CHE IN ROTTERDAM (02092007)

Buenos Aires, woensdagavond 13 juni 2007, tegen half acht ’s avonds. Het is donker, het is koud. Over een week begint de winter in Argentinië. Op een paar honderd meter van mijn appartement begint zo dadelijk in het Culturele Centrum “Caras y Caretas” de film “Dí buen día a papá – Doe vader de groeten”. De kennis die mee zou gaan, laat het op het laatste moment afweten. De minimale synopsis ziet er voor haar onvoldoende veelbelovend uit. Dat kan ik me best voorstellen: “Op een plek in Vallegrande, Bolivia, ligt Ernesto Che Guevara begraven. Dit is de geschiedenis van drie generaties mensen uit de streek, waarin de levensverhalen van de hoofdpersonen zich met elkaar vervlechten om de geschiedenis van Vallegrande te vertellen. Een dorpje waar gedurende dertig jaar de resten van de revolutionair waren verborgen”. Hoewel ook ik mijn twijfels heb, ga ik toch. Toegang gratis, als het nergens over gaat, ben ik zo weer thuis.

Geheel overbodig informeer ik bij de balie of er nog kaartjes zijn. In de kleine zaal zit slechts één andere belangstellende. “Dan zijn we nu al met z’n tweeën” zeg ik ter begroeting. Hij kan het niet waarderen. Even later schuift zowaar een derde toeschouwer aan, waarna de deur dicht gaat. Het geluid is waardeloos, doch het verhaal boeit. De film begint met een morsebericht, het gecodeerde bevel “dí buen día a papá”, het bevel van hogerhand om Che te liquideren. Verleden en heden lopen daarna voortdurend door elkaar. Het heden zijn de pogingen om de resten van Che - die onder de landingsstrip bij het dorp zouden liggen - te lokaliseren en op te graven. Het verleden wordt verteld via de herinneringen van drie vrouwen die een hotel bestieren. Grootmoeder, moeder en dochter. Zo wordt gereconstrueerd wat er de in de streek gebeurde tijdens de laatste weken dat Che en zijn medestanders er rondzwierven. Geen heldhaftig verhaal, schimmige beelden in het duister. Is er sprake van een romantische affaire tussen Che en een van de dames? Is de jongste een liefdesbaby? Wat doet die foto van Che op het huisaltaar? De beroemde foto van het lichaam van de net gefusilleerde Che in het washok van het ziekenhuis? De foto die werd genomen door een dorpsfotograaf. Een paar maanden later vind ik op mijn eettafel in Rotterdam een krantenartikel met ongeveer dezelfde foto. Een foto van Freddy Alborta die de wereld zou rondgaan om te bewijzen dat Che inderdaad was gesneefd. Op die foto heeft Che tenminste zijn handen nog. De handen die zouden worden afgesneden en op sterk water worden gezet. Om, zo vertelde de CIA agent Felix Rodriguez in een vraaggesprek met de BBC, te kunnen bewijzen dat het Che’s vingerafdrukken waren voor het geval Fidel Castro zou beweren zijn kameraad nog in leven zou zijn.

Rotterdam, donderdagavond 30 augustus 2007, een uur of negen ‘savonds. Volop zomer in het vaderland. Lulliger kan de aanleiding waarom Che ter sprake komt niet zijn. Een etentje van mannen onder elkaar. Een disgenoot gaat een sigaret uit zijn schoudertas pakken, een groene tas met, jawel, een afbeelding van Che met een flinke sigaar in de mond erop. Zoiets roept bij mij steevast een reactie op. Het tafelgesprek komt daarna onvermijdelijk op de Argentijnse revolutionair. Een andere disgenoot vertelt dat een collega voornemens is om in oktober naar Bolivia af te reizen. Ter gelegenheid waarvan weet hij niet precies, ik wel. Op slag ben ik stikjaloers. We kletsen wat over de film die ik een paar maanden geleden in Buenos Aires zag, maar die collega die naar Vallegrande en la Higuera gaat, zit me behoorlijk dwars. “Is hij morgen op kantoor?” wil ik weten, “dan kom ik een kop koffie met jullie drinken”.

De afbeelding van Che ben ik zo’n beetje overal ter wereld tegengekomen. Maar waarom zo vaak in Rotterdam? Toch niet de meest revolutionaire stad in Europa. Naast het hoofdbureau van politie onopvallend op een straattegel, in etalages op T-shirts, naast de Rotterdamse schouwburg levensgroot op de muur van sigarenbar TinTin (Kuifje?. “Hé, een foto van Che met sigaar. Wat heeft die hier te zoeken?“ “Niets, vond het gewoon een leuke foto” antwoordt de klojo achter de bar. En dus op die groene schoudertas. De volgende morgen schuif ik aan de vergadertafel en ontmoet iemand die denkt dat ik over geld kom praten. Niet dus. Onder mijn trui zit een T-shirt met de kop van Che erop. Terwijl de koffie wordt ingeschonken, gaat de trui uit en wordt de bedoeling van de “vergadering” onthuld. Lekker over Ernesto Che Guevara bomen. Zelden heb ik tijdens een eerste ontmoeting zo gemakkelijk contact gemaakt met iemand. We delen Che, we delen Afrika. Hij is in Cuba geweest, in de Dogon in Mali. We wisselen materiaal uit. Krantenartikelen, films, foto’s. Hij vertelt over zijn aanstaande reis naar Bolivia, naar het washok in la Higuera waar die ontluisterende foto van Che werd gemaakt. Een bedevaart om daar op 9 oktober te herdenken dat Che er veertig jaar geleden werd vermoord. Hij verzacht mijn pijn met de belofte een reisverslag te zullen schrijven. Maar toch steekt het. Na het afscheid neem ik me stellig voor dat ik degene ben die in 2017 naar Vallegrande en la Higuera zal reizen om de vijftigste sterfdag van el Che te herdenken.