KAAPSE KRONIEK - 15 (04012008)

Zondag, 9 december 2007. ”DIT IS ONS ERNS – dit is onze erfenis” staat er in de tegels van het voetpad naar het pompeuze Taalmonument dat op een bergtopje boven Paarl is gebouwd. Een enorme stalagmiet van beton. Is dit alles wat de huidige generatie Afrikaners van hun voorouders heeft geërfd? Vanaf die hoogte is het in 1975 onthulde monument tot in de verre omgeving te zien, dat heb ik ondertussen zelf kunnen vaststellen. Een ander schoolvoorbeeld van totaal onnodige horizonvervuiling. Om het van dichtbij te mogen bekijken, moet er 10 Rand worden betaald. Zou dat zijn om minder gewenste bezoekers op afstand te houden? Het monument herdenkt dat het Afrikaans in 1925 als onafhankelijke taal werd erkend. Hoe gaat zoiets eigenlijk in zijn werk? Zoals de erkenning van een onafhankelijke staat of zo? Voor mij is iedere taal er één, erkend of niet. Nou ja het heeft uiteindelijk te maken met het feit dat door een grondwetswijziging in 1925 het Nederlands als officiële taal werd vervangen door het Afrikaans. De symboliek van het kolossale betonnen gedrocht wordt op een bij het toegangshek uitgereikt A4tje in vier talen uitgelegd. Zoiets schiet bij mij steevast in het verkeerde keelgat. Een monument moet voor zichzelf spreken, doet het dat niet, dan deugt er iets niet. Stel je voor dat Zadkine’s “Stad zonder hart” in Rotterdam op die manier zou moeten worden uitgelegd. De rechtgeaarde Rotterdammer weet dat toch, of niet soms? Maar wellicht gebeurt daar hetzelfde.

Door het citaat van de advocaat, politicus en schrijver C.J. Langenhoven te lezen, dat vrijwel naast “Dit is ons erns” op een plaquette staat, heb ik die symboliek in één klap door. “As ons nou hier in die saal af ’n ry pale sou plant, tien pale, om die laaste tien jaar voor te stel, en aan elke paal ‘n een merk sou maak op ’n hoogte van die vloer af ooreenkomende met die betreklike skryfgebruik van Afrikaans in die respektiewe jaartal, een ’n streep deur die merke trek van die eerste af hier na by die vloer tot by die laatste daar anderkant teen die solder, dan sou die streep ’n snelstygende boog beskryf, nie net vinnig opgaande nie, maar opgaande na ’n vinnig vermeerderende rede. Laat ons nou in ons verbeelding die boog verleng vir die tien komende jare van nou af. Sien u menere waar die punt sal wees, daar buite in die bloue lug hoog oor Bloemfontein. In die jaar 1924. C.J. Langenhoven”. Die snel stijgende boog zie ik voor mij afsteken tegen de blauwe lucht van Paarl. Bloemfontein ligt bijna duizend kilometer verder. Langenhoven was aanvankelijk nauwelijks in het Afrikaans geïnteresseerd, maar zoals bij zoveel bekeerlingen, droeg hij na de bekering zijn nieuwe overtuiging fanatiek uit. Ik had al eerder met Langenhoven kennis gemaakt in het boek “Zandkastelen” van André Brink. Dat speelt zich af in de omgeving van Oudtshoorn, het stadje waar de schijver het grootste deel van zijn leven heeft gewoond. Daarin komt een zich voor wraak zoekende blanken verschuilende kleurling voor die dol is op de boeken van Langenhoven, die hij dankzij zijn gastvrouw op zijn onderduikadres leest. Langenhoven is bovendien de tekstdichter van het voormalige volkslied “Die Stem”. Dat werd na het afschaffen van de apartheid op slimme wijze samengevoegd met het “strijdlied” van het ANC “Nkosi Sikelel’ iAfrika” tot het nieuwe volkslied van alle Zuid-Afrikanen. Een rare gewaarwording als je het hoort zingen en spelen. Verschillende ritmes en een veelheid van talen die de Regenboognatie op heel praktische wijze vertegenwoordigen, waardoor iedereen zijn of haar eigen patriotisme kan uiten.

Hoewel de hoogste pilaar van het monument de opkomst en groei van het Afrikaans voorstelt, komt dat mij over als de uitdrukking van de superioriteit van die taal. Alle andere talen die het Afrikaans hebben beïnvloed – Frans, Duits, Maleis, Xhosa, Engels – zijn zo te zien van een veel lagere orde. De verzekeringsmaatschappij Sanlam gebruikt het Taalmonument in een reclamecampagne als een soort meetlat om vast te stellen “Hoe Afrikaans is jy?”. Naarmate men meer vragen goed beantwoordt, klimt men een stapje hoger op die hoogste pilaar en wordt men Afrikaanser. Wat een onzin! Vanuit een bepaalde hoek lijkt dat deel van het monument precies op een steile skischans bedenk ik oneerbiedig en zeer on-Afrikaans. Ik heb het vermoeden dat het beton dat hier is gebruikt van dezelfde kwaliteit is als dat de Duitsers voor de bouw van de Atlantikwal gebruikten. Zo verschikkelijk solide, dat zelfs al zou men het ooit willen slopen, dat nooit zal lukken. Het Afrikaans, een taal gesymboliseerd door gewapend beton. De niet gebetonneerde omgeving ziet er een stuk opwekkender uit. Mooie, fel gekleurde bloemen, het is uiteindelijk volop voorjaar, vergoeden veel. Net zoals het fraaie uitzicht over de valleien en de hellingen van de Drakensteinbergen die dicht zijn beplant met wijnranken, anders niets.

Dinsdag, 11 december 2007. Op het terras van mijn appartement, net voordat de zon ondergaat. Toastjes met gerookte snoek en biltongpaté die worden weggespoeld met een glas of wat blanc de blanc. In het schemerduister, met de Tafelberg en de Leeuwenkopberg op de achtergrond, een eenvoudige en eenzame barbecue. Vrijstater boerewors, struisvogelburgers die worden vergezeld door sauvignon-blanc van het huis Zonnebloem. Als de maan opkomt rooibosthee als digestief. In het vaderland gaat het zometeen vriezen. Ik lees het gekleed in korte broek en T-shirt. In plaats van naar de oneindig herhaalde nieuwsbulletins van Sky News, BBC World of CNN, kijk ik voor het slapen gaan naar Al Jazeera. De bijna dagelijks hysterisch ruzieënde relnichten die een verdieping hoger wonen, doen het voor de verandering zowaar eens een keer kalm aan, zodat ik zowaar zonder pluggen in de oren in slaap kan vallen en de volgende ochtend vvor de verandering uitgerust wakker wordt.

wordt vervolgd