OP ZOEK NAAR CHE! - 2 (21122007) - gastbijdrage van Paul Boute

Pelgrimage - oktober 2007. Het zou nog 10 jaar duren voordat ik mijn voornemen om naar Bolivia terug te gaan zou realiseren. Een ding was zeker, als ik zou gaan, dan wilde ik hoe dan ook op de kop af 40 jaar na dato in La Higuera zijn. Het dorp waar Che door het Boliviaanse leger zonder vorm van proces in een schoolgebouwtje werd doodgeschoten. Een dag nadat hij in de Quebrada del Yuro, even buiten de dorpskom, gevangen was genomen.

Valle Grande - 8 oktober 2007. D-day, een lang sluimerend plan wordt werkelijkheid. Vanuit het betrekkelijke laagland rondom Santa Cruz en Samaipata rijden we over het voorlopig laatste stuk asfaltweg naar Mataral. Daar buigen we af naar het zuiden, een heel wat ruwer parcours. We passeren een soort binnenlandse "grenspost". Zou men bang zijn voor een nieuwe guerrilla? Het landschap wordt woestijnachtig, het zou een goed decor voor een western kunnen zijn. De rit naar Valle Grande - de Grote Vallei - neemt meer tijd in beslag dan de afstand van 50 kilometer deed vermoeden. Rond het middaguur heten de borden aan de rand van het stadje ons welkom. Het ligt op en tegen een heuvel. Van boven zie je de vlakte die we zojuist ontstegen zijn. We rijden door de smalle straten naar het centrale plein. Daar lopen op deze herdenkingsdag meerdere Che-aanhangers van het overjarige soort zoals ik zelf. Vreemd genoeg herdenkt men Che’s sterfdag op de achtste oktober in plaats van op de negende. We beginnen met een bezoek aan het Museo Principal, dat vol hangt met foto’s die voornamelijk werden gemaakt tijdens de laatste twee dagen van zijn leven. Op een groot bord staan de namen van gesneuvelden, zowel van de guerrillero’s als de regeringstroepen. Ieder aan hun eigen kant van het tableau. Je kunt er het verloop van de strijd op aflezen. In het begin waren de verliezen aan de kant van de leger groter en hadden Che en zijn mannen succes. Maar er is een omslagpunt waarna het snel de verkeerde kant op ging, met als apotheose de dood van Che en de meeste van zijn metgezellen. Slechts een klein aantal, onder wie Pombo (Harry Villegas) en Urbano, wist te ontkomen en vond uiteindelijk - via Chili en Europa - een veilig heenkomen op Cuba.

Diezelfde Urbano is aanwezig bij de herdenking aan de rand van de landingsstrip. Daar is een mausoleum gebouwd op de plek waar Che en zijn mannen dertig jaar lang anoniem begraven hebben gelegen. Waar hun lichamen zijn vergaan en opgegaan in het stof van deze dorre vallei. Het is een drukte van belang. We vallen met ons neus in de boter. De officiële plechtigheid is aan de gang. Veel vlaggen en banieren wapperen in de stevige wind. Een kleurrijk en indrukwekkend schouwspel. Niet, zoals je zou verwachten, hoofdzakelijk vijftigers, maar juist veel jongeren. Van heinde en verre. Vanzelfsprekend Cuba, Argentinië, maar ook uit andere Latijns-Amerikaanse landen, de VS, Europa. Op een podium hoogwaardigheidsbekleders, militairen, Evo Morales, de eerst Indiaanse president van Bolivia. Het is een ingetogen bijeenkomst. De gezichten staan ernstig, maar de veelkleurige vlaggen geven ook een vrolijk en hoopvol schouwspel weer. We herdenken Che’s dood. Viva Che. Che leeft! En óf Che leeft. De meerderheid van de Latijns-Amerikaanse landen hebben nu een heel andere politieke kleur dan veertig jaar geleden. De democratie is broos. Men is er nog lang niet, maar er is verandering, hoop. Vlaggen met de kleuren van de regenboog symboliseren dat. Er worden Che-liederen gezongen, waaronder het favoriete “Hasta Siempre Comandante” van Carlos Puebla. Luid klinkt het “……..tu querida presencia Comandante Che Guevaraaaa……….” Veel toespraken in het Spaans. Tussendoor bezoeken we de iets verderop gelegen begraafplaats van een aantal andere guerrilla’s, waaronder de Oost-Duitse Tamara Bunke. De graven zijn leeg. Ook hun resten zijn overgebracht. Vanuit de verte, op de wind gedragen, horen we de woorden van Urbano, die spreekt.

Terug bij de viering is het bijna tijd voor een rede van Evo Morales. Wie had destijds kunnen denken dat op deze plek de president van de republiek Che met alle égards zou herdenken. Na mijn reis lees ik in “Les Routes du Che” van Patrick Bard dat Morales in juni La Higuera heeft omgedoopt tot La Higuera del Che. Ongetwijfeld zullen de nodige Bolivianen de tanden hebben geknarst. Maar de wind die de veelkleurige banieren straf doet wapperen, is een andere wind, de wind van de Esperanza, de hoop, de hoop voor de rechtelozen, de indigenos, de campesinos naar wie Ernesto ‘Che’ Guevara de la Serna verwees in zijn toespraak op 9 december 1964 voor de voltallige vergadering van de Verenigde Naties in New York. Morales houdt een toespraak van bijna drie kwartier, uit het hoofd. Hij prijst de moed en de moraal van Che en de zijnen, dankt Chavez voor zijn onbaatzuchtige hulp aan Bolivia en kapittelt de VS door wie hulp uitdrukkelijk wordt verbonden aan steun voor ‘haar strijd’ tegen het Internationaal Terrorisme. Na deze toespraak is de herdenkingsbijeenkomst afgelopen. Morales komt op armafstand langs. Hij heeft een open en vriendelijk gezicht, maar is wel een man die zich niet het kaas van het brood laat eten. Nadat de president is vertrokken, valt het afzettingslint naar beneden en mag de menigte het mausoleum bezoeken. De gevallenen rusten daar niet meer, maar er zijn wel herdenkingsstenen met hun namen. Het is sober, indrukwekkend. Iedereen verdringt zich voor de ‘graven’. Veel foto’s en flitslichten. Het publiek is overwegend jong. Che vive!

