|
KAAPSE KRONIEK - 17 (1401008) Zondag, 16 december 2007. De onophoudelijke regenval beneemt me alle lust om op het zuidelijkste punt van Afrika rond te blijven hangen. Snel een kijkje bij de vuurtoren, uiteraard eveneens de zuidelijkste van het continent. Op het voorterrein staat het houten boegbeeld - een vervaarlijk ogende vrouw - van de op 6 november 1866 bij Ryspunt vergane Franse bark Marie Elise. Daarna houd ik het voor gezien. Dankzij het allerbelabberste weer zitten de cafés en restaurants van l’Agulhas overvol. De ramen zijn beslagen, de parkeerplaatsen zijn te klein voor de auto’s van de schuilende gasten. Hoewel ik van plan was in de buurt te overnachten, wordt het rechtsomkeert terug naar Kaapstad. In Bredasdorp neem ik deze keer de omweg via Swellendam en waan me 70 kilometer lang terug in het noord-oosten van Frankrijk. Een golvend landschap, heuvel op, heuvel af. Aan beide zijden van de weg landerijen waarop rollen hooi liggen. Vrijwel precies hetzelfde beeld van een maand of vijf geleden in de Franse Ardennen. In de verte boerderijen - er ligt er niet één aan de weg - waarvan de namen van de eigenaren en de hoeve keurig op een uithangbord langs de weg staan. Namen die vooral dankbaarheid en hoop uitdrukken. Eenmaal terug op de N2, rijd ik ruim boven de van toepassing zijnde maximum snelheid terug naar huis. Onderweg richtingaanwijzers naar de dorpen Genadendal en Riviersondereind. Sir Lowry’spas ligt nog steeds in een laaghangende wolk, in Kaapstad regent het nog steeds. Zal ik de overgordijnen zelf proberen op te hangen? Het blijkt een fluitje van een cent. Ze hangen in minder dan een kwartier. Dinsdag, 18 december 2007. In Polokwane - dat voor de politieke omwenteling Pietersburg heette - kiest het partijcongres van de ANC tijdens dit lange weekeinde een nieuwe partijvoorzitter. Het houdt de gemoederen danig bezig, vanavond wordt de uitslag verwacht. President Thabo Mbeki en Jacob Zuma zijn de kandidaten. De partij is sterk verdeeld, de aanhangers van beide kandidaten maken elkaar uit voor rotte vis of erger. De zakenwereld maakt zich ernstig zorgen over het imago van het land bij buitenlandse investeerders, omdat indien Zuma wordt gekozen er een goede kans bestaat dat hij in 2009 President van Zuid-Afrika zal worden. Zijn standpunten met betrekking tot het goedmaken van de economische achterstand van zijn achterban, de minderbedeelde zwarte massa’s in de sloppenwijken, zullen volgens sommigen tot Zimbabweaanse toestanden leiden. De zittende partijvoorzitter, de wat steile en saaie Mbeki die het bestaan van AIDS ontkent, neemt het op tegen de polygame populistische levensgenieter Zuma, die eerder dit jaar wegens aanranding werd aangeklaagd. Tijdens het proces verklaarde hij op de hoogte te zijn van het feit dat de vrouw in kwestie seropositief was, maar dat ze hem om seks had gevraagd en dat hij als “100% Zuluboy” niet had kunnen weigeren. Hij gebruikte geen condoom, maar had zich na het wipje grondig gedoucht om de kans op besmetting te verminderen. Sindsdien wordt hij in politieke spotprenten met een douchekop op z’n hoofd afgebeeld. Schreef Maarten Biesheuvel niet “als de pik omhoog staat, zit het verstand in de haren”? Aan tafel, in het alles behalve populair geprijsde sushirestaurant Haiku, waar wij in een paar uur tijd enige tientallen minimumlonen wegprikken, wordt de uitslag met ongeduld afgewacht. Eerlijk delen voor hen die het goed is gegaan sinds de afschaffing van de apartheid is niet zo vanzelfsprekend als elders misschien wordt verwacht. Zaterdag, 22 december 2007. “Satelliet brengt Afrika snel internet”, kopt mijn elektronische krant. De redacteur, ongetwijfeld gezeten in een van alle gemakken voorzien kantoor in het vaderland, schrijft naar aanleiding van de lancering van de RascomStar QAF1 satelliet “Heel Afrika is gisteren voorzien van snelle verbindingen voor telecom- en internetverkeer”. Hij is duidelijk allesbehalve op de hoogte van de situatie ter plaatse. In het meest geïndustraliseerde land van Afrika, in het modern ogende Kaapstad heb ik thuis een stenen tijdperk langzame internetverbinding van, als het meezit, 3.6 Mb per seconde. Als het meezit, want vaak is het een stuk minder. Een internetaansluiting is een luxe artikel. De tarieven zijn, in vergelijking met elders, ongelooflijk hoog en gebaseerd op gebruik. Mijn basistarief is ongeveer 60 Euro per maand, maar dan mag er niet meer dan 500Mb worden gebruikt, daarboven begint de meter pas echt te tellen. Film of muziek downloaden kost kapitalen en staat voorlopig op een heel laag pitje. Schuin aan de overkant van de Langstraat is de in 1804 gebouwde “Ou Slawekerk - de voormalige Slavenkerk”. Gekerkt wordt er niet meer, in het gebouw is tegenwoordig het Suid-Afrikaanse Sendingmuseum gevestigd. De geschiedenis van de zending wordt op eenvoudige wijze in beeld gebracht met facsimele´s van oude dokumenten en prenten. Beelden van mijn eerste lagere schooljaren op de Arnhemse Ds. Talmaschool - was de schrijver Koos van Zomeren nu wel of niet een klasgenoot? - komen opeens haarscherp terug. Op maandagmorgen gaf mijn moeder geld mee voor de zending. Dat werd na het voorlezen uit de Bijbel en het ochtendgebed in de gleuf van een met gevouwen handen op zijn knieën zittend negertje gegooid. Als het muntje viel, knikte zijn hoofdje dankbaar. Daarnaast verzamelden we de “zilveren” capsules van melkflessen, allemaal voor het goede doel: die arme zwartjes te kerstenen. In het kielzog van de VOC arriveerden de dominees. Vrijwel alle kolonisten waren van protestantse huize, de staatsgodsdienst in het vaderland van toen. Naderhand trokken de zendelingen uit de reformatorische delen van Europa naar de Kaapkolonie om de “blijde boodschap” uit te dragen. De Hernhutters uit Moravië, broeders uit Berlijn, Parijs en Londen. En, een grote verrassing, de oud-stadgenoten van het “Nederlandsch Zendeling Genootschap ter Voortplanting en bevordering van het Christendom, bijzonder onder de Heidenen (NZG) te Rotterdam 1797 opgericht”. “Toen wij van Rotterdam vertrokken ....”, ook toen al, maar hoogst waarschijnlijk niet met de Edam, een oude schuit. wordt vervolgd |