KAAPSE KRONIEK - 7 (03122007)

Maandag, 12 november 2007. Om te voorkomen dat ik nog eens zal droogvallen, wijst een behulpzame collega me een slijterij die ook op zondag open is. Duidelijk te herkennen aan de blauwe gevel en vanuit mijn kantoor te zien. Na alsnog een internetmodem op de kop te hebben getikt door de nichterige verkoper wat op te vrijen, informeer ik bij de lampenwinkel op de begane grond waar in de buurt prepaid elektriciteit wordt verkocht. Een paar straten verderop in een ondergrondse supermarkt. Achter de balie zit een dame die de hals van haar T-shirt wat heeft opgerekt en uitgebreid de ligging van haar borsten bestudeert. Ze steekt een hand naar binnen en brengt met wat duwen en trekken alles op orde waarna de volgende klant kan worden geholpen. Mijn klantenkaart, die sprekend op een kredietkaart lijkt, doet het niet. Er wordt gebeld, rap Afrikaans gesproken, een andere dame komt naar beneden. Het probleem schijnt onoplosbaar totdat ze informeren van welke bank mijn kaart is! Van geen enkele dus, het is een “electricty prepaid”! Het verklaart alle moeilijkheden. Mijn elektriciteitsleverancier is niet Eskom, de grote nationale leverancier, maar een onbekende groene nieuwkomer, vandaar de verwarring. Tien minuten later toets ik de pincodes in de meter en het licht doet het weer. Nu de wasmachine nog, en gordijnen en satelliettelevisie en de terrasstoelen en het extra beddengoed en de extra handdoeken, en zo voort. Geduld is en blijft een schone zaak, maar een ding weet ik zeker "alles sal reg kom"!

Woensdag, 14 november 2007. De etalageruiten van de winkel op de hoek van de Loopstraat en de Houtstraat, op minder dan honderd meter van mijn appartement, zijn behangen met posters. Posters met de kop van Che op een soepblik, op Andy Warhol’s beroemde “Campbell’s Soup Can”. De medaille midden op het etiket is echter vervangen door een in gedachten verzonken Che, de foto die iedereen kent. Andere smaken ook. Geen Tomato Soup, Chicken Noodle Soup of Beef Soup, maar Revolution Soup, Dictator Soup, Ideology Soup, worden in Kaapstad aangeprezen. Er wordt toch geen soepkeuken gevestigd in de buurt waar ik net ben gaan wonen? Een wijk die, vooral door verkopende makelaars, wordt aangeprezen als een buurt die het helemaal is - of moet gaan worden - voor de moderne en veeleisende binnenstadbewoners. Binnen zijn twee mannen de boel aan het opknappen. De ene schildert de deuren, de ander wit het plafond. “Wat voor winkel komt hier?” roep ik hen toe. “Een cocktailbar” antwoordt de deurenman. “Wat heeft dat nou met Che en soep te maken?” Niets dus, maar er wordt tevreden vastgesteld dat het gebruik van zijn foto hartstikke goed werkt. “Kijk naar jezelf, jij komt gelijk vragen wat hier gaat gebeuren”. Waarop ik uitleg in Argentinië te wonen, hetgeen voor hen heel vanzelfsprekend mijn belangstelling verklaart. De plafondman is de eigenaar. In Kalkbaai, aan de rand van Kaapstad, heeft hij het Cape to Cuba Restaurant waar, volgens zijn zeggen, de beste mojito’s van Zuid-Afrika worden gemixt. De mojito is een traditionele Cubaanse rum met limoen cocktail die erg populair is in de Cariben, zo weet ik uit eigen ervaring. Het restaurant wordt aangeprezen als een replica van het oude Havana, waar van alles wat met Cuba heeft te maken te koop zou zijn. Inderdaad, inclusief Che Guevara souvenirs en, wat overdreven, tangoles op woensdagavond. Tenslotte is er een Che Bar, waarvan in deze winkel een filiaal komt. Aldus lossen schijnbare mysteries zich in een handomdraai op.

Vlakbij de soepwinkel is er een kerkgebouw in de Houtstraat. “FREE PROTESTANT CHURCH - EST.1867 UNITARIAN“ staat in de gevelsteen gebeiteld. In een vitrine naast de voordeur wordt het unitarisme uitgelegd cq aangeprezen. Net nadat ik ben begonnen met het lezen ervan, roept iemand vanaf de overkant dat ik op zondag van harte welkom ben. “Bent u lid van de kerk?” Nee dat niet, hij is de nachtwacht. Desalniettemin probeert hij mij ervan te overtuigen een dienst bij te wonen. “Maar wat voor soort kerk is dit dan? Protestants?” Daar heeft het niets mee te maken. In de kerk is iedereen welkom. Tot mijn verbazing vertelt hij dat er tot moslims toe komen kerken en preken. Een laatste poging “Maar iedereen gelooft wel in God?” “Natuurlijk!” Een christelijke kerk dus, maar niet al te fanatiek. Misschien moet ik eens een keer naar toe om poolshoogte te gaan nemen.

Zondag, 18 november 2007. Voor vandaag staat Kaappunt (Cape Point) het puntje van het Kaapse schiereiland op het programma. Kaap de Goede Hoop met het Tafelberg natuurreservaat en Kaap Diaz als toegift. Die laatste is vernoemd naar de Portugese ontdekkingsreiziger Bartolomeus Diaz, de eerste Europeaan die in 1488 vanuit de Atlantische Oceaan de Indische Oceaan opvoer. Niet dat hij dat bewust deed, een storm blies zijn schip van de ene de andere oceaan in. Zo wil de geschiedenis althans. De grens tussen beide oceanen zou je als het ware kunnen zien, bovendien schijnt er lang te zijn beweerd dat dit het zuidelijkste punt van Afrika is. Niet echt opwindend, maar toch iets dat ik per se wil zien nu ik in Kaapstad woon. We rijden de Ou Kaapseweg af. Langs voorsteden waar het aangenaam toeven moet zijn, het goede leven straalt er aan alle kanten vanaf. Indrukwekkende vergezichten als de weg klimt. “Door dwangarbeiders aangelegd” meldt de chauffeur opgewekt. De oud UDF (United Democratic Front) en ANC activist heeft vrijwel iedere kilometer een ander saillant detail te melden. Over de demografische verhoudingen, de politiek, Aids, toeristische attracties, apartheid en postapartheid. Tussen neus en lippen door behandelt hij tijdens het benzine tanken achteloos de bedrijfsstrategie van onze gezamenlijke werkgever, het tanende marktaandeel, de interne bureaucratie en de angst om beslissingen te nemen, het gebrek aan investeringen en de CVP, de customer value proposition. Alsof hij wekelijks deelneemt aan managementvergaderingen waar deze onderwerpen worden besproken. Precies het soort reisgenoot dat voor mij in de wieg werd gelegd.

wordt vervolgd