de dertiende eeuw daterende – kerk van het eiland. Schuin daar achter ben ik een paar keer langs de “Strandvonderijschuur” gefietst. De plek waar vroeger de op het strand gejutte goederen moesten worden ingeleverd. Zelfs het jutten heeft zijn regels, hoewel ik betwijfel of daar streng de hand aan wordt ghouden. Er is mij een paar keer verzekerd dat als je de spullen eenmaal achter het eerste duin heb, die van jou zijn. Tenzij ik het verkeerd heb begrepen. Ter afsluiting van de dag gaan we loungen in Formerum aan Zee in de “ZandZeeBar”, alwaar alle klanten als potentiële dieven worden beschouwd. Het is boter bij de vis met het ietwat doorzichtige smoesje dat het weer ieder moment om kan slaan en dat er dan in de haast misschien wordt vergeten om af te rekenen. Lulkoek. De toch wel geinige variatie op “Zanzibar” krijgt daardoor een wat rare bijsmaak. Desalniettemin hangen we ontspannen op de loungebanken, genieten van een glas frisse rosé en laten de zon het lichaam kleuren. Terug thuis zien we met een borrel in de hand hoe groepen ganzen in V-formatie richting overwintering vliegen. Een voorteken van een vroeg invallende herfst? Dinsdag, 21 augustus 2007. Welgemoed beginnen we aan de “Brandaris” wandeltocht. Slechts 10 kilometer, niet echt een zware opgave. Hoewel de waarschuwing van de organisatie dat “iedere wandelaar voor eigen risico loopt” ander zou kunnen doen vermoeden. Vanuit Midsland de duinen in, rulle zandpaden, klimmen en dalen. Duinmeerjes, vogels, heideveldjes. Erica? “Is daar geen liedje over?” vraagt mijn nicht in haar jeugdige onschuld. Haar moeder en ik weten dat het een populair Duits soldatenlied was, hele verkeerde muziek dus! Ik neurie het heel kort voor me uit en wordt bestraffend toegesproken. We volgen trouw de witte paaltjes met de blauwe koppen. Bij iedere afslag het paaltje rechts houden, dan lukt het allemaal vanzelf. De ene controlepost volgt op de andere: Midsland, Boortorenpad, Halfweg, Riesplak, Waterplak. Controlekaart afstempelen. In de wandelwereld is sinds mijn jonge jaren, toen ik regelmatig een wandeltocht liep, niets veranderd. Als je niet met alle stempels op de kaart bij de eindcontrole verschijnt, krijg je geen medaille. Een mooi blauw lintje waaronder een koperen kruis bungelt waarop de Brandaris staat afgebeeld is onze beloning. Woensdag, 22 augustus 2007. De krant bericht dat in Rotterdam wordt voorgesteld om straatartiesten voortaan een auditie te laten doen bij een van gemeentewege aan te stellen beoordelingscommissie voordat ze aan de openbare weg mogen optreden. “Slechte straatartiesten kunnen we hier niet gebruiken“ verklaart een bemoeizuchtige PvdA politicus die het voornemen heeft om te gaan censureren wat de Rotterdamse voetganger al dan niet op straat mag horen. Als die gasten er niets van bakken, geeft toch niemand geld en houden ze er vanzelf mee op? Kennelijk zijn alle andere Rotterdamse problemen al lang en breed opgelost. In ’s Hertogenbosch is er ruzie tussen een hoteleigenaar en de gemeente vanwege een deurmat. Echt waar. Die mat ligt namelijk zonder de vereiste vergunning op gemeentegrond en, omdat de naam van het hotel er op staat, is er sprake van ongeoorloofde reclame langs de openbare weg. In dit land van de regelneven, betweters en muggenzifters wil de moeder van mijn nichtje me voordat we weer op huis aan gaan cranberries, de trots van Terschelling, laten zien. Maar lieftst twee verbodsborden proberen ons af te schrikken. “Je bent niet helemaal uit Buenos Aires gekomen om weer weg te gaan zonder cranberries te hebben gezien” zegt ze ferm. Waarop we over het hek van de proefakker klimmen en al doende artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht “Verboden Toegang” overtreden en in één adem door ook nog artikel 314 “Het plukken van Cranberries is streng verboden”. Niet dat dat met zoveel woorden in dat wetsartikel staat, maar wel op het bordje. De struikjes liggen plat op de grond, de besjes zijn vrijwel onzichtbaar en behoorlijk zuur. Er rest nu niets verder meer dan terug naar de wal te gaan. Vanaf de boot is het eiland Griend goed te zien. Eens bewoond en met de wal verbonden, thans het domein van vogels en verboden toegang voor de mens. Via de Afsluitdijk en een bezoek aan Enkhuizen gaan we terug naar huis. Wandelend langs de imposante Drommedaris en middeleeuwse geveltjes doemt er plotseling een beeld op uit mijn verleden. De voormalige Terschellinger veerboot “Friesland”, die tegenwoordig tochtjes over het IJsselmeer maakt, komt de haven binnen. Dezelfde veerboot staat op een half mislukte zwart wit foto, die werd gemaakt tijdens mijn eerste bezoek aan het waddeneiland! Zo wordt onbedoeld, doch op zeer gepaste wijze, de cirkel met het verleden naadloos gesloten. slot |