|
ONZE LIEVE VROUW IN DE HOOGTE (22092007) Het is druk in het Nederlands Architectuurinstituut op bijna de laatste dag van de aan het oeuvre van Le Corbusier gewijde expositie. Veel te druk naar mijn zin. In sommige zalen is het bovendien nogal donker en is de belichting dusdanig slecht, dat de bezoekers steevast in hun eigen schaduw staan. Nogal lastig als men een verklarende tekst wil lezen of het getoonde van wat dichterbij wil bekijken. Wij laten ons er niet door uit het veld slaan. Zeker mijn reisgenote niet, die speciaal is overgekomen uit Parijs om dit unieke overzicht van het werk van haar favoriete architect te bewonderen. Hoewel Le Corbusier hoodzakelijk bekend staat als architect, was hij van veel meer markten thuis. Hij ontwierp meubels – de beroemde chaise longue LC4 – en interieurs, schilderde, beeldhouwde, schreef boeken, was textielontwerper en fotograaf. Niet alleen die aspecten worden belicht. Zo wordt ook de korte stomme film “Entr’acte” van René Clair uit 1924 vertoond. Een kostelijke surrealistische film, die mij erg aan de later gemaakte “Un chien andalou” van Bunuel en Salvador Dali herinnert. Het laatste deel van de film waarin een hilarische begrafenisstoet wordt gevolgd en het verrassende slot zijn kleine juweeltjes. Wat de bijdrage van Le Corbusier aan de film is geweest, blijft echter duister. Materiaal over reizen van Le Corbusier naar Latijns-Amerika trekt mijn aandacht. Een met zwart krijt gemaakte schets voor de transformatie van Buenos Aires uit 1929. Een stad op stelten, gebouwen op hoge betonnen pijlers waaronder het verkeer rijdt. Een deel van de begeleidende tekst is zowel irrelevant als amusant: “1929 – Een serie lezingen in Rio de Janeiro, Buenos Aires en Montevideo. Tijdens deze reis maakt hij kennis met Josephine Baker” of “1936 – Reis met de Graf Zeppelin naar Zuid-Amerika voor een aantal lezingen; neemt in Rio de Janeiro contact op met Oscar Niemeyer en Lucio Costa”. Dat laatste is wat overdreven, maar wel het aanknopingspunt dat ik hoopte tegen te komen. Andere bronnen vermelden juist dat de Minister van Onderwijs en de architect Lucio Costa contact zochten met Le Corbusier om hem als adviseur bij de nieuwbouw van het van het ministerie in Rio te betrekken. De net afgestudeerde Niemeyer werkte voor het kantoor van Costa. Het uitgevoerde ontwerp vertoont duidelijk Le Corbusier invloeden. Het gebouw staat op betonnen pijlers, heeft een daktuin, heeft de eerste grootschalige toepassing van de door hem uitgevonden “brise-soleil”, een zonwering van aan de buitengevel bevestigde lamellen dienen en had de primeur van het “glazen gordijn” een gevel van glas aan de van de zon afgekeerde gevel. Het ministerie wordt algemeen als een hoogtepunt van het moderne Braziliaanse bouwen beschouwd. In andere zalen zijn kleurrijke abstracte schilderijen te zien en meubels met het zo karakteristieke verchroomde buizenframe, die overigens erg op die van Gispen lijken. Voorts een maquette van het postuum uitgevoerde ontwerp van een kerk in Firminy en een een film over de bouw van het Philips paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Brussel. Goed dat die film bewaard is gebleven want het gebouw werd na aflloop van de Expo ’58 gesloopt. Tenslotte een grote ruimte met foto’s en modellen van bekende Corbusier projecten zoals de l’Unité d’Habitation in Marseille, regeringsgebouwen in Chandigarh, de hoofdstad van de Indiase deelstaat Punjab. Pal naast de uitgang eindelijk de kerk van Notre Dame du Haut in Ronchamp – één van zijn bekendste werken - mager vertegenwoordigd met een handvol foto’s. Jammer, maar geen ramp. Als mijn reisgenote later op de dag bekent al jaren de stille wens te koesteren om die kerk te bezoeken, besluiten we spontaan om dat over een paar weken te gaan doen. Net voor het einde van de zomer reizen we met de TGV van het Gare de l’Est naar Nancy. Niet goedkoop, maar toch een fluitje van een cent. Via de Vogezen naar Ronchamp in het departement Haute-Saône. Het landschap is schilderachtig, er vallen af en toe stevige buien. Ronchamp mag dan een bedevaartsoord zijn voor zowel architectuurliefhebbers als gelovigen, in de wijde omgeving is het dorp niet erg bekend. Vergeefs informeren we bij de autoverhuurder in Nancy en onderweg bij een provinciale VVV “wij kennen alleen onze eigen regio, monsieur” terwijl de rit net iets meer dan twee uur duurt. Bijna in de buurt dus. “Monument van de 20ste eeuw” staat er op een bordje naast de toegangspoort. Een klimmend pad naar de top van de berg en dan komt “Notre Dame du Haut – Onze Lieve Vrouw in de Hoogte” vol in beeld. Een indrukwekkend scheefhangend gebouw, zo lijk het althans, met een betonnen dak dat een aparte vorm heeft die als een pijl de lucht inwijst. Een buitenaltaar en een binnenaltaar. Een voordeur die om een centrale as scharniert, beide kanten zijn gedecoreerd met een tegeltableau van de hand van Le Corbusier. Samen met de raampjes het enige kleurige element van de kerk met witte muren en een grijs dak. Binnen is het schemerig. De minieme raampjes zijn gekleurd en laten weinig licht door. Als de zon doorkomt, worden de afbeeldingen en korte, met hanepoten geschreven, teksten die er instaan zichtbaar. Een blauw raam met een zon, in een oranje-rood staat “etoile du matin - morgenster”, in een grijzig raam “Marie, brillante comme le soleil – Maria, schitterend als de zon”. Schuin boven het altaar, gevangen tussen het glas, een Mariabeeld. Het enige overblijfsel van het pelgrimskerkje dat hier vroeger stond. Uren dwalen we rond om vooral geen detail te missen tot en met de mysterieuze piramide in een verloren hoek tegenover de kerk. Of het monnikenverblijf dat veel van een bunkercomplex wegheeft. Of het handgeschreven bordje “plaats voor stilte en gebed”. Nou dat kunnen ze wel schudden. We zijn, tot mijn grote ergernis, zelfs getuige van de opname van een videoclip van een populaire Japanse zangeres. Maar goed, die zal in Tokio ook wel zeer luidruchtig worden aanbeden. |