KAAPSE KRONIEK - 21 (05021008)

Zondag, 6 januari 2008. “You, me and Dupree”, de televisiefilm van gisteravond, reikte me onverwacht het reisdoel aan voor vandaag. Een Amerikaanse film uit het genre “romantic comedy”, een verhaal dat nergens over gaat, maar me dus wel op het idee bracht om naar de Breedekloofvallei te gaan. Korte uitleg: een paar weken geleden reed ik door die vallei langs de wijngaarden van de familie Du Preez. Vandaar. Er was nog een andere reden dat ik die kant nog eens op wilde. De vorige keer was ik door de Hugenotentunnel gereden en ontdekte toen dat er een alternatieve route via de bergpas is waar de tunnel doorheen is geboord. Over de Du Toitskloofpas. Het is een zwaar bewolkte zondag, af en toe regent het. Nadat ik vlak voor de tolhuisjes van de tunnel rechtsaf ben geslagen, begint de weg te klimmen en beginnen de wolken te dalen. Mistflarden die overgaan in dichte mist. Zodoende valt er weinig van het uitzicht - dat erg mooi zou moeten zijn - te genieten. Een bochtige klimmende weg, geen vangrail. Als ik op een parkeerplaats stop, ontdek ik letterlijk langs de rand van de afgrond te zijn gereden. “Als je er hier afvliegt, kan je het verder wel schudden”, somber ik. Er staat een eenvoudig monumentje op de parkeerplaats. Een steen met een plaquette erop met de tekst “Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren hier beneden op de boerderij “Keerweder” zo’n 1.500 Italiaanse krijgsgevangenen geïnterneerd. Het was hun taak te helpen bij de aanleg van de Du Toitskloofpas. Het kruis dat op 2 februari 1945 links hierboven op de top van de Hugenotenberg werd geplaatst, is bedoeld om hun aanwezigheid en hun opmerkelijke vriendschap met de bevolking van Paarl blijvend te herinneren”. Ben ik nou gek of zijn zij het. Was er hier dan geen sprake van een vorm van dwangarbeid? Waarschijnlijk waren de soldaten opgelucht niet meer aan het front te zijn gelegerd en hun hachje te hebben gered. Iets dat de Zuid-Afrikanen in een paar honderd jaar niet was gelukt, een weg over de Du Toitskloofpas aan te leggen, was voor de Italianen kennelijk een fluitje van een cent geweest.

Het hoogste punt van de pas ligt op 820 meter. Omkeren of gewoon afdalen in de hoop op beter weer en/of apen tegen te komen? Ook hier staan weer borden die verbieden om de “bobbejane” te voederen. Het wordt doorgaan, maar er doemen geen gorilla’s uit de mist op. Aan de voet van de berg is een korte tunnel, even verderop voegt de bergweg zich samen met de N1, de snelweg. Het begint te stortregenen. Voor de vorm rijd ik door tot het wijngoed van de familie Du Preez en maak daarna onmiddelijk rechtsomkeert. Er valt veel te veel water om het leuk te laten zijn. Terug aan de andere kant van de berg klaart het iets op. Voldoende aanmoediging om over binnenwegen via Paarl naar Franschhoek te gaan. Daar staat het fors uit de kluiten gewassen monument dat de komst van de Hugenoten naar de Kaap herdenkt. Toen het in 1948 werd ingewijd, was er zichtbaar weinig meer over van de Calvinistische nederigheid van de voorouders. Ook deze betonnen kolos barst weer van de symboliek, die opnieuw keurig wordt uitgelegd. Het kruis van het Christelijk geloof en de zon van de gerechtigheid bovenop de drie bogen van de Christelijke drie-eenheid (de Vader, de Zoon en de Heilige Geest). De vijver en de zuilengang symboliseren de gemoedsrust en geestelijke vrede die de Hugenoten na hun vervolging in Frankrijk aan de Kaap moeten hebben gevonden. Doch dat is nog niet alles. Voor de bogen staat een beeld van een vrouw boven op een aardbol, met in haar ene hand de Bijbel en in de andere een gebroken ketting die geacht worden de hervonden godsdienstvrijheid op de zuidpunt van Afrika te verbeelden. En zovoort. Die Hugenoten hebben in Nederland hun sporen achtergelaten in de Waalse Kerk en het Hugenotenkruisje dat, als ik het mij goed herinner, na belijdenis in de Nederlands Hervormde kerk om de hals of op de revers werd gedragen. Hoewel daaraan, geloof ik, een vliegend duifje hing in plaats van een zonnetje. De duif, het symbool van de uitstorting van de Heilige Geest. Herkenbare religieuze symboliek hier in de Fransschoek.

Naast het monument ligt de begraafplaats die ik niet over kan slaan. Namen op grafzerken bekijken, is een soort verslaving. Malherbe, Roux, Du Toit, Hugo, De Villiers, Maree, Joubert, Fourie, Rossouw, Du Plessis, Theron, Du Preez, Malan. En op de grafstenen is te zien dat iedere familie in de andere trouwde. Geen enkele bekende Afrikaanse familienaam ontbreekt. Het zijn de namen die je overal in de omgeving van Kaapstad tegenkomt. Namijmerend, sla ik zonder na te denken rechtsaf. Linksaf is de Huguenotweg naar Paarl, waar ik net vandaan kom. Het dorp uit en omhoog. Het weer klaar opnieuw even op. Hoe hoger de weg stijgt, hoe mooier het uitzicht over de vallei wordt en hoe beter zichtbaar is dat vrijwel iedere beschikbare hectare met druiven is beplant. Een monocultuur van jewelste. En dan, na maanden te hebben gewacht, is het eindelijk zover, midden op de weg zit een apenfamilie. Bruin - grijsachtige vacht, niet al te groot. Zeker geen gorilla’s. De weg stijgt boven de boomgrens uit, het landschap wordt leger en ruiger. De weg gaat omhoog en omlaag en slingert, het wegdek is uitstekend. Over de Jan Joubertgatsbrug gaat het en door Theewater Natuurreservaat. Totale kaalheid, vast en zeker de droge kant van de bergrug, totdat opeens een meer opduikt waaruit geblakerde boomstronken steken. Overberg heet het hier. Mooie, onmiddelijk te begrijpen naamgeving waar ik zo van houd. Hoewel het puur toeval is dat van de goede kant van de berg kwam. Via Vyeboom, Grabauw, Sir Lowry’s Pas en Sommerset Wes terug naar Kaapstad, alwaar het nog steeds regent. Gek eigenlijk, bijna een hele dag in de regen gereden en toch geen verregende dag gehad!

wordt vervolgd