|
KAAPSE KRONIEK - 25 (22021008) Zaterdag, 19 januari 2008. Van de begraafplaats via een taxistandplaats naar een autowasplaats. Onderweg passeren we een “bend down boutique” een “je moet je bukken winkel” waar de tweedehandskleding op een zeil langs de weg ligt. Je moet je dus bukken om te kijken naar wat je wilt kopen. Ernaast een “native pharmacy” waar geneesmiddellen worden verkocht die in geen enkele reguliere apotheek in het schap staan. Kruiden en drankjes van onbekende samenstelling die geacht worden de kwaaltjes te genezen die traditionele genezers zeggen te behandelen. Van liefdesverdriet, huidirritatie, alle denkbare lichaamspijnen tot en met een penisvergroting. Een kwakzalver? Slechts in de ogen van de ongelovigen. Al doende krijg ik nuttige tips. “Als je hier problemen zou krijgen, moet je naar de taxichauffeurs gaan. Beter dan de politie. Gedoe is slecht voor de handel, dus lossen die gasten dat snel op”. Een jongen met een groene deken als poncho om de schouders, hoed op het hoofd, wandelstok in de hand. Een “nieuwe man” van de Musotho uit Lesotho. Een recent getrouwd echtpaar, te hekennen aan de kleding van de vrouw. In veel kerken wordt getrouwd. Zaterdag is niet alleen dé dag voor begrafenissen, maar ook voor huwelijken. Ik kom ogen tekort. We laten de auto achter op de wasplaats, een sociaal project. “Veel goedkoper dan in de stad en ik houd die jongens van de drugs af”. Tijd voor de geprogrammeerde rit in een gedeelde taxi, een “Iphela” een kakkerlak. Zo genoemd omdat er – net zoals kakkerlakken – wel heel erg veel van zijn. De busjes, die door de blanke Zuid-Afrikanen “black taxis” worden genoemd, heten hier natuurlijk gewoon taxis. De rit duurt niet al te lang, mijn gastheer voelt zich om de een of andere reden ongemakkelijk. Na niet meer dan een kilometer wil hij dat we uitstappen omdat de medepassagiers hem niet aanstaan. Het is mij om het even, maar wel jammer. We zijn in een welvarender deel van Gugs terecht gekomen. Grotere huizen met een flinke tuin. Als het groen volwassener zou zijn, zouden veel van deze huizen net zo goed in een betere blanke wijk kunnen staan. Het is de Goudkust van Gugs, zo vermoed ik. De auto is nog niet klaar als we weer bij de wasplaats arriveren. Gelegenheid om de muurschilderingen in de buurt te bekijken. Advertenties voor de kerkuniformen die er worden verkocht en de gratis condooms die er worden verstrekt. Goede raad voor de gevaren in het verkeer op straat “Don’t drink and walk” en voor de gevaren in het seksuele verkeer elders ”U thando luse moyeni yizohlola-ne, qabane lakho. Ngoku! – Er hangt liefde in de lucht. Kom samen met je partner langs en laat je testen. Nu!” een aidspreventie oproep in het Xhosa. Even later staat de glimmend gepoetste auto op ons te te wachten, het bezoek aan Gugs zit erop. Op weg de wijk uit zie ik wat vrouwen in kerkuniform die op de bus staan te wachten. Nee, alleen voor vrouwen, mannen hebben geen kerkuniform. Aan de kleur van de blazer is te zien tot welke kerk ze behoren. En passeren we uiteindelijk een paar van de beruchte hostels in de wijk. Uit de tijd dat alleen mannen buiten de streek waar ze vandaan kwamen mochten werken. Hun gezin moest in het “thuisland” achterblijven. “Noxolo” heet een van de gebouwen, een meisjesnaam. Het apartheidssarcasme kende geen grenzen. Dinsdag, 22 januari 2008. “Tourists trapped in Cape Town cable cars” meldt CNN ’s ochtends vroeg. Ik kijk uit het raam en zie de cabines van de kabelbaan op een neer gaan alsof er niets aan de hand is. Gisteravond had het me wel wat verbaasd dat de Tafelberg plots door schijnwerpers werd verlicht. Een nogal kwalijke verspilling, zo vond ik, terwijl de inwoners van Zuid-Afrika werden gemaand zuinig aan te doen met elektriciteit omdat er schaarste zou heersen. Mijn gedachten waren gebaseerd op pure onwetendheid, zo blijkt even later, de kabelbaan was stilgevallen door een stroomonderbreking. Hoewel in dergelijke gevallen een generator de stroomvoorziening overneemt, zouden de cabines op een dusdanig ongelukkige plek hebben gehangen, dat ze niet meer heen of terug konden. Vandaar die schijnwerpers die dienen om de passagiers gerust te stellen. Volgens mijn collega’s zijn het afgedankte zoeklichten die na de Tweede Wereldoorlog zijn gekocht nadat ze in Engeland overbodig waren geworden. Zestig jaar na dato vervullen ze zowaar nog steeds een nuttige functie aan de andere kant van de wereld. Opeens heeft het tekort aan elektriciteit het land min of meer in de houdgreep. Terwijl er tijdens de apartheidsjaren stroom werd geëxporteerd naar de buurlanden, is er sindsdien nauwelijks meer in nieuwe capaciteit geinvesteerd. Zoals ik uit Argentinië weet, gaat zoiets op een gegeven moment mis. Goed mis. De overheid houdt de prijs om politieke redenen laag, de economie groeit flink, iedereen koopt als een gek huishoudelijke apparaten. Maakt niets uit, stroom kost toch niets of wordt gewoon gejat. Ieder keer als ik pre-paid elektriciteit koop, krijg ik 50 eenheden (Kwh?) gratis of ik nu 100 Rand koop of 50. Bij een aankoop van 50 Rand, ongeveer 5 Euro, betekent dat bijna 50% extra cadeau! Hoewel dit is bedoeld als subsidie voor de minder draagkrachtigen, profiteren meer draagkrachtigen volop mee. Niet bepaald een aanmoediging om zuinig aan te doen. Als het erg warm is – air conditioners – of erg koud – straalkacheltjes – wordt er meer stroom gebruikt dan er beschikbaar is en gaan we over op “beurtkrag” oftewel dan wordt de tering naar de nering gezet en zitten delen van het land een paar uur in het donker. Naast de weersverwachting meldt een krant zelfs dat de elektriciteitsmaatschappij tijdens het weekeinde “geen beurtkrag” verwacht. De stroomverwachting voor de komende dagen. wordt vervolgd |