|
KAAPSE KRONIEK - 12 (24122007) Zondag, 25 november 2007. “Een huisuitzetting op zondagmorgen?” Dat is wel het allerlaatste wat ik verwacht in een land waar de zondagsrust zo’n beetje op hetzelfde niveau wordt geëerbiedigd als in een streng gelovig dorp op de Veluwe. Het wegdek voor de ingang van het gebouw waar ik woon, staat vol met slordig geparkeerde tafels, stoelen, kastjes, huishoudelijke apparaten, schilderijen, spiegels en wat dies meer zij. Maar er is meer. Links uit de flank is het trottoir bezaaid met wat op het eerste gezicht lijken lijken, doch van wat dichterbij slechts etalagepoppen blijken te zijn. Een verkeersbord is behangen met beha’s in vrolijke kleuren. Naakte en halfnaakte paspoppen “poseren” op en langs de straat. Een paar winkelruiten zijn ingeslagen. In één van de etalages heeft een man zich verhangen, ook dat blijkt een etalagepop te zijn. De windmachines worden aangezet, er worden opdrachten geschreeuwd, er worden filmopnamen gemaakt. Noodgedwongen sla ik rechtsaf en ga in de buurt de Victoriaanse gevels bekijken die aan projectontwikkelaars en slopershamers zijn ontsnapt. Volgens de monumentenlijst is zo’n beetje de hele Langstraat en directe omgeving beschermd. Maar, zo had ik in de krant gelezen, er wordt behoorlijk gesjoemeld. Om dat vast te stellen, hoef je beslist geen deskundige te zijn. Oude gebouwen zijn foeilelijk verbouwd, deels gesloopt of staan eenzaam ingeklemd tussen recente hoogbouw. Volgens de jaartallen op de gevels, zijn de meeste tegen het einde van de 19e eeuw gebouwd. Victoriaans dus, Brits koloniaal. Dezelfde soort huizen die ik vorig jaar zomer bewonderde in het centrum van Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad. Ze zijn meestal twee of drie hoog, met vaak op de eerste verdieping een balkon dat over het trottoir hangt en aldus de voetgangers tegen de zon beschermt. Veel balkons rusten op gietijzeren pijlers met een eenvoudge decoratie aan de bovenkant. Ook die balustrades zijn over het algemeen van gietijzer, met sierlijke patronen die er zelden gecompliceerd uitzien. De grotere huizen zijn gietijzerloos, doch hebben soms een elegant torentje. Iets waar ik in Buenos Aires min of meer verliefd op ben geworden. Zozeer zelfs, dat ik per se een appartement wilde kopen in een gebouw met een torentje. Een cúpula, zoals dat daar zo mooi heet. Echt jammer dat er zoveel gesloopt en vernieuwbouwd is in Kaapstad. Soms met smaak en respect, meestal niet. Het complex waar ik woon, bestaat uit een blok gebouwen in verschillende stijlen en is aan de buitenkant slechts lichtelijk verziekt. Zo te zien is er echt een poging gedaan om het oorspronkelijke uiterlijk zoveel mogelijk te conserveren. Zo’n beetje in het midden van het blok, op de daken van de oudbouw, zijn nieuwe appartement gebouwd. Het ziet er uit als de kurk die uit een wijnfles is getrokken en valt erg uit de toon. Aan de binnenkant is zo’n beetje alles gesloopt om een parkeergarage te bouwen, winkels en kantoren. Op veel plekken in de City Bowl, de stadskom, gebeurt hetzelfde. Niet echt fraai, wel praktisch gebruik van de weinige vrije ruimte die er is. Hier en daar overleven een paar juweeltjes met een gevel van keramieken tegels met de kleur van gekaramelliseerde suiker. De galerie schuin aan de overkant waar “T. Gibson & Co” en “Merchants” op staat bijvoorbeeld. Of het hotel aan de Addeleystraat dat de entree in een soortgelijk pand heeft waar “C.H. Pearne & Company” en “Ladies Outfits - Mantles - Costumes” op de facade staat. Er ver bovenuit steekt de lelijke moderne uitbreiding. Bah! Terug naar huis. Vlakbij bekijk ik de gedoe op straat vanaf de andere kant. Surfplanken, dartsborden, televisietoestellen, golfstokken, een drumstel, een gitaar, fietsen, bokshandschoenen. Een stuk sportievere rotzooi dan die bij mij voor de deur. Op de hoek, hautain naast het rode verkeerslicht, staat de koele dame die is gekleed in een veel te grote slobberige onderbroek en gescheurde panties, verder niets. De filmcrew heeft bezit van de straat genomen en beslist of voetgangers al dan niet door mogen lopen. Ongelooflijk zoveel mensen er aan het werk zijn om, zoals een geluidsman me toevertrouwt, een reclamefilmpje van een minuut of ietsje meer voor het Italiaanse luxe hebbedingetjesmerk Breil te maken. De mooie Zuid-Afrikaanse actrice Charleze Theron heeft zich, ongetwijfeld tegen een alleszins redelijke vergoeding, bereid verklaard om het merk onder de aandacht te brengen. Tot mijn spijt is ze in geen velden of wegen te bekennen. Of zou zij die sexy pop zijn bij het stoplicht of het arrogantie uitstralende bovenlijf dat wat verloren op de hoek van de Kortmarkstraat en de Langstraat staat? Enigszins tot mijn verbazing wordt alle rotzooi een paar uur later keurig ingeladen in de wachtende vrachtauto’s, alsof het zeer waardevolle rekwisieten zouden zijn. Eerlijk gezegd verwachtte ik een vuillnisauto. Zaterdag, 1 december 2007. “Wilt u de Renualt Megane of de Polo Classic?” vraagt de receptionist van het autoverhuurbedrijf tot mijn verassing. Na enig wikken en wegen had ik een VW Golf 4 gekozen, die dus niet blijkt te bestaan. Waarom laten ze me in hemelsnaam kiezen uit modellen die niet eens beschikbaar zijn? Omdat ik het zat ben geen auto te hebben, rijd ik even later weg in een Polo. Het gaat allemaal verdomd gemakkelijk. Eerder was mij nog verteld dat het best eens een probleem zou kunnen zijn “omdat in Zuid-Afrika aan de linkerkant van de weg wordt gereden en jij geen internationaal rijbewijs bij je hebt”. Klaarblijkelijk een verzekeringskwestie. Een artikel in de New York Times had kort geleden nog beschreven hoe moeilijk het is voor de gemiddelde Zuid-Afrikaan om een rijbewijs te bemachtigen. Ik hield mijn hart vast. De man aan de balie maakt een kopie van mijn rijbewijs en wenst me veel plezier met de auto. Toch wel ietsje opgelucht rijd ik voor het eerst van mijn leven in een auto met het stuur aan de verkeerde kant. Want het tegenovergestelde van “right” is, hoe je het ook wendt of keert, “wrong”. Of niet soms? wordt vervolgd |