Lavanderia - het washok - 8 oktober 2007. Het reisschema loopt danig in het honderd. Het is al tegen drieën. We rijden naar het Hospital Nuestro Señor de Malta. Daar is het washok waar de dode Che aan de internationale pers werd getoond. Het sobere gebouwtje is een monument geworden. Als we tussen de lage gebouwen van het ziekenhuis naar een binnenplaats lopen, zien we een grote muurschildering van Che met twee kinderen op zijn schoot, naar een foto van hem die werd gemaakt tijdens de guerrilla. Het gezicht van Che mist de contouren van zijn ogen. De ogen die juist zo indringend de wereld lijken in te kijken vanaf het “doodsbed”, het ongemakkelijke plateau van de massief betonnen tafel, de wastafel, waarvan de twee helften worden gescheiden door een opstaande rand. Het gebouwtje en de wastafel staan vol met graffiti-inscripties, inkervingen, bewondering, genegenheid, oproepen tot revolutie. “Hasta la Victoria Siempre!”

Ik vraag mijn reisgenoten om even alleen op deze plek te mogen zijn. Natuurlijk gunnen ze me dat, helaas is dit voorrecht een halve minuut later weer voorbij als er twee kerels beladen met fototoestellen opdoemen. Wat een plek om te zijn geweest. De beelden en het commentaar van de Zweedse reportage over Che trekken aan mij voorbij. Het lichtelijk opgewonden commentaar van een Britse reporter: “There seems absolutely no doubt at all that this is Che Guevara. They are now sitting up Che Guevara, actually they are sitting him up………at his sight he is very pale, ghostly yellow colour, his head is rolled back on to the stretcher which is brought in… his eyes are still open……… a smell of dreadful stench ….. the crowd outside are trying to come in….military men are holding the people back with their guns…. Een andere stem breekt in en onderstreept de beelden van de dode Che, zijn lichaam, het gezicht met de wijd geopende ogen: Che is no longer a man of flesh and blood, he has entered the realm of mystified perception... Che lives!" Che´s eigen woorden sluiten het verslag af "Revolutionary People are not normal people".

We zijn onder de indruk van de omgeving, van het washok van dit ziekenhuis. Beelden die wereldgeschiedenis maakten in de oktoberdagen van 1967, met op de achtergrond de deels bezworen angst van de Amerikanen voor een twee, drie, vele Vietnams op het Amerikaanse continent. We moeten echter verder om voor donker in La Higuera te kunnen zijn. Dat is beter gezien de toestand van de weg, het bergachtige gebied, de afgronden. Het landschap van de Cordillera Oriental de los Andes is adembenemend ruig en onherbergzaam. Het gebied waar Che en zijn mannen hebben gestreden. Revolutionary People are not normal people........!

In de vallende schemer bezoeken we het dorpje Pucara. Een kleurrijk dorp hoog in de bergen, op enkele kilometers van ons reisdoel. De huizen verraden armoe, maar zijn wel kleurrijk en mystiek in de vallende schemering. De mensen zijn arm en eenvoudig. Ze willen wel op de foto. Het voordeel van digitale foto’s is dat je ze gelijk kunt laten zien. Ik beloof een foto van een oude dame aan haar toe te zenden. “Mentira, mentira”, zegt ze vasthoudend, “leugen, leugenaar”. Er zijn kennelijk meerdere mensen die haar hetzelfde beloofd hebben en die belofte niet zijn nagekomen. Ik beloof het haar vast en zeker te zullen doen en zal de belofte ook nakomen. Het is bijna helemaal donker, de lichten van de 4X4 zoeken hun weg over een parcours met veel stenen. Het afnemende daglicht geeft op de tegenovergelegen bergflanken prachtige vergezichten. Wanneer het geluid van de auto wegvalt, is er een diepe stilte in dit van God verlaten oord.

Net op tijd komen we aan bij ons hotelletje: de Posada del Telegrafista. Het oude telegraafkantoor van La Higuera, waar het leger het bericht zond naar La Paz dat Che was gevangen genomen en waar het gecodeerde bevel terugkwam: “Di buen día a Papá”: Schiet hem dood! Zeg maar dag tegen papa. Het vonnis werd geveld zonder enige vorm van rechtspraak. Washington en La Paz hadden gesproken. De man die met twee, drie….vele Vietnams een panamerikaanse revolutie, een wereldrevolutie tegen het kapitalisme wilde ontketenen, moest en zou dood. Het vonnis werd de volgende dag voltrokken, 40 jaar geleden, tussen 12 en 1 uur in de middag van dinsdag 9 oktober 1967.

wordt vervolgd